Loading
 
 
sandrasmets.nl / schilderkunst / marte roling
Marte Röling etaleert verdriet in verf
(NRC Handelsblad, 3 februari 2010)

Je moet toch wel een heel kil mens zijn, wil je onbewogen door de huidige solotentoonstelling van Marte Röling kunnen lopen. Vijf jaar geleden verloor Röling haar grote liefde, Henk Jurriaans. Negen dagen na zijn dood besloot ze om te doen wat haar tweede natuur was: te gaan schilderen. Dat leidde tot tientallen enorme portretten, van twee bij twee meter. Hiermee richtte Röling in Museum de Fundatie de tentoonstelling Portretten van een Liefde in. De directeur noemde het zelfs 'een eigentijdse Taj Mahal'.

"Ik verga van de behoefte aan je aanwezigheid" staat in rode letters op de tentoonstellingsmuren, en "Ik probeer je terug te roepen, te smeken". Het is een tentoonstelling vol wanhoop. Schilderen is voor Röling een vergeefse poging haar man bij zich te houden. De zalen van Museum de Fundatie hangen bomvol met haar roze-rode-gele portretten die, net als de paar aanwezige stillevens, te groot zijn om er met gemak naar te kunnen kijken. Larger than life lacht Jurriaans je voortdurend toe.

Muur na muur zie je zijn pretoogjes en stoppelbaard boven een vlinderdasje of open shirt. Monomaan schildert Röling zijn jongensachtige glimlach zo close-up dat oren en kruin vaak buiten het beeld vallen. Een enkele sigaar of koptelefoon illustreren wat iedereen zo ook al ziet: dit was een levensgenieter.

Maar meer nog dan Jurriaans, portretteert Röling hier zichzelf. Door haar verdriet zo te etaleren, profileert ze zichzelf als een schilderdier: een vrouw die intense emoties ongeremd op het schildersdoek gooit. In de tijd van Van Gogh waren excentrieke schilderfanaten buitenbeentjes, sinds Herman Brood werkt zo'n imago in je voordeel. Dat voedt het populaire idee dat zulke kunst oprecht en gepassioneerd gemaakt is en dus wel goed moet zijn. De tentoonstellingsteksten versterken dit beeld: nergens gaat het over kunst, alleen over Henk, liefde, hun bijzondere relatie. Zij was de blonde vamp naast een charismatische man die er een harem op na hield. In deze verhalen schuilt de aantrekkingskracht die Röling heeft op het grote publiek dat in drommen naar haar tentoonstelling toekomt.

Ook de catalogus is één lange liefdesbrief, waarin Röling over Henk schrijft. In een inleiding over deze liefde noemt de conservator even kort parallellen met Warhol, een vergelijking die Röling afwijst. Toch leent Röling wel degelijk bij Warhol en andere kunst die vorige eeuw wow-effecten introduceerde. De enorm grote closeups zijn kleurrijk en vlak geschilderd, zoals Warhol deed, en ook zij werkt naar foto's. De abrupte fotografische enkadrering, die oren en kruin afsnijdt, is te herleiden tot de post-impressionisten. Het is een manier van componeren die kunst automatisch dynamiek geeft. Soms omlijst ze Jurriaans met bloemen à la Matisse of tulpen in Jan Cremerstijl. Bij de bloemstillevens zie je abstracte patronen die door popartists als Lichtenstein zijn geïntroduceerd. Alleen hebben die patronen bij haar geen betekenis, ze blijven versierseltjes.

Een paar jaar geleden bracht de Kunsthal een prachtige expositie over hedendaagse portretkunst. Daarin was te zien hoe veel kunstenaars nu snapshots gebruiken omdat de vluchtigheid ervan contrasteert met de eeuwigheid van verf. Dat zorgt voor vervreemding, een spanning tussen hedonisme en vergankelijkheid. Röling speelt met diezelfde tegenstrijdigheid. Een dode man die je zaal na zaal toelacht, dat is morbide en onnatuurlijk. De pretoogjes zijn maar verf, en verbleken als je langer kijkt. Het is buitenkant, verf, meer niet. Die tegenstrijdigheid zou je kunnen verwarren met iets dieps over dood en vergankelijkheid. Maar dat is te veel eer. Als de portretten meer ziel en karakter hadden kunnen blootgeven, zouden ze langer blijven boeien dan deze.


Tentoonstelling: Marte Röling, Portretten van een Liefde, t/m 24 mei 2010 in Museum de Fundatie, Blijmarkt 20, Zwolle. Di-zo 11-17u. Inl.: 0572 388188 / www.museumdefundatie.nl.

sandrasmets.nl / schilderkunst / marte roling