Loading
 
 
sandrasmets.nl / varia / off-off-broadway
Off-Off-Broadway in de Rotterdamse tarwewijk
(Voor de publicatie 'Op Zuid', Centrum Beeldende Kunst Rotterdam, 2009)

Hoe maakt een buitenlander kennis met Nederland ? Architect Jan Konings haalt graag het voorbeeld aan van een Braziliaan die hem vertelde over zijn eerste ervaringen met ons land. In São Paulo in het vliegtuig gestapt, landde hij op Schiphol. Hij liep het vliegtuig uit, de slurf door, het grote vliegveld in, dat met zijn looproutes, douane, poortjes en schuifdeuren aanvoelt als één groot ontvangstprotocol. Zonder het vliegveld te verlaten, kwam hij via het ondergrondse NS-perron in de intercity om bij Rotterdam Centraal over te stappen op de metro richting Zuid. Pas daar, bij halte Maashaven, stond hij voor het eerst buiten. Daar was hij dan, in de Tarwewijk. Welkom in Nederland.

Aan dit verhaal moest Konings denken toen het Centrum Beeldende Kunst hem uitnodigde voor het project 'Entrees en Iconen'. Hij kreeg de opdracht om na te denken over entrees van Rotterdam en het verbeteren daarvan. Anderen die dezelfde opdracht kregen, kozen logischerwijs invalswegen aan de periferie van de stad. Daar komen treinen en auto's vanaf het platteland de grote stad binnen. Maar Konings koos een ander gebied: de Tarwewijk. Wie een stadsplattegrond van Rotterdam erbij pakt, ziet dat dit een vreemde keuze is. Gelegen midden tussen andere woonwijken lijkt de Tarwewijk allesbehalve een 'entree' naar de stad. Toch is dit wel degelijk de plek waar veel buitenlanders kennismaken met Nederland. Voor de bezoeker uit São Paulo was dit zijn eerste aanblik van Nederland. En hij wist niet wat hij ermee aan moest.

Want Nederland gaf hem geen warme ontvangst. De man stapte de Maashaven uit, ademde de vreemde geuren van de nabijgelegen Quakerfabriek in, en keek vertwijfeld langs alle gesloten gevelrijen. Waar moest hij naartoe? Welke ijkpunten waren hier? Waar was hij eigenlijk aanbeland? In de Tarwewijk zijn privé en openbaar zo streng gescheiden dat je op straat geen tekenen van stedelijke dynamiek ziet, alleen het langsrazende verkeer. Dat is een probleem, vindt Konings. Zijn bijdrage aan 'Entrees en Iconen' bestaat daarom uit een studie naar dit gebied. Hij ging op zoek naar het verborgen stadsleven van de Tarwewijk.

Verboden voor winkels

De geslotenheid van de Tarwewijk is terug te voeren op de manier waarop deze arbeiderswijk een eeuw geleden gebouwd is. Het was ontworpen als woonwijk, met geen enkele andere functie dan wonen. Zelfs winkelruimtes werden uitgesloten. Boodschappen moesten de bewoners maar elders doen. En nog staan er alleen woonhuizen. Maar wie in een vreemde stad arriveert, zoekt automatisch naar 'iets centraals' - of dat nu een kerk, winkelcentrum of stadhuisplein is. In de Tarwewijk zijn die niet te vinden. Het leven speelt zich er, precies zoals de planologen het een eeuw geleden hadden uitgetekend, achter de voordeur af.

Voor een entreegebied is die ontoegankelijkheid een handicap. Maar ook is het een probleem voor mensen die er al langer wonen. Zelfs als je al een beetje de weg kent, blijft het lastig om te weten te komen wat zich in de buurt afspeelt. Konings wilde dus weten wat achter die gevels gebeurt. Hij schakelde een partner in, Mark Heijne, en samen trokken ze de wijk in. En inderdaad ontdekten ze iets bijzonders: achter die gevels blijkt een verbazingwekkende hoeveelheid thuiswerkers te wonen. Konings en Heijne troffen er kleine handeltjes, kunstenaars, een internationale cateringservice, administratiebureau en zelfs een mobiele thuisbioscoop. Die kleine bedrijvigheid vormt de levensader van de Tarwewijk. Alleen bevindt deze levendigheid zich overal op flatjes drie-hoog-achter, van de buitenwereld onttrokken. Konings en Heijne besloten dit culturele veld te benoemen en in kaart te brengen. Ze doopten het: 'Off-Off-Broadway'.

