Paul Noble doet boete in grijs
(NRC Handelsblad, 12 juni 2014)
"Alsof je tanden één voor één uitvallen," vertelt Paul Noble terwijl
hij demonstratief aan zijn eigen tanden voelt. "Telkens als ik uit
het raam keek, was er weer een huis gesloopt. Als wanneer je in
de spiegel steeds meer zwarte gaten in je grijns ziet ontstaan.
Afschuwelijk." In zijn uitleg hoe zijn oeuvre van surrealistische
stadstekeningen is ontstaan, begint de Britse kunstenaar over het
grimmige Londen van eind jaren tachtig. Als kunststudent trok hij
daarheen vanuit een noordelijk badplaatsje en werd er behalve kunstenaar
ook kraker en politiek activist, op de bres tegen de komst van een
snelweg. "Ik woonde in Leytonstone, een linkse volkswijk, veel kunstenaars.
Wij krakers verbeterden de buurt, maar de politiek zag die schoonheid
niet. Thatcher trok een oud plan uit de kast voor aanleg van een
snelweg, pal door de wijk heen. Dat doen ze nou nooit bij een chique
buurt."
Noble was toen nog een heel abstract kunstenaar, vertelt hij tijdens
het gesprek in Museum Boijmans Van Beuningen. Formeel, plastic,
kleur. De krakersscene bracht daar verandering in. "Daar ontdekte
ik de ware kracht van kunst. Met beeldende kwaliteiten maakten we
onze protesten duidelijk, gekke stunts met theatergroepen. Dan gingen
we verkleed in fancy dress naar de rechtbanken. Werden we er steeds
uitgegooid. Ook kwamen daar lui die in bomen woonden en hele nieuwe
steden bedachten binnenin de kapotte gebouwen, te gek gewoon. Dat
had veel invloed."
Paardenwedkantoor
Tijdens die paar vormende jaren runde Noble zijn eigen podium voor
jonge kunstenaars, de City Racing Gallery. "Vernoemd naar het paardenwedkantoor
dat er eerst zat," antwoordt hij op de vraag of dat geen gekke naam
is voor een anti-snelwegactivist. Zo was hij actief in de kunst
en lokale politiek, maar zijn eigen abstracte kunst voelde ontoereikend.
"Ik zocht iets nieuws, om mijn verhaal kwijt te kunnen. Dat kwam
met een computer, een mac, heel simpel, nog geen megabyte zat erop.
Maar wel een grafisch programma, Fontographer, waarmee ik lettervormige
gebouwen ging ontwerpen, voor een beeldend stadsverhaal, toen de
computerterm 'key map' me op het idee bracht van cartografie. Dat
was mijn Eureka-moment, zo zijn mijn tekeningen begonnen. Dat lettertype
heb ik Nobson genoemd, er pasten maar zes tekens. Grapje. Wist ik
veel. Het leek onbelangrijk. Had ik geweten dat ik er twintig jaar
aan zou werken dan had ik het toch liever Mexican Sunset genoemd."
Maar de term Mexican Sunset past niet erg bij zijn griezelige stadstekeningen,
deze zomer te zien bij Museum Boijmans Van Beuningen. De gebouwen
zijn gebaseerd op letters maar dan wel ver geabstraheerd, daaromheen
ontspinnen zich rechtlijnige steden die bij grimmige machthebbers
lijken te horen. Het soort dat rücksichtlos snelwegen door stadswijken
aanlegt. Grote pleinen, hekken, gevangenismuren en onderin onduidelijke
wezentjes die, als het al mensen zijn, anoniem gepeupel vormen.
De mens is nietig maar niet Noble, die is hier God. De per ongeluk
gekozen titel 'Nobson' is zo gek nog niet, met deze stad als zelfportret.
"Mensen roepen altijd over mijn tekeningen 'o er is niemand, het
is zo leeg'. Maar dit ben ik, uitgesmeerd over al die pagina's.
Daarom heet mijn tentoonstelling ook Nobson. Dit ben ik."
Boetedoening
Tal van werken keren terug uit privécollecties van over de hele
wereld. Sinds zijn nominatie voor de Turner Prize en hij wordt vertegenwoordigd
door galeriegigant Gagosian, is zijn naam gevestigd. "Dit was de
eerste, Paul's Palace," zegt Noble als hij een tekening uit 1996
laat zien. Het is een moderne villa aan het strand. "Pas later zag
ik dat dit lijkt op Whitley Bay waar ik opgroeide, en dat herkende
ik toen in meer van mijn tekeningen. Dat leven aan het strand, die
rotsen." Peinzend strijkt hij met zijn vingers langs de fotokopie.
"Zee kon ik eigenlijk helemaal niet tekenen. Altijd grijs, ik deed
dat als boetedoening. Een straf dat het ons niet was gelukt om die
snelweg tegen te houden. Het enige wat onze protesten heeft opgeleverd
is drie jaar uitstel, wat de Engelse staat miljoenen ponden heeft
gekost. Maar, er is wel iets veranderd. Stadsontwikkeling gebeurt
niet meer enkel op economische motieven, leefomgeving staat hoger
op de agenda."
