Loading
 
 
sandrasmets.nl / varia / chinees-rotterdamse kunstenaars
China hot? Wíj zijn hot - Chinees-Rotterdamse kunstenaars
(KAAT#8, december 2011)

Niemand wist dat ze bestonden en ineens doken ze afgelopen jaar op in het ene evenement na het andere: jonge Chinees-Rotterdamse kunstenaars. Ze organiseren performances, modeshows, exposities en als klap op de vuurpijl opende dit voorjaar Studio Zi: het eerste en enige Chinees-Nederlandse kunstcollectief. “Blijkbaar was ineens de tijd rijp”, vertelt de oprichtster Fenmei Hu – 'de leider', zegt ze zelf. Al jaren was ze op zoek naar Chinese collega's in de stad, zonder succes. Tot nu. Na een oproep eerder dit jaar zat Studio Zi al gauw met zeventien kunstenaars en ontwerpers aan zijn max, vijf aspirant-leden staan in de wacht. De pers sprong er bovenop.

Een paar weken na de oprichting van Studio Zi opende in het Gemaal op Zuid een tentoonstelling rond Fong Leng. Deze legendarische modeontwerpster maakte vorige eeuw furore met haar extravagante jurken – ze kleedde onder anderen Mathilde Willink – en kwam uit de Chinese gemeenschap op Katendrecht. Twee van haar sculpturale robes werden in het Gemaal omgeven door werk van Chinese kunstenaars die nu in Rotterdam wonen. Net als Fong Leng hebben ze elk een drukke kunstpraktijk, met vrij werk en opdrachten, modelvoorbeelden van het cultureel ondernemerschap. En net als Leng hebben velen er moeite mee om zich als Chinees te profileren – “Je bent in eerste instantie kunstenaar. Je wilt op je werk worden beoordeeld.” zeggen ze zonder uitzondering.

Dat kan een dilemma vormen. Want juist dit jaar, nu Rotterdam viert dat honderd jaar geleden de eerste Chinezen naar Nederland kwamen als stakingsbrekers in de haven, loont het om op te staan als Chinese kunstenaar. Daarom is juist nu Studio Zi opgericht, beaamt Hu: “In Rotterdam wonen duizenden kunstenaars. Dus je moet opvallen. Wij zijn Chinees, dat onderscheidt ons. Dat maakt mensen nieuwsgierig.”

Inderdaad heeft Studio Zi in zijn korte bestaan al volop aandacht gekregen. Na de zomer verhuist het naar een eerste verdieping, in de zomer had het tussen de rotizaken en Turkse winkels een pop-up galerie annex atelier, waar passanten makkelijk de drempel over durfden. “Beginnen jullie hier een restaurant?” kreeg Hu er vaak te horen. Dat is ze gewend: “Door alle clichébeelden over Chinezen hebben wij het lastiger dan Nederlandse kunstenaars. Op een expositie vroegen mensen of ik verdwaald was.” Ook de generatie van haar ouders bemoeilijkt de keus voor een kunstenaarsloopbaan, vertelt Hu: “Zij zijn als immigranten gewend dat je kiest voor economische vakken, financiële zekerheid. Ik koos nog wel een kunstopleiding waar ik ook een lesbevoegdheid haalde, zodat ik twee kanten uit kan. 'Twee keer niks', zei mijn moeder.”

In de schilderijen en tekeningen van Hu is biculturaliteit een thema, bij andere creatieven is dat niet zo. “Door mijn achternaam weten mensen dat ik Chinees ben,” zegt Erwin Kho. “Maar voor mijn werk is dat totaal niet relevant.” Hij moest er goed over nadenken voordat hij besloot te exposeren in Far From Fong. “Ik deed het om te laten zien dat er meer is dan het cliché van de Chinese restauranthouder of arts. Toch voelde deelname raar. Mijn Chinese afkomst speelt normaliter geen enkele rol voor mij. Met zo'n expositie zet je jezelf dus in een kunstmatige omgeving.”

