Loading
 
 
sandrasmets.nl / openbare ruimte / mc helderheid

Een sokkel voor iedereen
(Winnend artikel Hans Baaij Essayprijs 2012, bewerkt voor Vrij Nederland, mei 2013)

Voorjaar 2012. Een paar jongeren hangen rond bij een binnenwatertje op het Rotterdamse Feijenoordeiland, in een slaperig buurtje. Dikke meeuwen herinneren eraan dat hier ooit een stadshaven actief was, nu vaart enkel in de verte een Pannenkoekboot langs. Een vrouw zit in haar tuintje aan het Helderheidplein te lezen, waarschijnlijk met moeite. Want een paar meter verderop staan dikke beatboxen opgesteld, de muziek dreunt fysiek door de stenen muurtjes tussen de postzegelformaat tuintjes. De teksten zijn nog harder dan de decibellen: “Ik groeide op in rust en vrede, zonder problemen. Maar het leven op de straat bleef me adem benemen. Ik maakte kennis met jaloezie en haat. Ik heb geen vrienden dat is voor mij een fenomeen wat voor mij niet bestaat.” De cynische rapteksten zijn van mc Helderheid waar het plein naar vernoemd is en die als arbeidsvitaminen fungeren op deze zeldzaam warme zaterdag eind mei. Het Helderheidplein ligt namelijk vol met bouwmaterialen voor een klusdag, flessen sinas staan klaar om het zweet te compenseren.

De buurtbewoners laten het geluid over zich heen komen, mc Helderheid zelf is er enkel in herinnering aanwezig. In 2004 stierf hij onverwacht in zijn slaap, slechts 25 jaar oud. Zijn rapgroep De Tuigcommissie liet hij zijn teksten na. Die gaan over hoe zwaar het leven is maar dat je je problemen onder ogen moet zien. Feijenoord is een harde wereld waar kunst – lees urban culture – een manier is om je stem te laten horen, om boven de massa uit te steken. Kunst, als in rap, graffiti, videoclips, poëzie, is een noodzaak.

Helderheids moeder, Joany Muskiet, had daar geen idee van, ze dacht eerder dat haar zoon op het verkeerde pad was beland. “Breng het dan positief,” reageerde ze bezorgd toen hij vertelde rapper te worden. Dat heeft hij gedaan. Na zijn overlijden kwam ze erachter dat zijn kritische teksten een voorbeeldfunctie hadden in de jongerengemeenschap in Rotterdam Zuid en daarbuiten. “Ik zette mijn deuren open en ontzettend veel jongens kwamen langs. Zo ontdekte ik wat hij voor jongeren had betekend.” 'Hoor elke les die een reden heeft en ignoreer dwaasheid' – de beginletters van deze stichtelijke zin vormen het woord helderheid, het pseudoniem waaronder Breyten Muskiet rapte over het leven op straat.

Dat straatleven doet nu iets terug voor Helderheid. Samen met zijn moeder, culturele stichting Zuidzijde en opbouwwerkers begonnen fans vorig jaar het Helderheidplein op te tuigen. Een paar jaar eerder was het plein hernoemd met medewerking van lokale politici in wier agenda dit paste. Het werd een bedenkelijk eerbetoon: ten eerste is 'plein' al een groot woord voor dit rijtje parkeerplaatsen, bovendien wordt er vuil gestort.

De betreffende politici hadden hun hielen alweer gelicht en dus besloten fans en Breytens moeder om een Helderheidgroep op te richten. Die organiseert sindsdien een jaarlijks rapfestival met een Helderheidbokaal, een vormgever ontwierp met hen een groots monument, compleet met ingebouwd podium, tribunes en ontmoetingsplekken. Op die bloedhete lentedag in 2012 begon de opbouw: graffitikunstenaars spoten een piece, anderen bouwden aan het podium, de hitte maakte niemand iets uit. Kunst mag wat moeite kosten. De beatboxen stonden aan, muziek denderde over Helderheids eerbetoon in aanbouw. Een monument, een kunstwerk. Iets mooiers en eervollers dan kunst is er niet. Gerechtigheid. Het is een belofte voor de toekomst: over een jaar kunnen we opnieuw bekijken hoe het erbij staat.

