Loading
 
 
sandrasmets.nl / openbare ruimte / lichtfestivals

Photoshoppen met licht
(NRC Handelsblad, 18 december 2014)

De feestelijke decembermaand begint elk jaar vroeger, dit jaar al op 9 november. Toen opende in Eindhoven het zeer populaire lichtkunstfestival Glow. Als de avond viel kwam vanaf het station een mensenmassa in beweging die als één lichaam door de soms te smalle winkelstraten kroop. Onder gordijnen van lampjes, langs zingende en kleurig verlichte bomen en zinsbegoochelende filmprojecties op villa’s voerde de route via het door rook, licht, muziek gevulde stationsgebied tot in de binnenstad. Duizenden hielden stil voor de kerk waarop dansende patronen werden geprojecteerd - het mooiste, stemden bezoekers later op een app.

Minder opstoppingen waren er in het Strijp-S-gebied bij Glow Next, een meer experimenteel lichtfestival met interactieve bovenlichten en oplichtende stoeptegels (denk aan Michael Jacksons clip Billie Jean) waarvan de effecten werden gemonitord. En om te laten zien dat de lichtkunst historische wortels heeft, draaiden op een binnenterrein films van avant-gardisten als Man Ray. In een laboratoriumkelder werden lichtblobs geprojecteerd met vloeistoffen uit reageerbuisjes en konden bezoekers stemmen op hun favoriete licht. “Welk licht vind je het mooist?,” vroeg een hostess. “Welk zou je in je straat willen? En waarbij voel je je het meest veilig?”

Tussen alle feestelijkheid door hoorde deze laatste presentatie bij een serieus publieksonderzoek naar lichtbeleving, ‘mood management’. Rik van Stiphout, programma-adviseur licht en cultuur van de gemeente Eindhoven, vertelt erover. Tien jaar geleden begon hij een nieuwe lichtvisie voor de stad te schrijven: “Toenmalig burgemeester Alexander Sakkers had bij zijn aantreden laten vallen de lichtstad niet echt te herkennen en zette licht nadrukkelijk op de agenda. De nieuwe visie omvat alle licht in de buitenruimte, een holistische aanpak.” Dat sorteerde effect: in 2007 hield Luci, een mondiaal stedennetwerk over licht in Lyon, zijn jaarvergadering in Eindhoven tijdens de eerste editie van Glow. Deze maand won de gemeente een internationale duurzaamheidsprijs voor het regisseerbare systeem van full-colour lantaarnpalen in het Strijp-S-gebied, dat bij Glow Next te zien was.

Hoewel lichtstad Eindhoven het aan zijn geschiedenis – Philips – verplicht is om zich met licht te profileren, is het inmiddels maar een van de vele Europese steden met een lichtkunstfestival. Vaak speelt city branding een rol zoals bij het Amsterdam Light Festival dat tot 18 januari duurt. Ook Gouda profileert zich al jaren met lichtkunst rond kersttijd. Rotterdam stimuleert de koopavonden met een nieuw lichtevenement deze maand in de binnenstad, Sparkling Senses, en De Bijenkorf heeft bij elk van zijn vestigingen een klein eigen verlichtingsfestijn. Het lichtfestival China Light is van Rotterdam naar Utrecht gereisd. Het lichtfestival in Gent beleeft deze winter zijn tweede editie. Net als in Eindhoven staat duurzaamheid voorop – licht vreet energie. En delegaties uit Azië komen geregeld hier kijken, want al slapen de exuberant verlichte Aziatische metropolen nooit, Europa loopt nog altijd voorop als het gaat om lichtkunst.

Waar komt die populariteit van lichtfestivals vandaan? “Het komt door de led-technologie,” antwoordt Rogier van der Heide, artistiek leider van het Amsterdam Light Festival. “Deze heeft lichtkunst zo gemakkelijk gemaakt, dat iedereen met licht kan ontwerpen. Vroeger was licht hoog voltage, lampen waren heet, gevaarlijk, de apparatuur ingewikkeld. Leds zijn zo klein, de levensduur is goed, ze hebben een chip dat het geheel regelbaar en bestuurbaar maakt. De bakermat is Lyon, daar is al jaren een lichtfestival dat een school teweeggebracht heeft. Kunstenaars maken elk jaar nieuw werk en laten dat rondreizen, een soort verhuur van lichtkunst. Je hebt zelfs sites voor hobbyisten hoe je met licht kleding kunt maken.”

Die toegankelijkheid van de technologie bleek toen het Amsterdam Light Festival een oproep voor plannen deed: het kreeg duizend inzendingen. Daaruit selecteerde een jury veertig nieuw te maken kunstwerken voor een tweedelig festival: ‘Water Colors’ is vaarroute langs kunst in en aan de grachten, ‘Illuminade’ een wandelroute via enkele parken. Het is opgestart om de toerisme-industrie in de winter te stimuleren en wordt vooral betaald door de rederijen.

