Loading
 
 
sandrasmets.nl / tekeningen / renie spoelstra
Renie Spoelstra: romantiek uit de duisternis
(MB#7, tijdschrift van Museum Belvédère, september 2010)

“Ons land, gezien door de mistdampen van smog, is op een vreemde manier beminnelijk” schreef de Amerikaan Elwyn Brooks White vorige eeuw over zijn vaderland. Hij was niet de enige auteur die in luchtvervuiling een metafoor vond voor de ruwe schoonheid van de rap veranderende wereld. Natuurlijk is smog smerig en gevaarlijk. Maar het heeft als moderne mist ook een mysterieuze aantrekkingskracht. Het fenomeen teister de mensheid al sinds het oude Rome maar werd pas echt een probleem – en fascinatie – met de komst van de industriële revolutie. De vooruitgang zorgde dat de groeiende steden werden gehuld in zwarte wolken die je letterlijk de adem ontnamen – een metafoor die eigenlijk heel mooi paste bij dit breekpunt in de tijd: afscheid van de donkere Romantiek, verwelkoming van de moderne tijd vol techniek en dynamiek. Dat smog behalve een literaire ook een beeldende kwaliteit heeft, laat de Nederlandse kunstenaar Renie Spoelstra zien. Zij tekent landschappen waar altijd een donkere mist overheen hangt. Op die manier portretteert ze de wereld waar we in leven: überordentelijk ingericht met wegen en bebouwing, maar ook met een magie die alleen de goede kijker er nog weet te vinden.

Spoelstra begon haar loopbaan als tekenaar met wat ze ‘recreatielandschappen’ noemt. Daarmee doelt ze niet op themaparken waar consumenten voortsjokken, maar op het geheel van onze comfortabel ingerichte leefwereld. Bijna elk stukje Nederland is een recreatielandschap: land dat is ingericht voor het gemak van de moderne mens. Het is het veldje waar je je hond uitlaat, de berm langs een autoweg, een kaal lapje grond bij een bedrijventerrein. Dit soort locaties krijgt in Spoelstra’s tekeningen een spanning die je er in het dagelijks leven niet direct vanaf ziet. Ze maakt er enorme tekeningen van, in houtskool dat in sluiers van allerlei grijstinten kleine uitsnedes uit een panorama oproept – een beetje asfalt met twee struiken ernaast. Of ze maakt juist heel kleine werkjes, die wel elk uitzicht geven op een weidse verte. Alles is gemaakt naar foto’s waarvoor Spoelstra elk najaar eropuit trekt, om natuur vast te leggen waar ze een filmische suspense in kan aanbrengen. In Spoelstra’s landschappen is het nooit helemaal pluis.

Het verbaast dan ook niet dat de tekenaar Spoelstra eigenlijk een achtergrond heeft in film en fotografie. Ze doorliep drie kunstacademies en maakte zo kennis met het hele spectrum van ambachtelijke versus conceptuele kunsten, om uiteindelijk te kiezen voor film en fotografie. Alleen voldeden deze media na verloop van tijd niet meer. Ze vond ze bij nader inzien te vluchtig, ze kon er niet mee uitdrukken wat ze wilde. Bovendien had Spoelstra tijdens het filmen gemerkt dat ze steeds meer geďnteresseerd raakte in wat zich afspeelde achter het verhaal op de voorgrond. Dat decor dat er zo zwijgend bij lag, begon haar meer en meer te intrigeren. Ze besloot van die achtergrond haar hoofdonderwerp te maken. Daarvoor had ze een andere techniek nodig, merkte ze. Om een leeg decor centraal te stellen en daar spanning en intrige in te leggen, is aandacht en detail nodig van veel traditionelere, ambachtelijker kunsten. En dus ontdekte Spoelstra, tot haar verbazing, dat ze beter kon gaan tekenen.

Zo is Spoelstra Nederland gaan portretteren: het gedomesticeerde land, dat ze overgiet met mysterieuze nevels die in de loop der jaren in haar werk steeds donkerder werden. Haar liefde voor filmisch mysterie was doorslaggevend toen Spoelstra vorig jaar besloot dat ze naar het buitenland wilde. Na vijf jaar Nederlandse uitzichten was het tijd voor een nieuwe horizon. Ze koos voor Amerika: het land van de eenzame snelweg, weidse vlakten en romantisch loof in allerlei tinten. En ja, ook van roadmovies, de lonesome cowboy – kortom het landschap dat dankzij de Amerikaanse filmindustrie in ons aller collectieve geheugens zit ingeprent.