***

Helderheid is een mooie naam voor een rapper in Rotterdam-Zuid, een stadsdeel dat via de klare lijn is opgebouwd. Helderheid was namelijk ook een ideaal dat de planologen voor ogen hadden, toen ze in 1946 aan tafel gingen zitten om de puinhopen van de havenstad te herstellen. Voorwaarts, op naar de toekomst, zetten ze met een trefzekere pen de eerste strepen neer – van verspringende straathoeken met uniforme gevelrijen. De esthetiek van de beeldende kunst was leidend. De planologen die meteen na de bevrijding aan het werk gingen, waren opgeleid aan het Bauhaus en aanverwante kringen, waar de heldere lijn van Mondriaan en Van Doesburg had gezorgd dat geometrische composities golden als een blauwdruk voor een harmonieuze wereld. Functioneel en zakelijk, zo staat Rotterdam te boek, niet als het kunstwerk dat het is.

De jaren dertig waren een decennium van ideologieën – zowel politiek als artistiek. Dat artistiek idealisme zag je terug op de Rotterdamse tekentafels, toen de stratenplannen van Zuid werden uitgetekend: assenstructuren met alternerende horizontalen en verticalen, massa versus leegte, als schilderijen van Mondriaan. Zo werd de kunst ingemetseld in de stad, om er onderdeel van het DNA te worden. Die naoorlogse bouwtekeningen bevatten suggesties voor felle kleuraccenten die er niet kwamen – ook toen heerste geldnood - maar wel zestig jaar later op een onverwachte manier: het monument voor Helderheid bestaat uit een patroon van witte en oranje vierkanten, ontworpen door een Rotterdams ontwerpbureau met de opmerkelijke naam De Stijlgroep.

Rotterdam herdenkt zijn ontwerpers met eerbied. Niet ver van het Helderheidplein verwijzen de straatnamen naar die voorstanders van de harmonie van zestig jaar geleden: de architecten uit de wederopbouw zijn vereeuwigd in de nette straten en pleinen achter het Gerechtsgebouw van de Kop van Zuid. Dit is ook Zuid maar een ander Zuid, meer centrum, meer grandeur, meer belofte. Hier wordt geen vuil gestort.

Een straatnaam opeisen is één van de manieren om te gedenken en de druk op zulke openbare herinneringsfuncties groeit. Door burgerlobby's stijgt het aantal monumenten voor gewone mensen, zeker in arbeidersstad Rotterdam. Cors Bloot, een opbouwwerker in Hoogvliet, Edo Fimmen, een vakbondsman op Katendrecht, Kane-Lee Ricardo Rustveld, een verkeersslachtoffer wiens familie meer wilde dan een provisorisch bermmonumentje. Soms trekken de aanvragers van een kunstwerk de vraag breder. Bij de Maastunnel ligt tussen het langsrazende verkeer een kunstwerk dat herinnert aan alle verkeersslachtoffers. Migrantengroeperingen lobbyden voor een gastarbeidermonument op het Afrikaanderplein, terwijl andere groeperingen hun voorgeschiedenis willen herdenken met een slavernijmonument. Deze uit scheepsstaal opgetrokken boot annex muzieknoot verrijst tussen de creatieve industrie in de voormalige stadshavens, waar 'industrieel staal verandert in cultureel staal', aldus stadsfilosoof Henk Oosterling – een ontwikkeling waar ook de muzikale Helderheidgroep van getuigt.

