sandrasmets.nl w w w
 
 
sandrasmets.nl / erfgoed / beladen erfgoed
Beladen erfgoed
(NRC Handelsblad, 29 april 2020)

Kamp Vught, het voormalige SS-concentratiekamp op Nederlandse bodem, ligt dusdanig verscholen in de Brabantse bossen dat je er ’s avonds met het openbaar vervoer met geen mogelijkheid kunt komen. Toch was het afgelopen maart, bij wijze van uitzondering, een paar avonden open. Er was namelijk tijdelijk een audiovisueel kunstwerk geïnstalleerd vanwege de viering van 75 jaar vrijheid dit jaar: Crossing Time, met videoprojecties die het donker nodig hebben. Tussen de wachttorens en het prikkeldraad verschenen silhouetten van lopende en stilstaande mensen, geprojecteerd op de barakken en op de bomen voorbij de afrastering. Een half uur duurde deze indrukwekkende choreografie, waar de echte schaduwen van de bezoekers in het kamp gaandeweg samenvielen met de projecties, zodat je als bezoeker werd opgenomen in deze massa van geestverschijningen, die uiteindelijk in abstracte patronen uiteenviel. Zoals ook de oorlog mensen abstraheerde om ze te kunnen vernietigen.

2020 is een jaar dat vraagt om saamhorigheid. Dat geldt zowel voor de coronacrisis als voor de herdenking van 75 jaar vrijheid. Crossing Time was daarvoor ontwikkeld door lichtontwerper Isabel Nielen en kunstenaarsduo Beeldjutters, op verzoek van Artifex en Brabant Remembers. Deze hebben voor in totaal vier Brabantse oorlogslocaties kunstwerken laten maken, om het verleden ook toegankelijk te maken voor generaties die er zelf niet bij waren. De coronacrisis heeft de openstelling ervan deels opgeschort, hopelijk tijdelijk.

Hoofdpijndossiers
Herdenken gebeurt veelal bij oorlogsmonumenten die aan de goede kant van de geschiedenis staan, opgericht na de bevrijding. Maar er bestaat ook oorlogserfgoed van daarvóór, beladen erfgoed zoals Kamp Vught. Nu is Vught een plek met een duidelijke herinneringsfunctie, en een museum. Maar verspreid door het land, relatief vaak uit het zicht, liggen pijnlijke oorlogserfenissen zonder zulke functies om het herdenken in goede banen te leiden. Wie in deze tijden wil wandelen: bij dit type erfgoed is het altijd rustig. Maar tegelijk zijn dit vaak hoofdpijndossiers: wat doen we ermee?

In de bosrijke omgeving van het Gelderse Lunteren bijvoorbeeld ligt zo’n historisch relict, verborgen in de openbaarheid. Op een camping, tussen mooie vakantiehuizen en trampolines, staat een muur. Vuil en vervallen, toch is het een rijksmonument. Als je door de ijzeren afrasteringen heen kruipt, beland je bij de ooit glorieus bedoelde voorkant, nu met graffiti beklad. Dit is waar Anton Mussert tot 1940 de beruchte hagespraken hield tijdens de jaarlijkse partijbijeenkomsten van de NSB. Vandaag de dag biedt het uitzicht op een basketbalveldje, met stacaravans in de verte. Nergens zijn informatiebordjes of wegwijzers. Het goede nieuws: dit wordt geen trekpleister voor neo-fascisten. Als er een topvijf slechtst uitziende rijksmonumenten is, dan maakt dit grote kans.

Beladen erfgoed is zeker dit jaar een vraagstuk, ook voor de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), dat bepaalt of iets een monumentenstatus krijgt. Vaak is dat feestelijk, maar bij het muurtje oogstte deze status kritiek. Toch wordt zo’n stempel nodig geacht om ook pijnlijk erfgoed te beschermen tegen sloop, omdat het verleden wegpoetsen moeilijk ligt als we ons als land kritisch tot onze geschiedenis willen verhouden. Er zijn meer beladen monumenten. In 2005 werd het graf van NSB-voorman Leendert Willem de Leeuw in Roermond tot rijksmonument verklaard. Een bunker van Seyss-Inquart in Wassenaar zou in de verkoop gaan – ingewikkeld, je wilt er geen pannenkoekenhuis in. En sommige objecten zijn nog groter. In Ellecom staat een hele sporthal die door Joodse dwangarbeiders is gebouwd voor de opleiding van Nederlandse SS’ers. Het gemeentelijk monument kreeg een instandhoudingssubsidie en werd in 2018 verkocht aan een vastgoedbedrijf dat nog niet kon zeggen welke functie deze voormalige ‘Hel van Ellecom’ zou krijgen.

Of wat te denken van het gigantische Fliegerhorst Deelen vlakbij Arnhem, een voormalig vliegveld van de Luftwaffe. Maar liefst negenhonderd gebouwen waren er gebouwd en met boerderijdaken in nepdorpen samengebracht, zodat het vanuit de lucht geen militair doelwit leek. Een anekdote dat de Engelsen het nepdorp doorzagen en met nepbommen bestookten, lijkt helaas apocrief te zijn. Feit is wel dat dit het grootste rijksmonument van Nederland is, tweehonderd gebouwen staan er nog. Deels worden het woningen. Hoe willen we met zo’n gebied omgaan?

