Loading
 
 
sandrasmets.nl / uitwisselingen / india

De vijand is nog overal
(NRC Handelsblad, 27 maart 2008)

De linkse kunstenaar Ramkinkar Baij eerde de arme Santhal-familie in 1938 met een beeldengroep. Zijn opvolgers maken met dezelfde thema's politiek getinte museumkunst.

De kunsthandel en media richten steeds meer hun vizier op Indiase kunst, maar een grote overzichtstentoonstelling bleef uit. Tot nu. In het Antwerpse Muhka is momenteel de Santhal Family te zien: een groepstentoonstelling die ons kennis wil laten maken met de Indiase kunst, maar niet trapt in de valkuil van 'van alles wat'. Het uitgangspunt is één kunstwerk: de beeldengroep Santhal Family, een sleutelwerk in het Indiase modernisme. Daaromheen bouwde het museum een tentoonstelling met merendeels Indiase kunstenaars die reageren op het veranderende India van nu.

De beeldengroep zelf kon niet komen: die is van massief beton en staat sinds 1938 op de campus van Santiniketan, in het Indiase West-Bengalen. Begin vorige eeuw kwamen kunstenaars, communisten en activisten daar samen op een universiteit die was gesticht in samenwerking met de plaatselijke bevolking. Het werd een kosmopolitische plek, met een Bauhaustentoonstelling en tal van internationale contacten. Een global city avant la lettre.

In deze commune van wereldverbeteraars streek in 1925 Ramkinkar Baij neer, een vrijgevochten jongen die zich ontpopte tot charismatisch docent en kubistisch beeldhouwer. Hij was begaan met de problematiek van zijn tijd: migratie, hongersnood, anti-kolonialisme. Vanaf zijn werkplaats zag hij elke dag leden van de Santhal-stam langstrekken, op zoek naar werk. Hij besloot hen te eren met een sculptuur: een portret van een familie van de Santhal, vluchtend voor de honger, zonder heroïek of pathetiek verbeeld. Baij werd een internationale ster, dit beeld zijn beroemdste werk.

Baijs Santhal Family verbeeldde de wereld op dat moment, op actuele wijze. De kunstenaars in het Muhka laten zien dat veel problematiek is gebleven. De imperialist is weliswaar vervangen door de multinational, maar de arme boer en het milieu hebben het nog steeds zwaar. Dit is een terugkerend onderwerp in het werk van N.S. Harsha. Voor deze tentoonstelling maakte hij een monumentale schildering van een stuk bouwland vol opzichters, bulldozers, landmeters en landarbeiders. Die laatsten worden genegeerd of zelfs gefolterd. En of dat nog niet duidelijk genoeg is, vormen de sporen van de bulldozers het silhouet van een skelet.

Net zo recht voor zijn raap zijn de foto's van Sudhir Patwardhan. Hij fotografeerde een rivier met natuur en spelende kinderen, een tijdloos plaatje, maar aan de andere oever doemen nieuwbouw, sloppen en vervuiling op. Ook de installatie van Sheela Gowda, bestaande uit olievaten, laat zich direct lezen als kritiek op globalisering en geldbeluste multinationals. De Britten uit Baijs tijd zijn verjaagd, maar de vijand is nog overal.

Baij schilderde en boetseerde moeders met kinderen, landarbeiders, gewone mensen in hun dagelijkse bezigheden. Het zijn portretten van armoede. Tegenwoordig is Santiniketan een toeristische trekpleister met vakantiehuisjes. De Bengaalse armoede 'verdween' voor India naar het buitenland toen het onrustige en overbevolkte Oost-Bengalen in 1947 Pakistaans werd (later Bangladesh). Voor de maatschappelijk geslaagde kunstenaars in het Muhka liggen de problemen vermoedelijk niet zo direct in de achtertuin zoals bij Baij, die zelf uit de onderste kaste kwam. Dit wetende, ga je gissen naar de sociale achtergronden van de andere exposanten, wiens werk wel over armoede verhaalt, maar die dit zelf vermoedelijk niet of minder aan den lijve hebben moeten ervaren.

Baijs werken hadden titels als Honger, maar zagen er eerder harmonieus dan schrijnend politiek uit. Zijn opvolgers werken meer met contrasten dan hij. Dat past bij dit land van groeiende tegenstellingen. C.K. Rajan exposeert in het Muhka kleine collages, die vorig jaar op de Documenta te zien waren. Sloppen en tempels, de Ganges en een benzinepomp, auto's en opstandelingen vermengt hij tot een mix van kleurige contrasten. Het is de tweespalt van een land dat ook niet zo gepland had ineens een wereldmacht te worden.

