Loading
 
 
sandrasmets.nl / tekeningen / hoge ogen
Spirituele kunst in Schiedam
(NRC Handelsblad, 3 december 2008)

Ooit was kerkelijke kunst een open boek, vol symbolen en verhalen die zelfs de analfabeet kon lezen. Dat de lelie de maagdelijkheid van Maria symboliseerde was algemeen bekend, of dat een lief distelvinkje bij het Jezuskind verwees naar de doornenkroon die hij later zou dragen. Die dingen snapte iedereen. Tegenwoordig weten veel mensen niet eens waar Pinksteren voor staat. Voor kunstenaars van nu die willen werken met religieuze symboliek is het dus oppassen geblazen.

Twee kunstenaars met een hang naar religie zijn Caren van Herwaarden en Erzsébet Baerveldt. In Schiedam is een duo-tentoonstelling over de betekenis van religie in hun werk, inclusief religieuze verhalen en symboliek. Baerveldt is als kunstenaar vooral bekend van haar jarenlange fascinatie voor de Hongaarse bloedgravin Erzsébet Bathory. Om in de huid van de gravin te kruipen veranderde ze haar naam, haar uiterlijk, en maakte ze jarenlang kunstwerken die een wrede, verre geschiedenis tot leven brachten. De fascinatie voor verhalen van mythische proporties is haar dus niet vreemd.

Maar christelijke symboliek is toch andere koek. Het is vanwege haar universaliteit lastiger naar je hand te zetten. Neem Baerveldts Silent Wit(h)ness , een mooi donker getekend landschap waar een soort vrouwelijke satyr in een bord kijkt waar een gezicht uit opdoemt. In het hoekje linksonder reikt iemand een klokhuis aan - Gods hand die ons de erfzonde nog even inwrijft? Eva die zegt dat ze nog wel een appel lust? Nee: het kroosje kun je ook eten, zegt de zaaltekst. Hergebruik van symbolen die we niet kunnen lezen schept niet zomaar een mysterieus beeld. Het schept een onbegrijpelijk beeld. Daarom heeft Baerveldt zaalteksten geschreven waarin ze uitlegt waarom Eva op die manier uit de rib van Adam komt en waarom hij omkijkt naar Golgotha. De noodzaak van die uitleg is niet gunstig. Het betekent dat het beeld niet sterk genoeg is om op zich te staan.

In dat laatste slaagt Van Herwaarden beter. In bruintinten tekent ze mensen die zich naast elkaar bewegen of elkaar optillen zoals in een Pietà, waar Maria haar dode zoon vasthoudt. Volgens haar tentoonstellingstekst wil Van Herwaarden mededogen, angst, troost uitbeelden maar dat zie je al zonder dat je die tekst leest. Een geslaagd voorbeeld is 'Dag mag niet'. Vier lichamen zijn naast en over elkaar heen getekend. Ze worstelen met zichzelf meer dan met elkaar. In de kluwen van ledematen zijn geen gelaatsuitdrukkingen te ontdekken maar wel een hand die op een hoofd wordt gelegd, en in alles troost uitdrukt. De zwakte van Van Herwaarden ligt elders: de techniek. Door allerlei knip- en plakwerk steken ledematen uit en over elkaar, wat geen nut heeft en alleen afleidt van wat anders een sterke voorstelling had kunnen zijn.

Het is een gemêleerde tentoonstelling waarin zwakke en sterke punten elkaar in evenwicht houden. De veranderde rol van religie is daar debet aan. Godsdienst gaf de 'oude' schilderkunst een leesbare taal die iedereen begreep en is nu een vorm van shoppen geworden - beetje God, beetje Boeddha, wat wierook, en een boekje van Paolo Coelho mee op vakantie. De kunst die zich tot deze persoonlijke zoektocht naar spiritualiteit verhoudt, leidt onvermijdelijk tot egodocumenten die betekenis hebben voor de maker. Maar niet voor een ander. Alleen als je via religie komt tot menselijke waarden, zoals troost en pijn, dan kom je tot een essentie die voor gelovigen en ongelovigen van waarde is.

Tentoonstelling: Hoge ogen, t/m 11 januari 2009 in het Stedelijk Museum Schiedam, Hoogstraat 112, Schiedam. Di-zo 10-17u. 25 december en 1 januari gesloten. Inl.: 010 2463666 / www.stedelijkmuseumschiedam.nl.

sandrasmets.nl / tekeningen / hoge ogen