Over de grens
Zulke overblijfselen vormen een schurende realiteit in het huidige landschap, waarvan de toekomst ongewis is. De RCE doet onderzoek en publiceerde de teksten ‘Erfgoed om bij stil te staan’ in juni 2018 en ‘Herinneringen om door te geven’ in maart 2019. In het artikel ‘Beladen Erfgoed’ in het tijdschrift van de RCE uit 2019 beschrijft Ben de Vries hoe de dienst voor advies over de grens kijkt, elk land kampt met eigen pijnlijke verledens. Veel discussie laaide op in de VS rond het wel of niet verwijderen van een standbeeld van generaal Lee, die tijdens de burgeroorlog opperbevelhebber was van het leger van de Geconfedereerde Staten. In België speelt vooral de Congo-geschiedenis, wat zich uitte in de herinrichting van het paleis in Tervuren. In Frankrijk zijn alle standbeelden van maarschalk Pétain, collaborateur uit het Vichy-regime, uit het straatbeeld verwijderd. Allemaal acties om met een publieke daad de heersende blik op de geschiedenis te corrigeren.

Daarbij is in de VS de teneur veelal: laat staan, bordje erbij. Want dan verheerlijkt een beeld niet langer een bloedzuchtige generaal, maar doet juist het tegendeel: het herinnert aan onrecht. Behouden, adviseert ook de RCE veelal. Toch kan verdwijnen voelen als meer rechtvaardig. Het kan pijn weghalen, betekenisvolle leegtes opleveren, het kan neo-nazi’s weren. Dat laatste speelt in Duitsland, dat veel ‘Mahnmale’ heeft, beladen erfgoed. Merkel heeft aangegeven dat wat haar betreft het geboortehuis van Hitler bij de Oostenrijks-Duitse grens gesloopt mag worden, om fout toerisme te ontmoedigen. Regelmatig staan daar neo-nazi’s die een Hitler-groet brengen. Alleen is het huis beschermd vanwege zijn renaissance-architectuur. Zo botsen verschillende opvattingen over behoud.

Elders gebeurt verdwijnen soms vanzelf. Kunstenaar Annette Behrens deed in Polen vlakbij Auschwitz onderzoek naar een vakantiehuisje van SS’ers zoals Mengele en Karl Höcker, dat halverwege haar onderzoeksproject plotseling gesloopt was. Die schok verwerkte ze in het fotoboek (in matters of) Karl, waar lege pagina’s met enkel een vernislaag het ontoegankelijk geworden verleden symboliseren. Het boek won in 2016 de Historic Book Award bij een fotofestival in Arles. Soms kan een gedocumenteerde afwezigheid boekdelen spreken.

Duitsland bedacht jaren geleden al een bijzonder tegengif tegen de Mahnmale: Gegendenkmale. Verzoeningsmonumenten, vertaalt de RCE dat. Militair uitziende monumenten die strijd verheerlijken, worden voorzien van gekwelde figuren, in steen, geschilderd of als projecties. En bijvoorbeeld de Franse kunstenaar Bertrand Seguin nam onlangs een bunker van de Atlantikwall onder handen met spiegelglas, om het duister te verdrijven. In zekere zin waren het ook tijdelijke Gegendenkmale die Brabant Remembers liet maken – Crossing Time in Vught, en een klanklandschap op de Duitse militaire begraafplaats in Ysselsteyn. Componistenduo Strijbos & Van Rijswijk maakte een soundscape dat wandelaars op de begraafplaats vergezelde.

Deze Brabantse kunstwerken roepen een ervaring op, waardoor ze een brug slaan tussen anders zwijgende stenen en het heden. Dat is de crux in deze tijd: omdat deze generatie zelf geen ooggetuige is geweest, kan zij niet terugvallen op persoonlijke rouw. Kunst kan verbeelden wat die stenen hebben gezien maar wat ze niet uit zichzelf vertellen. Kunst kan daarmee zorgen dat zo’n plek uitnodigt om te zijn, te kijken, handelingen te verrichten. Doordat kunst een plek verandert, liggen de mogelijkheden ervan opnieuw open. Zo kan beladen erfgoed worden hergebruikt als moreel kompas.

Dat gebeurt niet alleen in Vught en Ysselsteyn. In Gelderland is Fliegerhorst Deelen al jaren een oefenterrein voor kunstenaars. De stichting Verborgen Landschap is opgericht door kunstenaar Hans Jungerius en Caro Delsing, voormalig projectleider van Sonsbeek, dat volgend jaar deels voortborduurt op de ideeën van de stichting. De stichting pleit bij de Fliegerhorst voor een landschapspark, en dicht aan kunstenaars een voortrekkersrol toe om de betekenislagen van het landschap te openbaren: geen kunst achteraf maar vooraf, als vertrekpunt voor gebiedsontwikkeling. Sinds 2013 hebben 25 kunstenaars de Fliegerhorst verkend. Dat resulteerde in een publicatie, een expositieruimte en er liggen architectonische ontwerpen klaar, folly-achtige uitkijktorens en plekken voor bibliotheekjes of theater. Hoe mooi is het niet als we hier een wandelgebied krijgen met erfgoed en verzoeningsmonumenten, waar verleden en toekomst samenkomen in een bedachtzaam heden.



(Foto: muurtje van Mussert anno 2019, Lunteren)

sandrasmets.nl / erfgoed / beladen erfgoed