Loading
 
 
sandrasmets.nl / oude kunst / venetiaans vlaamse schilderkunst
De Venetiaans-Vlaamse as gevierd
(NRC Handelsblad, 18 februari 2011)

Was het de terugkeer van de verloren zoon? Of een andere bijbelse parabel misschien, Martha en Maria? Nee hoor. De herbergscène van Antwerpenaar Joachim Beuckelaer uit 1563 was gewoon een uitbundig feest – weliswaar met de moraal dat zulke losbandigheid ondeugdelijk was. Maar dankzij deze personages is het een sleutelstuk in de tentoonstelling van Venetiaanse en Vlaamse meesters in het Bozar. Want in dit werk komt eindelijk de middenklasse in beeld, die in de kunst een onzichtbare kracht op de achtergrond vormt.

Deze middenklasse zorgde voor de welvaart van de handelssteden Antwerpen en Venetië. Ook Beuckelaers afzetmarkt zat in Noord-Italië. Op een stadskaart die Lodovico Guicciardini – een zogeheten Italiaans-Nederduitse koopman – in 1567 uitgaf, lijkt Antwerpen een ommuurd dorpje, met knus grazende koetjes. Maar schijn bedriegt. In dit kosmopolitisch centrum smulden Antwerpenaren van Italiaanse prenten en delicatessen die met volle schepen werden verscheept uit Venetië, de poort naar het oosten. Terug vervoerden die schepen noordelijke schatten: dure stoffen en schilderijen. ‘Vlaams' gold als een keurmerk dat je net als bij Parmaham breed moest zien – grote delen van Duitsland en het huidige Nederland heetten Vlaams.

De culturele uitwisseling begon in de vijftiende eeuw, toen met het humanisme de portretkunst op kwam. ‘Wij liepen voor', vertelt een Vlaamse museumrondleidster trots. Maar dat is behalve onaardig ook onjuist. Het ging niet om snelheid, het ging om wederzijdse bewondering die gelijk op ging. Beide steden juichten toen Jan van Eyck de olieverf uitvond. Dat maakte het mogelijk om het fluweel en brokaat van de edelmannen zo magnifiek te verbeelden als in de Vlaamse schilderijen, uithangborden van de lakenindustrie. Andersom zou de zinnelijk zachte huid van Titiaans naakten veel later ondenkbaar zijn geweest zonder olieverf.

Terwijl de handel bloeide, werden de Madonna's zachter en de Jezuskinderen in hun handen speelser, grijpend naar distelvinken en andere martelsymbolen. Seculiere kunst groeide, zoals de portretkunst waaraan je zo fijn de heersende schoonheidsmodes kunt aflezen. Bassano schilderde een rijke dame met artistieke krullen en vlezige vingers, haar kinderen zitten in keurslijfjes met molensteenkragen. Jordaens portretteerde een naakte Bacchus met vetrimpeltjes – cellulitis was de naakte equivalent van het barokke schoonheidsideaal. Maar wel alleen in het noorden. In de steeds sensuelere Venetiaanse kunst werden gladde lijven omgeven door het zogenaamde Venetiaanse koloriet. Licht en pastels bepaalden bijbelse apotheoses van wolken en soft focus. Antonio Balestra presteerde het om zelfs een rauwe scène als David met Goliaths afgehouwen hoofd te vangen in een zachte erotiek. Een week uitziende David leunt sensueel achterover, zijn bleke huid en glanzend roze tepels vangen het chiaroscuro-licht.

Maar de uitwisseling kreeg tegenslagen. Dat begon al met de Beeldenstorm, die veel noorderlingen richting het katholieke zuiden deed vluchten. Daar ontdekten ze dat als je ergens definitief gaat wonen, het vakantiegevoel eraf gaat. Bovendien zakte de Venetiaanse economie in, toen de stadsstaat in oorlog kwam. Italianen als Canaletto en Guardi zochten nieuwe kopers en vonden die aan de Theems. De Engelse lords wilden wel na een reis een Venetiaans stadsgezicht ophangen als souvenir, in de klare lijn van het Neo-Classicisme. Die stijl werd gedicteerd door nieuwe culturele centra: Londen en Parijs. De Venetiaans-Vlaamse stedenband stierf een zachte dood. Zelfs Kuifje zal tijdens al zijn avonturen nooit in Venetië komen.

Voorbij is voorbij. Dat wordt onbedoeld bewezen door de hedendaagse kunstenaar Berlinde de Bruyckere. Zij maakte twee Pietà's die in de tentoonstelling modieus een dialoog met de oude Italianen moeten aangaan, maar er misplaatst en verloren tussen staan. De uitwisseling van weleer bestaat nu enkel nog uit museaal kapitaal, dat beide regio's koesteren. De bruiklenen komen uit Italiaanse musea en uit het museum in Antwerpen, dat deze expliciet uitleent aan het Bozar om de vriendschap met Brussel te benadrukken. Zo wijdt het politiek verscheurde België een tentoonstelling aan culturele cohesie. “De utopie van een verenigd Europa,” zegt Bozar-directeur Paul Dujardin sarcastisch. Maar misschien is een verenigd België wel de utopie. Want als deze tentoonstelling iets laat zien, dan is het wel hoe de kunsten en handel eeuwenlang, zonder hinder van landsgrenzen of nationalisme, de Europese eenheid deden bloeien.

Tentoonstelling: Venetian and Flemish Masters, t/m 8 mei 2011 in het Bozar, Koningsstraat 100, Brussel. Di-zo 10-18u., do 10-21u. Inl.: 0032(0)70 344577 / www.bozar.be (foto's Bozar: Joachim Patinir, Vlucht naar Egypte, 17e eeuw, KMSKA; Giovanni Bellini, Madonna met kind, 1470-75, Accademia Carrara, Bergamo)

sandrasmets.nl / oude kunst / venetiaans vlaamse schilderkunst