sandrasmets.nl w w w
 
 
sandrasmets.nl / oude kunst / troostkunst
Kunst is een recept voor empathie
Essay troostkunst: Als de buitenwereld te gevaarlijk is, biedt kunst een mentaal samenzijn. Veertiende-eeuwse beeltenissen van een met pestbuilen overdekte Jezus droegen hetzelfde uit als de balkonserenades uit coronatijden: je staat er niet alleen voor.

(NRC Handelsblad, 8 april 2020)

Siena was in de late Middeleeuwen hard op weg een van de grootste steden in Europa te worden, toen alles anders werd. Rond 1348 heerste een pestepidemie waar zeker een kwart van de Europese bevolking aan overleed. Ook Siena werd geraakt en wist niet meer te herstellen. Een schrijn voor de slachtoffers van deze Zwarte Dood staat nog altijd op het Piazza del Campo, een onwaarschijnlijk mooi plein waar mensen komen zitten op het plaveisel om om zich heen te kijken naar de middeleeuwse stad die hen omringt.

Het zijn niet alleen de gotische gevels waar het plein zijn magie aan ontleent, het is ook de halfronde vorm die zo uitnodigt, liefdevol omarmd door de huizenrijen. Dat is een andere omarming dan bijvoorbeeld bij de later gebouwde colonnades van de Sint Pieter in Rome, oppochend in schaal. Niet in Siena. Dit schelpvormig salonplein zonder kruisende verkeersaders is een en al rust en intimiteit. Slechts de hoger gelegen stegen komen uit op deze enorme zitkuil die, volgens sommigen, het mooiste plein ter wereld is.

Dat het in die vorm is overgebleven, komt dus deels door de pest: de epidemie veegde alle bouwplannen van tafel. De stad is bevroren in de tijd. Als visioen uit een pre-moderne wereld is het een leerzaam voorbeeld. Moderne steden worden geregeerd door economie en infrastructuur: verkeersaders bepalen de vorm van pleinen, verblijf betekent een consumptie op een terras, parken zijn groene terzijdes voor de 40-urige werkweek. Siena daarentegen laat zien hoe een openbare ruimte optimaal een verblijfsplek is als je die moderne opgaven verwijdert.

Het is vaker gebeurd dat epidemieën, ondanks alle verschrikkingen, ook een gunstig effect hadden op steden. Rotterdam heeft na de cholera-epidemie in de negentiende eeuw singels aangelegd. Dat was om hygiënische redenen, social distancing avant la lettre, maar ook zijn het tijdmachines om rustig te flaneren en te verpozen.

Pestkruisen
Ziektes hebben ons dus plekken nagelaten om te zijn en samen te zijn. Ook hebben epidemieën vanaf de veertiende eeuw prachtige, troostrijke beeldende kunst voortgebracht, al is hierin de saamhorigheid eerder mentaal dan fysiek. Pestgolven teisterden Europa dusdanig dat ze er een versneld menselijke beeldtaal teweegbrachten, zoals in de pestkruisen. In deze houten kruisbeelden is Jezus geportretteerd met een extra contemporain lijden: uitgemergeld, overdekt met pestbuilen en -zweren, het hoofd geknakt op de borst. Troostbeelden zijn het: Jezus kon het, hij deed het voor ons, laten we daar kracht uit putten.

En die kunst is nog geheel leesbaar. Dat komt doordat de onderliggende strategie niet tijdgebonden is, het is er een van medemenselijkheid: jezelf herkennen in de ander. Al kruipt er ook wanhoop in, zoals bij Titiaans schildering van een Pietà (1576). Met veel donker en sprankjes kleur schilderde hij Maria die haar dode zoon beweent, en voegde er portretten van zichzelf en zijn zoon Orazio aan toe. Dat stond in de traditie van ‘ad sanctos’: het idee dat het loont om in de nabijheid van heiligen te verkeren, of het nou in een kerk is, bij heiligenbeelden of in een schilderij. Het was een soort netwerken dat je kansen verbeterde in het leven of in het hiernamaals. Toch zou het Titiaan niet veel helpen. Hij en Orazio stierven in 1576 aan de pest.

Natuurlijk kwam er behalve hoop ook een waarschuwende kunst, vol angstaanjagende onheilstijdingen. Daarop zie je de ruiters van de Apocalyps aan komen galopperen, de dood voorop – net zoals er nu Jehova’s Getuigen zijn die in corona het voorspelde einde der tijden aangekondigd zien, met een combinatie van vrees en tevredenheid (pestilentiën zegt Lukas 21:11, waarna dood en hel aldus Openbaringen 6:8). Toch bleef tijdens de pesteeuwen van de veertiende tot zeventiende eeuw zulke gruwelkunst beperkt en bleven actuele getuigenissen van de plaag veelal buiten beeld. Het geloof in kunst was namelijk zo groot, dat de meesten het portretteren van de pest door schilders afkeurden – want werkte dat niet een echte plaag juist in de hand?

