Loading
 
 
sandrasmets.nl / tekeningen / marcel van eeden
'Het leven is een domme grap van de natuur'
(NRC Handelsblad, 22 mei 2014)

“Officieel is het nog steeds zelfmoord,” zegt kunstenaar Marcel van Eeden (1965), “Alsof iemand zich gaat verdrinken in een ondiepe vijver, middenin de nacht. En het lichaam rook vreemd, misschien chloroform.” Wanneer hij zijn verhaal over Fritz Schallenberg begint, geeft hij de niet overbodige waarschuwing dat het politiek ingewikkeld wordt: “Het was 1949. De oorlog was voorbij maar was nog zeer aanwezig. Ook verzetsgroepen uit de oorlog waren nog actief, met grote onderlinge conflicten. Daartussen zat een soort halfgoede Duitser, die door omkopingen veel diamanten en zwart geld bezat dat hij aanbood aan Schallenberg, een witwasser. Die is vermoedelijk tijdens de overdracht in Den Haag vermoord door een extreem-rechtse verzetsgroep, die op zijn beurt geld nodig had omdat het vocht in Nederlands-Indië. Iedereen was erbij betrokken, zelfs het Vaticaan.”

Van Eeden rakelde de onopgeloste zaak op tijdens de voorbereiding voor zijn tentoonstelling in het GEM. Daar toonde hij elf jaar geleden ook een overzicht van zijn tekeningen, inmiddels zijn dat historisch georiënteerde series begonnen die elk een verhaallijn vormen in een groot modern epos. Centraal staan drie Dada-kunstenaars die hij opvoert tegen een decor van de wereldgeschiedenis: oorlogen, mafia, avant-gardes. De waarheid is altijd schimmig in het leven, zeker in Van Eedens donkere tekenkunst. Nee, die Haagse moord oplossen gaat niet meer gebeuren, antwoordt hij desgevraagd. “Er is zo veel onderzocht destijds. Ik gebruik het voor een eigen verhaal, ik voeg er roofkunst uit de oorlog bij. De kern, de moord, is echt gebeurd. De rest is fictie. Zo bouw ik mijn werk op.”

Van origine Hagenaar woont hij tegenwoordig vooral in Zürich en al voelt hij zich wel eens ontworteld, praktisch waren daar geen belemmeringen om zijn Haagse verhaallijn uit te tekenen. Archiefbeelden trof hij online waarmee hij de nachtelijke wandeling van Schallenberg kon verbeelden in zijn kenmerkende tekenstijl, elk beeld voorzien van tekst. Deze geschiedenis uit een tijd dat kranten nog weinig foto's bevatten, krijgt dankzij hem meer gezicht dan ooit. In het GEM komt de serie bij andere verhaallijnen, samen omvatten ze de twintigste eeuw. “Mijn inspiratiebron was de Duitse televisieserie Heimat, waarin de hele moderne geschiedenis werd verteld vanuit het perspectief van één familie.”

Ziet hij zichzelf als verhalenschrijver? “Ik wilde vroeger schrijver worden. Ik kom niet uit een familie waar grote boekenkasten stonden. Literatuur vond ik maar saai. Tot ik erachter kwam dat juist kantoorwerk saai is. En dat literatuur veel vrijheid geeft. Om een leven op kantoor te vermijden ging ik een uitweg zoeken. Eerst als schrijver en wilde ik natuurlijk het hoogste, dus poëzie, ging ik me verdiepen in Gerrit Achterberg. Kunst moet de werkelijkheid beïnvloeden. Mijn gedichten stuurde ik heel naïef naar Boudewijn Büch waarop ik een briefje kreeg van de Vara: daar kon de heer Büch niet op ingaan. Toen ontdekte ik de tekeningen met gedichten van Lucebert. Zo zag ik in kunst een strategie om aan dat kantoorleven te ontsnappen.”

Dat blijkt een succesvolle strategie. Vooral in het buitenland heeft hij veel museumsolo's, waarbij hij elke locatie uitwerkt als decor voor een nieuwe verhaallijn. Toch zijn die verhalen zijn niet lineair als in een boek. “Ik wil dat mijn werk getoond wordt in een ruimte, veel op één muur. Want zo vindt ook de geschiedenis plaats: alles naast elkaar. Die geschiedenis wil ik steeds op andere manieren vertellen, ook dat is de invloed van Achterberg, die met steeds nieuwe gedichten zijn dode vrouw tot leven wilde wekken. Dat probeer ik met mijn tekeningen en nu ook met andere disciplines. Ik vertoon een documentaire en ik bouw een donkere installatie, waarin Schallenberg in een vijver ligt, in het maanlicht. Bij de opening laat ik een performance opvoeren van die drie Dadaïsten, verkleed als koteletten. Dat is ook een tot leven wekken. En altijd tot mislukken gedoemd. De vrouw van Achterberg is ook nooit meer gaan leven.”

Met de toevoegingen van een installatie, objecten, film, wordt deze tentoonstelling anders dan voorgaande. De eerste zaal toont de oudere series. Deze gaan over een schip dat nabij Rotterdam zonk in de oorlog, over een proces in Zürich, over vijftien kinderen die in het Belgische Waregem de dood vonden door te spelen met een granaat – echt gebeurd, al haalde het toen niet de krant. Zulke verhalen beeld schenken, is dat om vergetelheid tegen te gaan? “Alles raakt vergeten. Ik heb zoveel tijdschriften vol interviews met vergeten kunstenaars. Dat maakt geschiedschrijving zo subjectief. Hoe beschrijf je de twintigste eeuw, zo veel levens, zo veel gebeurtenissen? Dat interesseert me. Dat je er nooit bij kunt komen.”

Maar al vertakken zijn verhalen zich alle kanten uit, altijd kiest hij de wereld van voor zijn geboortejaar 1965. “Dat komt door Cioran, een van de meest pessimistische filosofen ooit. Schopenhauer zei dat mensen niet bang moeten zijn om te sterven, want er zijn ook miljarden jaren geweest dat je er niet bij was zonder dat je dat erg vindt. Cioran stelt dat je beter zelfs niet geboren had kunnen worden. Er is meer lijden met het leven dan zonder. Het leven is een domme grap van de natuur. Daarom hou ik me bezig met de tijd van voor mijn geboorte, om me voor te bereiden op de tijd dat ik er niet meer zal zijn. Als ik sterf heb ik de troost dat ik me altijd al heb beziggehouden met die tijd waarin ik niet besta.”



Marcel van Eeden, 'Ik ben G.S.3, the killer van Den Haag', 17 mei t/m 24 augustus 2014 in het GEM, Stadhouderslaan 43, Den Haag. Di-zo 12-18u. www.gem-online.nl

sandrasmets.nl / tekeningen / marcel van eeden