Loading
 
 
sandrasmets.nl / schilderkunst / van altink tot zandvliet
Nuchterheid kenmerkt Nederlandse schilders
(NRC Handelsblad, 11 januari 2010)

Wat kan Nederlandse kunst er verbazingwekkend protestants uitzien. Nooit geweten, maar wie door de huidige tentoonstelling in het Roosendaalse Tongerlohuys loopt, ziet hoe verschillende Hollandse kunstenaars al een eeuw lang uiterst sober en nuchter schilderen. Ze verbeelden kale akkers, bomen die buigen in de wind, een rustend paard. De werken komen uit de privécollectie van het verzamelaarsechtpaar Van Toledo dat nu thuis vier maanden lang tegen kale muren aan zit te staren. Tientallen werken stonden ze af voor een tentoonstelling die honderd jaar Nederlandse kunst laat zien.

Tussen de boerenlandschappen hangt ook abstracte kunst, vrij veel zelfs, dat ademt eenzelfde 'ora et labora' gevoel uitademt. Met veel bruin en matte tinten zijn de abstracte composities net zo karig en doordacht als de landschappen. Veel werken laten canvas door de verf heen schemeren of zijn netjes omkaderd met harde lijnen. Het is alsof deze kunstenaars met een soort boerennuchterheid benadrukken dat kunst echt niets meer is dan wat verf op een doek. De ondertitel 'Diversiteit in de Nederlandse kunst van de twintigste eeuw' klopt dan ook eigenlijk niet. Hier is geen diversiteit te zien, maar juist een zeer consistente kunst die onverstoorbaar van generatie op generatie voortbestaat.

De Van Toledo's hebben museale namen uit de vroege twintigste eeuw weten te bemachtigen, zoals Leo Gestel, Hendrik Werkman, Charley Toorop. Ze waren er steeds 'op tijd bij', zoals dat heet. Daarna vonden ze bij eigentijdse kunstenaars als Jan Schoonhoven en later J.C.J. Vanderheyden en Robert Zandvliet eenzelfde sobere stijl. De tentoonstelling wil ons een kijkje gunnen in de Nederlandse kunstgeschiedenis. Maar net zo goed lijkt het ons een kijkje te geven in de gedachten van een verzamelaarsechtpaar. Wat zouden dit voor mensen zijn? Toegewijde liefhebbers van kunst, dat sowieso, maar wel met een stichtelijk sobere smaak. Geen genot, geen kleur, geen gekkigheid. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.

Het is een typisch regenachtige zondagmiddagtentoonstelling. Dat komt ook door de architectuur van het museum. De lage donkergrijze balkenplafonds drukken op de kunst zoals de kunst op zijn beurt op je gemoed drukt. Alleen twee werken hebben ineens een luchtige Zuid-Europese frivoliteit. Dat zijn twee damesportretten van Bram van Velde uit de jaren twintig met ranke halzen en zelfs bijna een decolleté. Hun vrouwelijke sensualiteit is niet te rijmen met de bruinige rechtlijnigheid van de rest van de collectie. Deze twee dames hangen dan ook voor straf apart van de rest, in een verderop gelegen stijlkamer met dieprood behang en pronkmeubelen.

Toch zou deze tentoonstelling best een enkele uitschieter overleven, zo samenhangend is ze, overigens zonder monotoon te worden. Op zich is het verwaaide bomenrijtje dat Else Berg in 1913 schilderde nog best vrolijk, met zijn golvende lijnen en rode aarde. Maar ingeklemd tussen een abstracte jaren vijftiger en de witte rasters van Jan Schoonhoven lijkt het meteen ook een toontje lager te zingen.

Dat geldt voor meer werken. Het relatief woest neergekwaste landschap van Robert Zandvliet wordt door de afgemeten zwarte akker van Koen Vermeule ernaast besmet met diens strengheid. Dat is wat een goede collectie kenmerkt: de werken hoeven er niet hetzelfde uit te zien, maar passen op de een of andere manier bij elkaar. Onbedoeld vormen de boerenscènes en wisselende seizoenen een passende metafoor voor het wereldbeeld dat deze kunst uitdraagt: ismes komen en ismes gaan, maar deze broodnuchtere, sobere kunst blijft altijd bestaan.

Tentoonstelling: 'Van Altink tot Zandvliet. Diversiteit in de Nederlandse kunst van de twintigste eeuw', t/m 14 februari 2010 in Museum Tongerlohuys, Molenstraat 2, Roosendaal. Di-zo 14-17u. Inl.: 0165 536916 / www.tongerlohuys.nl (foto Tongerlohuys: J. Altink, 'Egger')

sandrasmets.nl / schilderkunst / van altink tot zandvliet