Deze kunstwerken vertellen levensverhalen, van een rapper, een verkeersslachtoffer, een gastarbeider. Zeehelden en stadhouders hebben het nakijken. De monumentenbusiness is nu in handen van de gewone mens, die ook wel eens – letterlijk en figuurlijk – op een voetstuk wil staan. Deze ontwikkeling geeft de makers – kunstenaars, vormgevers – een nieuwe taak: niet langer wordt de autonome vrijheid van de kunst op een sokkel gezet. Ze moeten de kunst dienstbaar maken voor de gewone man. Het meest opmerkelijk in deze nieuwe lijn buitenbeelden is het in 2011 opgerichte monument voor de Reus van Rotterdam: een man wiens enige wapenfeit zijn lengte was. Bij zijn leven werd hij daarmee gepest, waardoor dit kunstwerk in feite fungeert als een monument voor de underdog. Het is ontworpen als een huisje met een gelijkend beeld van 2,38 meter grootte. Zo kun je naast hem op de sokkel gaan staan, heel dichtbij, heel gewoon, niets meer dan een ander.

Het kunstwerk voor de Reus is een manier om gelijk te halen. Ja, ook wij krijgen kunst, ook wij, gewone mensen die niets hadden met die overheidskunst die bovendien telkens maar abstracter werd na de oorlog, de kant kiezend van een verzakelijkte stad en niet van de menselijke maat. Bij het Stadsinitiatief, een gemeentelijke competitie, was vorig jaar een Eerbetoon aan de Rotterdammers in de running: een plan om op de hefbrug de namen van alle stadsbewoners om beurten te laten oplichten.

Al deze nieuwe kunstwerken hebben één ding gemeen: het zijn burgerinitiatieven, ontstaan uit een verlangen naar gerechtigheid. Met een monument voor elke niche – havenarbeiders, migranten, rappers – is er uiteindelijk een sokkel voor iedereen. Niet voor niets wordt in juni een symposium gewijd aan de vraag hoe Rotterdam met zijn enorm gegroeide beeldencollectie om moet gaan. Dat kunst door burgerparticipatie juist in Rotterdam opkomt, is niet vreemd. Het was immers in de stad van Pim Fortuyn waar het populisme opkwam. Populistisch of individualistisch – de opvatting dat iedereen gelijk is, klinkt in arbeidersstad Rotterdam luider dan ooit. Bij die politieke ontwikkeling hoort deze kunst, een afspiegeling van een politieke aardverschuiving in Nederland, en een voorbode van wat de kunst in de rest van het land staat te wachten.

***

Bijvoorbeeld in Feijenoord, reden om een jaar na aanvang weer een kijkje te gaan nemen. Op papier is en blijft het Helderheidmonument een ambitieus project, waar kunst en vormgeving breed worden gedragen. Waar jaarlijks ongetwijfeld weer allemaal mensenmassa's komen uit het hele land: jongeren, voor wie kunst een must is maar wel een andere kunst dan die van de professionele beeldend kunstenaars – die op de opening in mei net zo afwezig waren als de politici. Op papier zag het er prachtig uit: het Helderheidmonument als statement van zichtbaarheid, in kloeke vormen en felle kleuren, de beeldtaal van het modernisme.

Maar papier en werkelijkheid overlappen niet altijd. Het Helderheidplein ligt achter de Nijverheidstraat, die in naam herinnert aan de bedrijvigheid van toen de haven nog bloeide. In mei 2013 staan er hoopvolle bouwborden in de leegte, net als na de oorlog, en het gebouw van Unilever met twee gigantische potten Calvé pindakaas als een soort onbedoelde popart sculpturen.

Het Helderheidplein ziet eruit alsof het opnieuw in goede bedoelingen is blijven steken. Het podium staat er, maar geen monument, geen verzamelplekken. “We zijn nog niet klaar met het plein,” vertelt Joany Muskiet, “en blijven bezig om sponsoren te zoeken voor het monument”. Ook Herman van Wamelen van Stichting Zuidzijde benadrukt dat een lange adem nodig is: “Deze dingen kosten tijd. Eerst kende niemand de Helderheidgroep, nu komen ze bovendrijven.”