De inspiratie hiervoor komt uiteraard, zoals de titel aangeeft, uit New York. Wereldberoemd zijn de theaters op Broadway, waar alle grote musicals starten. Daarnaast bestaat het zogenaamde 'Off-Broadway'. Dit tweede, iets alternatiever theatercircuit, is net zo populair als het origineel en er gaat net zo veel geld in om.

In Rotterdam bestaat een vergelijkbare situatie. Het officiële theatercircuit is te vinden in het centrum, rond de Rotterdamse Schouwburg, en op de Wilhelminapier, waar het Luxortheater staat. Een spin-off hiervan is Katendrecht. Cultureel geïnteresseerden kennen daar het Walhallatheater, weten dat De Player er culturele avonden organiseert, en dat de plaatselijke cult-videotheek art-house-films verhuurt die je in het centrum niet vindt. Net als in New York staan ook hier zulke alternatieve circuits goed op de culturele kaart. Ze worden vaak gesteund met subsidies vanuit het 'gentrification'-geloof: het idee dat cultuur de lokale welvaart doet stijgen.

Anders wordt het bij de spin-off van die spin-off. Deze derde laag van cultureel leven, het 'Off-Off-Broadway', staat niet op de kaart. Het is niet bekend bij cultureel publiek. Het krijgt geen subsidies. Het is, kortom, volkomen marginaal en onzichtbaar. Dit New Yorkse verschijnsel is ook in Rotterdam te vinden, betoogt Konings: in de Tarwewijk. Ook daar houdt het culturele leven zich op in de marge. Bijna onzichtbaar werken daar kunstenaars in ateliers aan huis. Konings en Heijne ontmoetten een interieurarchitect die opdrachten heeft in het culturele circuit, en een animatiekunstenaar wiens werk het goed doet op landelijke festivals. Een nachtfotograaf trekt hiervandaan de wijken in, op zoek naar de onheilspellende kanten van de stad bij nacht. Samen met andere creatieven richtten deze kunstenaars de Kunstelevator op, die filmavonden bij 'de mensen thuis' komt organiseren.

Dat kunstenaars in de Tarwewijk wonen, is niet vreemd. Gebieden met goedkope woonruimte trekken altijd kunstenaars aan. De kunstenaars hebben er buren die geen culturele opleiding hebben maar wel creativiteit en ondernemingslust. Zo werd een buurtbewoner dusdanig geïnspireerd door Premtime dat hij zelf een eigen tv-studio begon. Thuis neemt hij plaatselijke reportages op, monteert ze, en zendt ze uit op de lokale tv. In een andere flat woont een vrouw die daar vanachter de computer waterprojecten in haar thuisland Kenya organiseert. En weer een andere buurtbewoner blijkt, vanuit haar piepkleine keukentje, zeer hoogstaande catering te leveren.

Van garagebox tot multinational

Door de inventiviteit van deze mensen ontstaat een energie die hoort bij grootstedelijke dynamiek. Alleen al daarom verdient het zichtbaarheid. Dat is van belang voor een Braziliaanse nieuwkomer en vooral voor de bestaande bewoners. Onzichtbaar en ongeïnformeerd voelen zij zich onvoldoende thuis in een buurt die hun thuis moet zijn. Niet voor niets is de Tarwewijk een transitiewijk met veel leegstand. Wie het zich kan permitteren, vertrekt. En daarmee vloeit veel energie weg.

Voor een oplossing kunnen we opnieuw naar Amerika kijken. Het off-off-circuit aldaar heeft een voordeel dat de Tarwewijk niet heeft: de garagebox. Garageboxen in Amerikaanse stadswijken zijn loze ruimtes, die creatief gebruikt worden. Ze fungeren als atelier, als oefenruimte voor bandjes, en ondernemers kunnen er een kantoor improviseren. Multinationals als Apple en Hewlett Packard zijn begonnen in een garagebox. De American Dream. Dat lukt niet in de Tarwewijk omdat de privéwoning de enige beschikbare werkruimte is. Dat betekent onzichtbaarheid en het vereist inventiviteit: de appartementen zijn maar zo'n vijftig vierkante meter groot. Zo bevindt de genoemde tv-studio zich wonderbaarlijk genoeg volledig op het balkonnetje van de eigenaar, die elke centimeter optimaal benut.

Al houden veel thuiswerkers in de Tarwewijk het hoofd boven water, hun zaken zouden beter gaan als ergens een kopieerapparaat zou staan. Of een internetcafé. En een koffiebar of vergaderkamer waar je ideeën kunt uitwisselen en een netwerk opbouwen. Dat zoiets kan, blijkt in het Amsterdamse IJburg. Ook hier wonen veel ZZP-ers die van huis uit werken met weinig kosten. Alleen zijn dit hoog opgeleiden die wel samen de benodigde faciliteiten weten te regelen. Zij hebben samen een kopieerapparaat, espressobar en vergaderruimte geregeld.