Spoelstra reisde af naar een regio uit met een hoog ansichtkaartenniveau: New England aan de oostkust, niet ver van waar Brooks White zijn poëtische woorden schreef. Deze streek is mede door de filmindustrie beroemd geworden. Er zijn films opgenomen als Love Story en Dead Poets Society – films waarbij de mooie loofbossen vol herfstkleuren een snik uitlokken. Een beetje kippenvel kreeg Spoelstra daar wel van – ze houdt van romantiek, maar niet van dweperigheid. En dus ging ze, gewapend met fotocamera, op zoek naar een ander soort universeel landschap. Niet te clichématig, maar wel herkenbaar en prikkelend. De plaatjes die ze schoot bleken minder kaal en abstract dan de beelden die ze thuis opzocht. Soms mocht er een auto of een schutting of een huis op staan – mits het een heel basaal, niet te specifiek huis was. Dat specifieke was namelijk het probleem met het Nederlandse landschap: elk bakstenen huis dat op een foto of in haar tekeningen zou opdoemen, lijkt zo'n typerende markering van een plek, dat de omgeving alle inwisselbaarheid verliest.

New England bleek een goede keuze. Na drie dagen had Spoelstra eigenlijk al genoeg foto’s en inspiratie opgedaan om het een jaar mee uit te zingen. Terug in het nuchtere en grijzere Nederland had ze genoeg referentiebeelden om met een gerust hart de winter in te gaan. Het landschap dat ze in Amerika had bestudeerd, werd de leidraad voor grote composities, op tekenvellen van niet zelden drie meter breed. Daarop zet ze haar stukjes van de wereld neer in enkele grote lijnen, alvorens deze te vullen met gebladerte en andere details. De grote schaal van haar werk en de opvallende afwezigheid van mensen daarin doet denken aan film- of theaterdecors, net voordat zich daar een scčne gaat afspelen.

Spoelstra’s tekeningen zijn filmisch universeel en tegelijk heel dichtbij. Iedereen die zijn voordeur uitstapt, vindt binnen twee straten wel zo'n doodgewoon stukje restgrond, als hij erop zou letten – of hij nu in Amerika woont, in Nederland of waar dan ook in de westerse wereld. Ze laat zien hoe gelijkvormig de westerse wereld is geworden. Toch combineert ze verschillende culturele tradities in haar werk. Amerikanen enerzijds zijn in allerlei kunsten de roetnevelen blijven bezingen als teken van de vooruitgang, tot het onderdeel werd van het collectief bewustzijn. In films en graphic novels doemen helden graag op uit stegen vol donkere dampen. In Nederland anderzijds ligt die relatie met vernieuwing moeilijker. Toen hier met de moderne tijd de kunstverlichting opkwam in het straatbeeld, gingen mensen eropuit om lantaarnpalen kapot te maken. De nacht moest nacht zijn, vonden ze.

Die strijd is intussen verloren en vergeten. Maar Spoelstra voert in haar landschappen altijd de duisternis in. Door de jaren heen is ze deze steeds donkerder gaan maken – zij het door kunstgrepen, dit is niet de nacht die vroeger zo natuurlijk over het land lag. Voor een manifestatie in de Noord-Hollandse duinen eerder dit jaar nam ze een foto van een duinpan die ze op de computer voorbewerkte. Daar maakte ze het beeld donkerder en donkerder tot er een geheimzinnig duister overheen lag. Het effect is geleend van stedelijke roetluchten, maar het resultaat zag eruit alsof zich hier witte wieven en andere archaďsche spookachtigheden konden ophouden. Dat is de nacht waarvoor Nederlanders een eeuw geleden vochten, en die in het dichtbevolkte Nederland verdwenen is.

Spoelstra’s landschappen zeggen veel over onze kijk op de ons omringende leefwereld. In het hedendaagse Nederland zijn soberheid en fijnstof vijanden die elkaar vaak opzoeken. Is de Amerikaanse liefde voor smog nog romantisch te noemen, er is toch weinig meeslepends te ontdekken aan de ministeriële beleidsnotities over koolstoffilters en snelwegoverkappingen die het Nederlandse antwoord op fijnstof zijn. Netjes, keurig en verslaanbaar. Saai en degelijk. Maar Spoelstra houdt wel van die tegenstelling tussen vuil en keurigheid, die ze elke dag meemaakt. De realiteit waar zij dagelijks in werkt heeft niets te maken met de zinnelijke nazomers die ze tekent, maar alles met haar persoonlijke smogwolken: houtskool.

Ze had een mooi atelier in Kralingen boven de brandweerkazerne, vlakbij haar huis, maar is er vertrokken vanwege de tocht. Elk briesje maakte dat het houtskool waar ze mee stond te werken er halverwege vandoor ging om neer te dalen op andere hoeken van het tekenpapier, op haarzelf, en op elk denkbaar oppervlak in haar atelier. Nu heeft ze een studio in een voormalig schoolgebouw aan de andere kant van de stad, in Overschie. Het is een oud dorpje dat bruut wordt doorsneden door de A13. Door zijn contrasten lijkt het een uitgelezen plek voor Spoelstra: vlakbij de weilanden, pal aan de snelweg. Toen ze de ruimte betrok waren de ramen al hermetisch afgesloten vanwege de uitlaatgassen. De enige zomerbriesjes die haar atelier bereiken, zijn te vinden op de nazomerse foto's die ze er in een bureau bewaart.