Wel staan op de parkeerplekken betonnen bielzen met Trespa erop getimmerd, het bouwmateriaal dat Rotterdamse stadsontwikkeling een slechte naam heeft bezorgd. De bielzen zijn een soort zitplekken voor het podium dat weinig meer is dan een verhoginkje. Maar, het plein zit regelmatig bomvol, zowel doordeweeks als in het weekend. Moeders met buggy's, hangjongeren, opbouwwerkers die luidruchtige schoolkinderen proberen te temmen. Er wordt gezongen en getekend met overal inspiratiebronnen: in de hele omgeving knalt de naam Helderheid in swingende graffitiletters van muren en schuttingen af.

In die zin is dit kleine monument toch een succes. En op meer terreinen boekt de Helderheidgroep vooruitgang. Dit jaar waren Joany Muskiet en de rappers te gast in literair café Tsjechov en jongerengalerie RAAF en in het meerkunstenfestival Motel Mozaïque in het centrum. Twee rappers uit de Helderheidgroep, Stryder en Gaza, brengen albums uit en hebben een groeiend publiek.

Maar ze willen niet alleen in de culturele wereld een voet tussen de deur. Van Wamelen hoopt dat de groep aansluiting kan vinden bij het Nationaal Programma Rotterdam Zuid: de miljoeneninvestering vanuit het Rijk om Rotterdam-Zuid uit het slop te trekken onder leiding van topambtenaar Marco Pastors. “Het nationaal programma en de Helderheidgroep hebben dezelfde idealen: jeugdwerkloosheid bestrijden, criminaliteit tegengaan, talentontwikkeling,” zegt Van Wamelen. “Ze zouden één op één moeten passen. In theorie.”

Maar er gaapt een kloof tussen overheidsdoelstellingen en de dagelijkse levens van probleemjongeren waar 'al zo veel beleid over uitgegoten is' zoals Van Wamelen zegt. De Helderheidjongens zouden willen intermediëren richting straatjongens, die naar hun wel luisteren. Marco Pastors en rappende jongeren. Dat lijkt niet te doen. Maar dit voorjaar betrekken Zuidzijde, het nationaal programma en ondernemersverenigingen één kantoorpand in de Tarwewijk, waar Pastors al gezien moet hebben hoe de kreet Helderheid in vette kapitalen op een steunpijler gekalkt staat – heel toevallig een symbolische plek, straat en hoogte verbindend.

Ook staat de naam Helderheid intussen ingefreesd op het podium op het Helderheidplein, met aanverwante woorden als dwaasheid, wijsheid, alsof het hint naar de personificaties van deugden en ondeugden uit de kunsthistorische symboliek. Het is en blijft een monument vol belofte, een symbool van hoe de stad zich zou kunnen ontwikkelen, gestart buiten het zicht van de kunsten en wie ook om, maar de blikken beginnen zich hun kant uit te richten.

Joany Muskiet blijft de missie van haar zoon uitdragen. Als gospelzangeres – Breyten had zijn talent van geen vreemde – bezoekt ze al jaren jongeren in gevangenissen, tegenwoordig samen met Helderheidrappers. Zij zingt, de jongens rappen, waarna ze tegen de jeugdige delinquenten zegt: “En nu jullie.” Dat werkt, zegt ze. “Zo kunnen ze hun angst en woede vertolken, een gehoor vinden voor hun verhaal. De Helderheidjongens die ik meeneem hebben soms ook vastgezeten. Zij begrijpen die gedetineerden, maar dragen een positieve boodschap uit. We willen helderheid brengen in de harten van jongeren. Net als Breyten.” Of zoals haar zoon het ooit zei: “Er is geen tijd om stil te staan we moeten roeien met de riemen die we hebben en doorgaan. Progressie, de missie moet slagen. Geen tijd meer voor nonsens in deze donkere dagen.”

 

sandrasmets.nl / openbare ruimte / mc helderheid