Een uitzondering was Nicolas Poussin. In 1630 schilderde hij de plaag bij Ashdod uit bijbelboek I Samuel, met gruwelijke details alsof hij erbij was. Ratten lopen tussen de lijken, de nog levenden bedekken hun neuzen, een man rooft een baby van diens overleden moeder. De Franse schilder woonde in Rome, net toen andere Italiaanse steden zeer geteisterd werden door een uitbraak van de builenpest. Dat kan het ogenschijnlijke realisme van dit dramatische doek verklaren.

Het is een uitzondering op de veelal troostrijke kunst uit de pesteeuwen. Naast genoemde kruisen had je een hausse aan pestheiligen die mensen konden aanroepen: Rochus, Sebastiaan, Antonius, Thekla. Door hen realistisch en nabij weer te geven, toonde de kunst aan de sterveling dat deze niet alleen stond. Er is zelfs gespeculeerd dat de pest indirect de sensitiviteit zou verklaren in Rembrandts schilderijen. De schilder, volgens de overlevering nogal een hork, zou in diepe rouw gedompeld zijn toen zijn geliefde Hendrickje Stoffels in 1663 overleed, vermoedelijk aan de pest. Leed voedt empathie, zonder lijden geen medelijden.

Hiv-epidemie
De pest verdween, maar kunst bleef een recept voor empathie. Lijden is individueel en universeel tegelijk, kunst is dat ook. Het heeft een imaginaire gemeenschappelijkheid en die is van alle tijden. In 2018 reageerde de Russische kunstenaar Ilya Fedotov op de hiv-epidemie in zijn land, die er voortwoekert door onbegrip en taboe. Zijn Poisons Museum in Sint Petersburg, in samenwerking met het Amsterdam UMC, is een installatie met informatie over behandelmethodes voor hiv, ook de flauwekul-methodes die in zijn thuisland Rusland tot zijn ergernis schrikbarend populair zijn. Zo wilde hij een museum maken, een ruimtelijke installatie die informatie geeft maar ook laat zien hoe je met een ziekte en de onzekerheid ervan kunt omgaan.

Een museum als gemeenschapskunst is ook het Museum of Water van de Britse kunstenaar Amy Sharrocks, opgericht ter ere van John Snow, de vader van de epidemiologie. Ten tijde van de cholera, een doodenge mysterieuze ziekte, dwaalde Snow door Londen en praatte met zoveel mogelijk mensen. Zo ontdekte hij dat alle zieken op eenzelfde plek water hadden gehaald, in een buurt waar alleen de bierbrouwer fit als een hoentje was: die had zijn eigen waterbron. Door interesse in de medemens werd zo de ziekte verklaard.

Menselijke interesse is ook het doel van het Museum of Water, dat langs steden reist. Daar is iedereen welkom om flesjes water in te leveren met een persoonlijk verhaal – over heimwee naar de zee, over tranen om een kapot huwelijk. Water snapt iedereen. En handig voor deze isolatietijden: ook deze collectie is online te volgen.

Of het nu gaat om een verhaal, gedicht of pestkruis: kunst is een manier om je te verplaatsen in het leven van een ander – kan het niet fysiek, dan toch mentaal. Of digitaal. Corona brengt ons veel online toegankelijke kunst. Museumtours en live gestreamde performances tonen veel inventiviteit. Daarin bewezen zich ook de inwoners van Wuhan op 27 januari. Die dag openden ze, tegen de wil van de autoriteiten, de ramen. Ze riepen ‘jiayou’ (‘hou vol’) en zongen, vaak met mondkapjes op. De filmpjes van dit groepsoptreden gingen de wereld over. Ze kwamen in Italië, waar een reeks gelijktijdige balkonserenades begon die zowel live als online gedeeld werd: de troost van isolatie in gemeenschappelijkheid, van muziek en van de menselijke stem.

Epidemiologische kunst is kortom een steunbetuiging, een oproep tot mentaal samenzijn, empathie. En hopelijk breekt er dan weer een tijd aan dat we samen kunnen zitten op een plein in Siena of aan singels, gewoon met elkaar, samen in de zon.



(foto Nicolas Poussin, De plaag van Ashdod, 1630. Olieverf op doek, 148 cm × 198 cm. Collectie Louvre, Parijs)

sandrasmets.nl / oude kunst / troostkunst