Dat de Indiase economische bloei dilemma's met zich meebrengt, laat ook Ashim Purkayastha zien. Op een reeks bankbiljetten voorzag hij Gandhi's beeltenis van snorretjes en gekke brilletjes, karikaturen dus. Het gebruik van Gandhi's portret op geld is in strijd met de idealen die de man had. Maar ja, als wereldmacht moet je nu eenmaal op zijn minst bankbiljetten drukken. En daarop portretteer je je nationale held. Of hij dat nu leuk vindt of niet.

De tentoonstelling schept een beeld van een politiek geïnteresseerde kunstenaarsgeneratie, maar niet alles is snel en hip. De geschiedenis is alom aanwezig. De groten worden niet vergeten en evenmin de pijn uit het verleden. Tussen installaties en films exposeren verschillende kunstenaars hun kopieën van de Santhal Family - in keramiek en aquarel. Posters en filmbeelden herinneren aan de IPTA (The Indian People's Theatre Association). Dit Bengaalse volkstheater was gestoeld op communistische idealen. Het werd opgericht in 1942, vlak voor de hongersnood in dit gebied twee tot drie miljoen doden zou eisen. Het toneelstuk Oogst, waarvan er filmbeelden in het museum te zien zijn, is het belangrijkste werk van de IPTA, dat onomwonden de Britse overheersers verweet het volk in armoede en honger te storten.

De films zijn de hoogtepunten in de tentoonstelling. Je krijgt daardoor een heel andere voorstelling van Bollywoodland. En of ze nu van de communistische of van de commerciële filmtraditie afstammen, ze hebben de meeslependheid van een speelfilm en de poëtische schoonheid van filmkunst. Een film van Santanu Bose draait om Bengaalse moeders van doodgemartelde zonen. Telkens wanneer je wilt opstaan omdat hun pijn te ondraaglijk wordt, wordt het verdriet gesmoord in beelden van bloemen, vissen, en de dagelijkse werkzaamheden die ook gedaan moeten worden. Dit soort films kunnen duidelijk alleen gemaakt worden in een land met een grote filmtraditie.

Om als wereldmacht ook op kunstgebied internationaal mee te tellen, heeft een land kunst nodig die voor westerlingen te lezen is en niet misstaat op een Documenta, maar ook iets exotisch 'eigens' heeft. Chinese kunstenaars kunnen dat uitstekend en Indiase kunstenaars ook - kassa dus. Dit klinkt misschien commercieel berekenend, maar zo eenvoudig ligt dat niet. Op de antiburgerlijke universiteit van Santiniketan gold kunst, zelfexpressie, als een antikoloniale daad. Dat je individuele stijl ook stijlkenmerken van het land van de onderdrukker kon hebben, was geen punt voor iemand als Baij. Hij plaatste zijn kunst en daarmee zijn streek, en de Santhal, in een internationale context. Zijn werk was tot in Parijs te zien. Een groot verschil tussen hem en zijn opvolgers is dat hij er nooit rijk van is geworden: hij gaf zijn kunst weg. Als anarchist was hij wars van handel en geld. Er zullen heel wat mensen met minder idealen rijk zijn geworden over zijn rug heen.

Een ander groot verschil tussen Baij en zijn opvolgers, is hun opvatting over engagement. Baijs kunstenaarschap werd ingegeven door het communistisch ideaal dat je werkt voor de gemeenschap - of je nu werkt op het land of in de kunst. Voor veel van Baijs opvolgers, zoals deze hedendaagse kunstenaars wier werk in Antwerpen te zien is, vormen sociale problematiek en actualiteiten een thema, dat je uit de media of een boek haalt, en waar je op reflecteert in je werk. Zo exposeert Matti Braun, een van de weinige niet-Indiase deelnemers, een hoop zand, afkomstig uit Santiniketan. Een mooi symbool van respect, conceptueel prima - maar arme boeren hebben er niets aan.

Dit is kunst die zich enkel in het museum begeeft, en het bezoek aldaar aanspreekt, maar geen serieuze pogingen doet om die buitenwereld te veranderen. Door enkel op problemen te reflecteren, kies je ervoor om niet in te grijpen. Deze houding van kritische distantie, waarbij de kunstenaar de rol op zich neemt van onafhankelijke buitenstaander, past in het internationale kunstdiscours en herken je ook in het Muhka bij een aantal exposanten.

Baijs kunstenaarschap is onorthodox, maar niet onbegrijpelijk. Hij heeft bewezen hoe een kunstenaar een verschil kan maken, door zijn kunst, zijn leven, zijn lot, te verbinden met 'een goede zaak'. Kunstenaars - in India, Europa en elders - die politiek getinte museumkunst met engagement verwarren, kunnen daar een voorbeeld aan nemen.

Santhal Family, t/m 4 mei 2008 in het Muhka, Leuvenstraat 32, Antwerpen. Di-zo 10-17u. Inl.: +32(0) 32609999, www.muhka.be (foto's: Ramkinkar Baij, C.K. Rajan, N.S. Harsha)

sandrasmets.nl / uitwisselingen / india