Streng voor zichzelf plakte Spoelstra die mooie hoge ramen ook nog eens af met plastic, om elke afleiding te voorkomen. En verder biedt het atelier binnen ook geen afleiding: geen tekeningen te zien en slechts wat basale meubels, met plastic afgedekt tegen het altijd onzichtbaar neerdwarrelende houtskool. Haar eigen garderobe bestaat noodgedwongen enkel nog uit kleding in grijstinten, jassen van bezoekers worden op de gang gehangen. Toen een keer een collectioneur langs kwam was Spoelstra net te laat met waarschuwen – de witleren designtas zal voor altijd een grijze onderkant hebben.

Elke ochtend komt Spoelstra al vroeg naar haar studio, zet een masker op tegen het gif, en verdwijnt urenlang in die ene tekening die ze op de verder lege muren heeft geprikt. Met een foto in gedachten en houtskool in haar handen gaat ze aan de slag om een gouden nazomertafereel van het origineel om te zetten in zwart-wit. Weg gaan het gouden licht en de diepe kleuren, maar voortdurend houdt Spoelstra de tinten van het origineel in gedachte. Harde schaduwen worden scherpe contrasten, volle struiken worden vettige dieptes, gefilterd zonlicht wordt een abstract spel van lijnen en krassen. Tijdens het tekenen veegt ze stukjes houtskool weg met een gum, spons, vogelveer of haar handen – wat haar voortdurend kapotte vingers oplevert. Zo zet ze allerlei visuele kenmerken om in grijstinten, waarin ze intussen een heel breed scala aan tinten en effecten heeft ontdekt.

Spoelstra brengt alle details laag op laag aan. Het is intensief en tijdrovend werk. Het kost veel concentratie om al die subtiele, soms nauwelijks waarneembare grijsnuances aan te brengen in de spookachtige sferen van haar composities. Soms tekent ze diep door, zodat een schaduwgebied geheimzinnig vettig wordt. Andere delen laat ze wit waar alleen wat houtskool overheen gedwarreld is – als om ons te herinneren hoe giftig de dampen zijn waar Spoelstra dagelijks in werkt.

Bij sommige tekenaars die met diepzwart werken, zie je in de tekenlijnen enige agressie: sporen van scherpe potloodpunten of zelfs papier dat wat kapot getrokken wordt. Bij Spoelstra niet. Er zit een zekere monomanie in haar aanpak, maar wel heeft ze elke lijn die ze zet geheel onder controle. Ze werkt geraffineerd en geeft niet gemakkelijk bloot hoe een beeld tot stand is gekomen. Kijk je van veraf, dan zie je de sluiers en zwaarte, onscherpe contouren. Van dichtbij ontdek je wel de details en totstandkoming maar verlies je je in het geheel en raak je het overzicht kwijt. Daar zie je dat in haar tekeningen een abstract leven bestaat dat meer met Spoelstra's virtuositeit van doen heeft dan met welk Amerikaans of Hollands landschap dan ook.

Zonder veel pauze staat ze een hele dag te werken, van negen tot vijf. Het peinzen gebeurt pas op de fiets, onderweg terug naar huis. In haar gedachten tekent ze verder – welke hoekjes hebben nog aandacht nodig, welke delen moeten zwarter en welke juist niet. De volgende ochtend weet ze precies waar ze verder moet.

Als dan maanden later de tekeningen voltooid en wel in een tentoonstelling hangen, zie je de moeizame en vuile voorgeschiedenis er niet aan af. Ergens klopt dat niet, vindt Spoelstra zelf. Niet voor niets gaf ze haar laatste, bijna uitverkochte tentoonstelling de mijnwerkerstitel 'Black Lung' mee. Laat je geen rad voor ogen draaien door deze keurige presentatie, zegt de titel in feite. Aan die sobere tekeningen op die kaarsrechte witte muren gaat een geschiedenis van vuil en gif vooraf.

Vroeger, in de pre-industriële Romantiek waar Spoelstra's werk aan refereert, was het anders voor landschapsschilders: de natuur was een tweede bijbel, waar God in schuilde. Het bood gevaar en avontuur, want buiten de bebouwde kom hielden zich struikrovers op. De einder was ver en onbekend. In onze tijd is het landschap een stuk minder dreigend. Het landschap waar Spoelstra inspiratie uit haalt, is volledig door Google Maps in kaart gebracht, met paaltjes door landmeetkundigen opgemeten en in bestemmingsplannen opgenomen. Dat is een verdienste maar het heeft ook iets gedood: niet veel mensen zullen nog gevaar, God, poëzie, magie vinden in de bermen naast de provinciale weg. Spoelstra wel. Met haar giftige dampen, bijna onzichtbare vibraties in het diep donkere houtskool, geeft ze ons een romantiek terug die veel te vaak weg is uit ons blikveld.


Renie Spoelstra: Recreatiegebied#75 , 2009, 70x90cm. http://www.reniespoelstra.com

sandrasmets.nl / tekeningen / renie spoelstra