sandrasmets.nl w w w
 
 
sandrasmets.nl / openbare ruimte / jardin d'email

Wandelen over de anti-werkelijkheid van Jean Dubuffet

(NRC Handelsblad, 11 juni 2020)

Afgelopen 1 juni gingen niet alleen de terrassen en musea weer open, bij het Kröller-Müller Museum vond nog een extra heropening plaats: die van Jardin d’émail in de beeldentuin. Na vier jaar restauratie mocht het publiek weer het kunstwerk beklimmen om erop rond te wandelen, te hangen en te zitten. Het is het bekendste kunstwerk uit de beeldentuin, het dertig meter lange zwart-witte betonnen plateau van de Franse kunstenaar Jean Dubuffet (1901-1985).

Sinds de onthulling in 1974 hebben daar miljoenen voeten overheen gelopen, vertelt museumdirecteur Lisette Pelsers tijdens een wandeling op en rond het kunstwerk op die eerste junidag. „Destijds was het een technisch hoogstandje, gemaakt van polyurethaanverf op beton, maar de afwatering functioneerde niet goed. Dat is funester geweest dan de weersomstandigheden. Al in de eerste winter liep het water niet goed weg waardoor de verf beschadigde.” In de volgende jaren werd het beeld af en toe wat opgelapt, totdat nu een grondige restauratie echt noodzakelijk was, vertelt ze. „Het had er bijna op geleken dat het gehele werk door een replica vervangen moest worden.”

Afwateringssysteem
Zo ver kwam het gelukkig niet. Er ging een grote tent om het object heen en in 2016 begon de restauratie van 1,4 miljoen euro, waarvan een deel werd bekostigd door fondsen en donateurs die elk een stukje van het oppervlak konden adopteren. Het onderzoek begon met een 3d-scan van het betonoppervlakte. Vervolgens ging een cameraatje mee door het afwateringssysteem, dat niet meer bleek te functioneren maar dat ook niet verwijderd zou kunnen worden. De truc was uiteindelijk om dit te laten zitten, en dwars door het object heen een tweede afwatering aan te brengen. Dat zijn geheimen die achter het witte oppervlakte schuilgaan. Pelsers wijst naar een van de 28 nieuwe putten: net als de oude putten, maar deze gaan wel direct ergens heen.

Een volgende stap was het stabiliseren van het betonoppervlak. Daarvoor zijn 1100 gaten geboord en gevuld met lijm en mortel, een injectie ter versteviging van de structuur. De derde fase was het verwijderen van de verf, waar gigantische behangstomers voor ontwikkeld zijn. Toen zagen ze pas echt hoe beschadigd het beton was. Op de nieuwe verflaag werden tot slot de zwarte lijnen opnieuw aangebracht. De oorspronkelijke belijning was in de loop der tijd soms letterlijk verwaterd en werd nu gereconstrueerd.

En toen brak de coronacrisis uit, met alle afstandsbeperkingen van dien. De schilders hebben met iPads ieder een deel van het werk beschilderd. Dubuffets assistent die in 1974 de uitvoering begeleidde, leeft nog en keek digitaal over hun schouders mee.

Maanlicht
Het resultaat staat er nu weer blinkend bij. Onder meer het trapje en de niveauverschillen zijn weer duidelijker gearticuleerd, zoals Dubuffet het destijds had uitgetekend.
Pelsers vertelt hoe Dubuffet deze witte tuin als een 3-dimensionaal schilderij zag, want waarom zou een schilderij altijd aan de muur moeten hangen? Op zijn werk tekende hij doodelend, als in het gedachteloos tekenen tijdens een telefoongesprek. Hij geloofde dat het een uiting was van de onbewuste geest en zo een inkijkje vormde in een alternatieve wereld, een anti-werkelijkheid. Daarin spant Jardin d’émail met zijn dertig meter lengte de kroon als plek waar je je in een denkbeeldig universum kunt wanen.

Dat was te danken vooral aan museumdirecteur Rudi Oxenaar, legt Pelsers uit. „Hij kende het werk van Dubuffet en had zen-tuinen in Japan gezien. Zo’n artificiële tuin in het groen, dat was zijn gedachte. Aangezien Helene Kröller-Müller haar schilderijencollectie als ‘af’ beschouwde, konden navolgende directeuren daar niets aan toevoegen. Zo ontstond de beeldentuin, waar ze in groene museumzalen toch konden doorgaan met verzamelen.”

Dubuffet vond dat ook een goed idee. Na de prestigieuze onthulling in 1974 door koningin Beatrix, een uitzending op het achtuurjournaal en een diner was de kunstenaar zelf ’s avonds kwijt. Wat bleek: hij was het museum uitgelopen om op zijn Jardin d’émail te gaan zitten. In het maanlicht. Hoe hij het toen zag, die ruimtelijke tekening, een geestelijk landschap, dat is hoe het er nu weer bij ligt.



(Foto: Jardin d'email)

sandrasmets.nl / openbare ruimte / jardin d'email