Loading
 
 
sandrasmets.nl / stadsontwikkeling / kleinpolderpark

Verweesde beelden welkom in weeshuis onder fly-over
(KAAT#9, april 2012)

Het was een zandstenen sculptuur van een meisje, gestileerd figuratief, een stijl die je medio vorige eeuw meer zag. Het meisje stond moederziel alleen in de betonnen vlakte onder de fly-over van het Kleinpolderplein. Boven haar raasde het verkeer over de snelweg. Beneden, waar het doorgaans veel stiller is, troonde ze op een van vijftien betonnen sokkels die als een rijtje bedden staan opgesteld. Ze was er maar even. Op 11 oktober 2011 werd ze er aangestaard door een gezelschap dat met partytent en al de feestelijke onthulling vierde van een plan dat vooralsnog meer droom dan waarheid is: het Kleinpolderplein als beeldenpark. Over vijftien jaar, als die vieze snelweg verdwijnt uit de stad, staat deze fly-over vanzelf op de nominatie om gesloopt te worden. Niet doen, vindt kunstenaarscollectief het Observatorium. Behoud het als erfgoed en richt er een beeldensanatorium in, een beeldenpark met een helende werking voor zowel stad als kunst.

Beeldensanatorium, beeldenpark - Siebe Thissen van het Centrum Beeldende Kunst Rotterdam heeft het liever over een beeldenweeshuis. Hij krijgt steeds vaker verzoeken van deelgemeentes voor beeldenparken van ontheemd geraakte buitenbeelden. Die ontheemding heeft alles te maken met de 'wederafbraak van de wederopbouw', zoals hij het noemt. In de wederopbouw vijftig jaar geleden zijn buitengewoon veel kunstopdrachten verstrekt, vooral in Rotterdam. Deelgemeentekantoren, sporthallen, scholen, metrostations – overal werden kunstenaars gevraagd om de nieuwbouw met kunst te versieren.

Nu die wederopbouwarchitectuur veelal tegen de vlakte gaat raakt de bijbehorende kunst 'verweesd'. De ordners met inspectierapporten die bij het Centrum Beeldende Kunst in de kast staan, bevatten foto's van beeldjes die onder het mos zitten, of tussen kniehoog gras staan te verpieteren bij verlaten schoolgebouwen. En soms zijn het foto's van lege sokkels en muurtjes: 'object niet aangetroffen.'

Uit het oog, uit het hart: bronsrovers hakken ongezien beelden van sokkels en stenen beelden verdwijnen of duiken ineens op in een weiland, zonder dat iemand weet waar ze vandaan komen. Veel opdrachtgevers van vijftig jaar geleden zijn hun kunst vergeten, diensten zijn geprivatiseerd, instellingen opgeheven. Zo raakt kunst zijn geschiedenis en bestaansrecht kwijt. Hoe meer de stad verandert, hoe vaker het Centrum Beeldende Kunst wordt gebeld dat ergens een beeld in de weg staat, kapot is, of onvindbaar blijkt. Als oude beelden niet worden verzorgd, kunnen ze zelfs gevaarlijk worden – zeker creatieve speelsculpturen die niet aan de huidige eisen hoefden te voldoen...

Het Centrum Beeldende Kunst is de afgelopen twee jaar druk bezig geweest om kunst op straat inhoudelijk te laten beoordelen door een commissie van experts. Het is nu klaar om een gemeentelijke beeldencollectie te herschikken: drie kwart van de buitenbeelden moeten we koesteren, onderhouden, documenteren. Een kwart mag op termijn verdwijnen – terug geschonken aan de kunstenaar of herplaatst (dat geldt voor de gemeentelijke collectie, op de honderden beelden van sport of scholen is nog geen enkel zicht). De depots raken vol met sculpturen die geen toekomst hebben en wel drukken op de huurkosten, tot onvrede van de gemeente. Opslag is niet meer van deze tijd, zegt Thissen. We moeten sneller beslissen over het lot van een kunstwerk en een goede oplossing zoeken.

Veel van deze vergeten kunst stamt uit dezelfde tijd als het Kleinpolderplein, dat na de oorlog gold als meest moderne verkeersplein van Nederland. Het is gebouwd in een tijd van optimisme en vooruitgangsgevoel dat je ook herkent in de moderne kunst van toen. Verenig die twee in een mooi erfgoedpark en dan sla je veel vliegen in één klap. Want, zegt Thissen, daarmee kun je verschillende vraagstukken onderzoeken: erfgoed, wateropslag, ontzamelen en ook burgermecenaat. Niet voor niets sprak bij de onthulling van het Kleinpolderpark een Amerikaan die in New York samen met omwonenden de highline als park had laten inrichten. Hij sprak over civil responsabilities, betrokken burgers die ook in Nederland steeds vaker zich willen ontfermen over kunst of erfgoed wanneer dat dreigt te verdwijnen. Een goede ontwikkeling, vindt Thissen.

Het weesmeisje uit Heijplaat, want daar komt ze waarschijnlijk vandaan, is wat hem betreft welkom om in het Kleinpolderpark te komen wonen. Dat geldt niet voor alle op drift geraakte buitenkunst: een beeldenweeshuis moet een goede plek voor mooie beelden zijn. Het is geen afwerkplek voor rariteiten, die moeten weg. Ook kunst die direct verbonden is met bestaand vastgoed of een omgeving kun je niet zomaar weghalen.

Dat meisje uit Heijplaat daarentegen is echt een weesje. Ze is ergens gevonden, een burger heeft zich er stiefvaderlijk over ontfermd. In oktober mocht ze even naar buiten, daarna moest ze weer het depot in. Misschien komt ze terug in Heijplaat. En misschien krijgt ze een rustplaats in een nieuw stadspark onder een voormalige snelweg, om bij te dragen aan de stad door te herinneren aan een idealistisch tijdperk dat zo belangrijk is geweest voor de vorming van het moderne Rotterdam.



Verschenen in KAAT, het tijdschrift over kunst en economie in Rotterdam, #9: een speciale editie over het Kleinpolderplein 1968-2028 (www.cbkrotterdam.nl)

sandrasmets.nl / stadsontwikkeling / kleinpolderpark