Het gevaar van exotisme ligt op de loer, beaamt Kho desgevraagd. “Bovendien vind ik het niet handig in dit klimaat van integratiedebatten om je zo te onderscheiden. Dat past ook niet bij Nederlandse Chinezen, want die hebben zich meer beziggehouden met hard werken.” Kho verwijst naar de Turkse schrijfster Elif Shafak die mensen waarschuwt nooit te lang te staren naar de eigen reflectie. Als je ergens muren omheen zet, krijg je culturele getto's. Dus prik gaatjes in de muur en kijk om je heen, zeker als kunstenaar. Kunst kan het onbekende verkennen. Het vertegenwoordigt iets groters dan afgebakende stereotypen.

Kho herkent Shafaks verbazing dat je als kunstenaar kunt worden weggezet als vertegenwoordiger van een heel land terwijl je gewoon jezelf bent. Aan Studio Zi deed Kho niet mee: “Je kunt ook op andere manieren je krachten bundelen.” Ontwerpster Kwannie Tang, opgegroeid bij Nederlandse pleegouders, voelde zich te on-Chinees voor Studio Zi, maar was toch welkom. Ze vond het een inspirerend netwerk – dat het Chinees is, is bijzaak. Ook architect Dada Wang wil niet met een Chinese identiteit worden geassocieerd: “Mijn persoonlijke inventiviteit en mijn professionele achtergrond zijn leidend in mijn werk. Het gaat niet om waar ik vandaan kom.” Studio Zi is één van de collectieven waar Wang mee samenwerkt. “Het is een fijn netwerk dat veel activiteiten onderneemt waar ik soms eigen projecten in onderbreng, zoals fooddesign.”

Wang is kritisch maar stelt dat Hu met Studio Zi toch een slimme zet heeft gedaan: “Veel creatieven vinden hun weg wel, maar beeldende kunst is een moeilijk vak. Dan helpt het om als netwerk op te treden.” Hu beaamt dat PR een drijfveer was om Studio Zi op te richten. “In China zouden we nooit opvallen.” Zou ze daar een Nederlands collectief oprichten? “Misschien wel.” Maar PR is niet de enige drijfveer zegt Hu: “Ik wil laten zien dat jonge Chinese creatieven veel te bieden hebben. Wij organiseren een kunstprogrammering bij het komende Chinees Nieuwjaar. Dat is een oubollig festival met altijd dezelfde prullaria en vuurwerk. Dat willen we verjongen met een rockband, Chinese opera, design, om mensen van meer culturen en leeftijden te trekken.”

Dankzij het jubileumjaar heeft Studio Zi een volle agenda, vol activiteiten en exposities. En het heeft haast: dit jaar is dé kans om te scoren. In drie weken was een animatiefilm klaar om Zi te promoten. Hu haalt de schouders op over die snelheid: “Gewoon, door niet te slapen.” Nu bereidt Zi een designtentoonstelling voor, vertelt Hu: “Het probleem van veel design uit China is dat het van origine te confucianistisch is: volgzaam. Chinezen kunnen goed kopiëren en richtlijnen volgen, niet zelf denken. Het huidige taoïsme daarentegen zorgt voor een enorme creativiteit, stimuleert inventiviteit en levert vernieuwend design op dat je nooit als Chinees zou bestempelen.”

Dat tonen is ook een manier om clichés over China te ontkrachten. Hu reikt een publicatie aan van de Utrechts-Chinese ontwerper Fin Zhao voor wie het taoïsme zo te zien niet alleen een manier maar ook een onderwerp is. Het boekje gaat over problemen oplossen – wie wil kunnen vliegen tekent een schaduw op de grond, gaat ernaast staan, maakt een foto, klaar. Na een reeks van dit soort hilarische oplossingen volgen lege vellen: vervul je eigen dromen. Dat adagium van inventiviteit lijkt Studio Zi op het lijf te zijn geschreven. Op de vraag of het collectief zich sterker voelt nu China zo 'hot' is, glimlacht Hu: “Wíj zijn hot.”

Erwin Kho: www.zerbamine.nl; Fenmei Hu: www.fenmei.nl / www.studiozi.nl; Kwannie Tang www.kwannietang.nl; Dada Wang www.damotion.nl (foto TENTrotterdam.nl: Far From Fong, zomer 2011 in het Gemaal op Zuid. foto: Job Janssen en Jan Adriaans)

sandrasmets.nl / varia / chinees-rotterdamse kunstenaars