Konings en Heijne pleiten daarom voor meer openbare faciliteiten. Dat doen ze met een fictieve herindeling van de Bas Jungeriusstraat met pensions en kantoren. Het is geen concreet voorstel maar een denkmodel: hoe zou de stad er dan uitzien? De Braziliaan zou, bij aankomst, een kamer kunnen huren. Hij hoeft niet te logeren bij familie, hij kan goedkoop en comfortabel wonen, en uitzoeken wat hij in de stad wil gaan ondernemen. Pensions zijn minder gehaast dan hotels en brengen mensen samen. Het kan vriendschappen opleveren en onverwachte ontmoetingen.

Bestaande ondernemers zouden er een kantoor kunnen betrekken. Ze raken er in contact met elkaar, kunnen ideeën uitwisselen, netwerken opbouwen. De Keniaanse initiator van waterprojecten zou een stagiair inschakelen, iets waarvoor ze haar woon-werkomgeving te privé vindt. Stel dat er behalve kantoren een winkeltje komt, dan kan die Congolese vrouw die brood importeert voor haar huidige thuishandeltje, er een schap huren. Het zijn ondernemingen met kleine wensen, waarvan de stad niet weet dat ze bestaan. Konings en Heijne vonden ze via-via, door met bewoners te praten en hun vertrouwen te winnen. Het aantal dat staat ingeschreven in de Kamer van Koophandel bleek maar een topje van de ijsberg.

Zodoende is Off-Off-Broadway niet alleen een index voor bewoners en nieuwkomers. Het is ook een handreiking voor beleidsmakers, die te groot denken. Bureaucratische structuren, abstracte masterplannen en complexe regelgeving werken niet in de Tarwewijk. Daarvoor is het circuit er te kleinschalig en officieus, dat glipt overal tussendoor. Beleidsnotities zorgen nooit simpelweg voor een winkelschap of kopieerapparaat. En renovatieplannen met het bijbehorende dichttimmeren van huizen jaagt zelfs bewoners weg - het grote euvel van een transitiewijk waar mensen niet aarden. Pas als je de snelheid van de transitiewijk omarmt door goede voorwaarden voor passanten te scheppen, zoals pensions, de stedelijke dynamiek zichtbaar maakt door kennis en faciliteiten van de ondernemers te vergroten, dan boek je resultaat. Daartoe dient Konings' model van de Bas Jungeriusstraat. Stichting Kosmopolis Rotterdam geloofde meteen in het plan en ondersteunt het onderzoek. Maar dat is niet genoeg. Het is essentieel dat beleidsmakers dit geloven, begeesterd raken en daarnaar willen handelen.

Het glossy gevaar

Konings is architect maar je kunt hem ook 'urbaan antropoloog' noemen. Hij zet geen fysieke gebouwen neer. Zo bedacht hij het Hotel Transvaal, voor de Haagse Transvaalwijk. Dit hield in dat bewoners hun huizen openstelden voor bezoekers, die zo bij hen thuis logeerden en aten alsof het een hotel- en restaurantfunctie betrof. Net als in Off-Off-Broadway breekt dit gevels open en wordt een eigenheid benadrukt die niet op een hoger plan hoeft te komen. Wijken als Transvaal of de Tarwewijk hoeven niet - als in het 'gentrification'-geloof - tot glossy gebied te worden geüpgrade. Juist niet. Ook dat jaagt oorspronkelijke bewoners weg naar andere arme wijken. Het gaat juist om het koesteren en versterken van die stedelijke dynamiek die zo typisch is voor Transvaal, of zo typisch voor de Tarwewijk.

Elke wijk heeft een eigen kracht. Off-Off-Broadway is dan ook een singulier plan, alleen van toepassing op de Tarwewijk. De kracht van dit stadsdeel is de thuiswerkers. Een andere wijk heeft weer andere karakteristieken. Maar wel willen Konings en Heijne met Off-Off-Broadway laten zien dat wijken baat kunnen hebben bij het visualiseren van hun onzichtbare kracht. Elke wijk kan een laboratorium worden, waar energie opborrelt en verbindingen gisten. Alleen zo kan een grootstedelijke dynamiek ontstaan die een Braziliaanse nieuwkomer bij de Maashaven het gevoel geeft 'ja, hier gebeurt het, hier voel je leven en passie'. Welkom in Nederland.

sandrasmets.nl / varia / off-off-broadway