Loading
 
 
sandrasmets.nl / vormgeving / emory douglas
Na hem is de agent een varken
(NRC Handelsblad, 14 december 2011)

Begin jaren zeventig kreeg vormgever Emory Douglas (1943) een verontrustend telefoontje. “Wij handelen in kunst, bewonderen je werk, kunnen we afspreken?” Foute boel, wist Douglas meteen. Toen hij op het kantoor van de Black Panther Party een tweede telefoontje kreeg, hadden zijn collega-Panters hetzelfde vermoeden: FBI. “Die hielden me in de gaten,” vertelt hij in Amsterdam bij vormgevingsinstituut Premsela, waar hij deze week te gast is. “Ik hing snel op. Als ze je in een val lokten, drugs erbij, werd je gearresteerd. Dat zagen we bij zwarte politici die ook vochten voor burgerrechten. De FBI heeft niet alleen 22 miljoen dollar gespendeerd om ons tegen te werken, ze organiseerden shoot-outs en liquidaties.”

Dat de FBI een vormgever in de gaten hield, was omdat Douglas black power een gezicht gaf. Als minister van cultuur van de Panters ontwikkelde hij een krachtige grafische stijl die angst omzette in woede. In dikke contouren tekende hij trotse iconische beelden van zwarte moeders, helden van allerlei etniciteiten, gebalde vuisten, marxistisch klinkende slogans - power to the people. Zijn posters van gewapende varkens maakten de term 'pig' voor een politieman gemeengoed.

“Het was een agressieve stijl,” glimlacht Douglas, een zachtmoedige man, die zich bescheiden opstelt. “Want we moesten ons verdedigen tegen politiegeweld. En met die stijl verklaarden we ons solidair met de gewapende strijd van onderdrukten wereldwijd. Mijn inspiratie kwam van solidariteitsposters uit Cuba, Zuid-Amerika, Azië.” Daarna gingen ook zijn posters de wereld in, en inspireerden anderen. Nu nog. Shepard Fairey, de vormgever van de 'Hope' poster van Obama, noemt Douglas als voorbeeld.

Douglas maakt op uitnodiging van Premsela kennis met de Nederlandse culturele wereld. Morgen geeft hij een lezing bij W139 over de vraag 'kun je als ontwerper zelf ook politiek actief zijn?' Zijn antwoord is duidelijk. Ook nu nog is zijn werk een vorm van activisme. “Ik kaart universele thema's aan zoals HIV, bendes – ook een epidemie.” Recente prenten met graffiti-invloeden tonen Oscar Grant, een zwarte jongen die in 2009 gehandboeid door politie werd doodgeschoten. Douglas portretteerde onlangs illegalen bij de Mexicaanse grens, geketend en met schietschijven op hun lijf. Met een groep filmmakers en kunstenaars reisde hij naar het grensgebied om misstanden via de kunsten te verbeelden en de wereld in te brengen.

Nu neemt hij zijn prenten vanuit zijn woonplaats San Francisco mee naar Nederland. Hij toont ze in lezingen waarin hij vertelt over de Panters toen, over misstanden nu, over zijn eeuwige strijd tegen het systeem. “Ik hoop mensen te inspireren. Doe iets, dat is belangrijk. Niet iedereen kan elke dag activist zijn, aan occupy deelnemen. Je kunt je steun betuigen op veel manieren. Met kunst, met iets anders.” Zo maakte hij een cartooneske occupyposter met raketten en dollartekens en tekstwolkjes: money drove man mad. “Ik ken een jonge posterdrukker, die geef ik soms wat, hangt hij het op straat.” Over verkopen doet hij nonchalant. “Als mensen iets willen hebben, mogen ze betalen wat ze kunnen missen. Dat vind ik prima.”

Dat hij nog altijd zo actief is als politiek vormgever, betekent dat dat hij geen verbeteringen ziet? “Sommige dingen veranderen, andere blijven. Er is nog steeds werkloosheid, criminaliteit, gebrekkige gezondheidszorg, slecht onderwijs. Daarom moet je naar specifieke kwesties kijken, op lokaal niveau. Daar kun je een verschil maken.”

Na het neptelefoontje uit de jaren zeventig duurde het nog lang voor de kunstwereld wel echt interesse toonde. Vier jaar geleden gaf Douglas een lezing in het Moca Museum in Los Angeles, wat een paar honderd man trok, van allerlei etniciteiten. “Mensen die doorgaans niet in musea komen.” Dat gaf het museum te denken. Een boek volgde, een expositie, toen een in New York, daarna in Engeland, Libanon, overal. “Maar ik zat al in de kunstwereld,” voegt Douglas er snel aan toe. “Die van de gemeenschapskunst. Ik werk met jonge ontwerpers, spreek op scholen. Ik heb niet om musea gevraagd. Het is welkom, maar extra.”

De Black Panther Partij viel medio jaren zeventig uiteen, maar Douglas is blij dat de boodschap van strijdbaarheid en gelijkheid bleef doorklinken in rapmuziek en beeldcultuur. Hoe vindt hij de huidige nostalgie naar die revoluties van de jaren zestig, en bijbehorende stijlen? Hij begint te lachen: “Dat is het kapitalistisch systeem. Dat weet overal een marketingproduct van te maken.”


Lezing Emory Douglas bij W139, Warmoesstraat 139, Amsterdam: 15 december 2011, 17 uur, aanmelden via www.premsela.org. Vrijdag 16 december 2011, 16 uur een meet & greet bij RAAF, Hillelaan 17, Rotterdam, info via www.showroommama.nl

sandrasmets.nl / vormgeving / emory douglas