Dat van die boetedoening behoeft een korrel zout, zo lijkt het.
Want het grijze potlood biedt hem een middel om uitbundig en ongerijmd
te tekenen wat maar in zijn hoofd op komt - precies zoals hij praat,
vol energie en associaties tot hij zich soms even hapert - "Oh I
don't know" - als hij zich even bewust lijkt van zijn gedachtenbrij.
"Nu ben ik bezig met het woord worm, naar een tekening die ik maakte
voor de vrouw die inmiddels mijn vriendin is geworden. Ik hou van
tuinen, cycli, daar zitten wormen in, dat worden een soort worsten,
ze zijn eigenlijk tunnels maar dat zijn wij mensen ook. Al zien
we onszelf niet erg graag als wormen. En toen kwam er een enorm
been in die tekening, enorm! Het groeit en groeit, het is al vier
meter hoog en de tekening zes meter. Met wat schaamhaar eromheen.
Een penis in erectie eigenlijk, een heel klassiek surrealistisch
landschap. Maar met die worm dan, nogal pejoratief. Really weird."
Hij bladert door foto's van werken. Het omhekte 'Hell' ziet er nog
best gezellig uit? "Omdat het me een plek voor families leek. En
het is open. 'Heaven' bestaat ook, die komt erbij. Het worden meer
dan zestig werken, uit allerlei collecties, die worden hier verenigd.
Soms haal ik delen uit die tekeningen tevoorschijn om ze als sculptuur
uit te voeren. Zoals een hek uit Hell, in gietijzer, met krullen."
Dat oogt luchtiger dan zijn amorfe beelden, bijna Brancusi-achtige
vormen. "Die had ik getekend aan weerszijden van poorten op mijn
tekeningen, zo ontstonden ze. Ze zijn abstract, een soort in zichzelf
gekeerde sfinxen, antropomorf en raadselachtig op een sokkel. Ze
doen me ook nogal denken aan de klassieke beeldhouwer Canova." Maar
waarschijnlijk doen ze andere mensen vooral denken aan de vorm van
uitwerpselen? "Dat klinkt meteen zo negatief, maar het klopt wel.
Daarmee wil ik iets zeggen over mensen. We willen onszelf vooral
zien als evenbeeld maar God maar dat zijn we niet. We zijn eerder
wormen, afval, en zullen na onze dood weer troep worden. God en
afval gecombineerd, zo kun je de mens beschrijven."
Troubadours
Behalve Canova en uitwerpselen zijn de antropomorfe vormen ontleend
aan meer inspiratiebronnen, bijvoorbeeld in zijn Monuments Monument,
een tekening van een onsmakelijke massa. "Dit is een stapeling van
alle beelden van Henry Moore, allemaal gekneveld en gestapeld. Ik
wilde afrekenen met dat aseksuele idee van Moore waar ik niet in
geloof. Dat verhaal over massa die de leegte penetreert, dat is
toch duidelijk?" Peinzend kijkt hij naar de tekening "Het doet me
ook een beetje denken aan de orgiescène uit Barbarella." De kunstgeschiedenis
speelt veel een rol bij Noble, die zijn gesprek doorspekt met namen
uit de kunstgeschiedenis. Een andere abstracte sculptuur vergelijkt
hij met beeldhouwer Caro, ware het niet dat als je je hoofd door
het gat steekt dat erin zit, je aan de andere kant in een spiegel
ziet dat je door het achterwerk van een pinup kijkt. "Een geboortebeeld.
Mensen blijken er erg van te schrikken. Het is een foto, ook met
Moore ernaast die naar die billen kijkt." Is die haat jegens Moore
wat gezakt intussen? "Jawel, maar ik denk nog steeds dat hij een
seksist was."
Bij het willen schoppen tegen macht en sokkels - banken, snelwegen,
kunstgeschiedenis - had tekenkunst nog een voordeel boven zijn abstracte
sculpturen: het was een carte blanche. Er werd weinig getekend in
de jaren negentig - laat staan met een mac. Grote voorlopers waren
de surrealisten en zijn techniek lijkt daarop, die uitbundig gedetailleerde
steden die maar uitdijen zonder plan, als een 'automatic drawing'.
Is dat hoe hij werkt? "Ja, én vanuit de wil om een tekening te bezielen.
Ik vind de symboliek van het surrealisme, van Magritte, heel mooi.
De ideeën van gebouwen en plekken, we gebruiken woorden als symbool
van een plek. Het nomadisch bestaan is voor veel mensen beangstigend.
Daarom zijn de troubadours en zwervers nooit geaccepteerd in onze
maatschappij, kijk maar naar hoe we nu de Roma behandelen. Dat hangt
samen met een grote angst voor armoede, die ontstaat komt door een
spirituele leegte die we hebben. Daarom schep ik denkbeeldige werelden.
In imaginaire ruimtes gaan we overal heen."

Paul Noble, NOBSON, 14 juni t/m 21 september 2014 in Museum Boijmans
Van Beuningen. Museumpark 18, Rotterdam. www.boijmans.nl
(foto via Museum Boijmans Van Beuningen, door Justin Westover: Noble
in zijn atelier)
|