Waar Glow in Eindhoven een spectaculaire viering van de lichtcultuur is, Glow Next toekomstgericht design en experiment toont, lijkt de Amsterdamse variant meer beeldende kunst. Kunstwerken liggen als lampjes in de grachten, spreiden zich over bruggen, op het dak van de Stopera staat een maan die melancholisch blauwgroen opgloeit. Op een façade wordt een bewegende film geprojecteerd van vensters, schimmen, teksten uit social media – videomapping van een realtime film, een film die nooit het verleden toont maar enkel vluchtig het heden viert. Floept het uit en het is weg: deze ervaring, deze fictieve stad bestaat alleen bij de gratie van licht. Populair zijn de met apps aanstuurbare kunst zoals de lichtgevende tulpen te zijn die met een app op te roepen zijn uit het water, als bij de Vliegende Fakir in de Efteling maar dan met bewegend digitaal licht.

Dat openbare verlichting op het internet wordt aangesloten, is in meer opzichten belangrijk voor de openbare ruimte, zegt Van Stiphout. “Wie in de toekomst gaat over het lichtnet in de stad, doet ook iets met internet op straat. Nu al experimenteren we met technologie die je toegang geeft tot delen van het lichtnet. De lamp gaat knipperen waar je auto staat, interactieve lantaarnpalen geleiden je via je gps langs je favoriete hardlooproute.”

Speelt die technologische markt een rol voor bedrijven om een festival te sponsoren? Van Stiphout: “De belangen zijn groot. Glow begon met tijdelijke overheidssubsidies maar wordt nu grotendeels door bedrijven gefinancierd. Dat betekent grotere budgetten en met die schaalvergroting wordt de kunst spectaculairder maar ook voorspelbaarder. Dat zie je wereldwijd, alle lichtkunst gaat op elkaar lijken. Videomapping vind je overal, op gebouwen geprojecteerde films. Elk gebouw stort een keer in, er vliegen aliens uit. De stad wordt een Youtube-kanaal. Alles krijgt soundscapes en rookeffecten, ook kunst die dat niet nodig heeft. Dat komt niet enkel door sponsoren die gezien willen worden, ook het publiek wil steeds meer spektakel, een lichtfestival als attractiepark.”

Dat zo meer inwisselbare kunst ontstaat, bevestigen ook Van der Heide en lichtkunstenaar Giny Vos, aanwezig bij de selectiepresentatie van Amsterdam Light Festival. Zelf is ze tot nog toe terughoudend met het meedoen aan festivals. “Mijn werk gaat over specifieke beelden, bijvoorbeeld over de vroege film. Maar festivalkunst gaat over festivals, over het wow-effect. Het is event-art, vaak terloops. Zo’n festival is geweldig maar complexe kunst kun je er niet gemakkelijk laten zien. Op de kermis kun je ook geen stiltecentrum inrichten.” Maar het hoeft niet allemaal kunst met een grote k te zijn, voegt Van der Heide toe: “Water Colors gaat meer om de vaarroute, de gehele ervaring als ritme met goed getimede scènes dan om de afzonderlijke werken. De kunst is op monumentaliteit gekozen: eenduidige beelden die je in één keer in je op kunt nemen. Een boot gaat snel. Is het kunst? Of design? Soms is het vooral spectaculair, of het vooral heel knap wat licht allemaal kan.”

Want wat kan licht allemaal? Het kan dansen op een koord, tevoorschijn duikelen als je met je hoofd schudt, over een brug heen dansen als een grote golf. “Je zou vergeten dat licht eigenlijk gaat om leven, hoop, verlichting,” verzucht Van Stiphout.

Toch is dat ook een reden dat lichtfestivals plaatsvinden in de winter, rond kerst, een tijd van bezinning. Het Fête des Lumières in Lyon is opgedragen aan Maria, weet Luci-medewerker Marjolijn van der Meijden “De dankwoorden ‘Merci Marie’ zag je tot in neonletters op een heuvel. Letterlijk en figuurlijk glorieus.” Lichtfestivals vormen een seculiere kerstviering én een viering van de toekomst, van innovatie. Gevoelsmatig staat het donkere voor vroeger en licht voor vernieuwing, de toekomst, zeker in combinatie met vernieuwende en kleurige technieken. “Een high tech variant van de aloude kaarsjesroutes en lampionnenoptochten,” zegt Vos.

Ook is licht een zachtzinnige overname van de nacht, zegt Van Stiphout: “Het maakt de stad ook ’s avonds leesbaar en bruikbaar, zodat je je er dan ook thuis voelt. In feite photoshoppen we met licht een ander nachtelijk stadsbeeld, door selectief plekken en gebouwen aan de duisternis te onttrekken. Moderne lichttechniek maakt alles mogelijk tegen steeds lagere kosten. Maar of dat ook overal wenselijk is?”

Lichtfestivals zijn geen tijdelijke hype: alle betrokkenen antwoorden dat het er alleen maar meer worden. En de bestaande festivals groeien. Het vierdaagse festival in Lyon trekt zo’n drie miljoen bezoekers, Glow circa 650.000 (ruim driemaal het inwonertal van Eindhoven), het Amsterdam Light Festival is nog gaande maar zal boven de 700.000 van vorig jaar uitkomen. Het managen van die publieksstromen wordt een aandachtspunt, zegt Van der Heide. Lichtkunst is geliefd maar dat het vooral in festivalvorm zulke mensenmassa’s trekt, daarvoor heeft Van Stiphout nog een verklaring: “Je ziet het ook bij muziekfestivals, daarvan komen er steeds meer. Muziek gaat over emoties en het voelt goed om dat samen te beleven, in saamhorigheid. Muziek emotioneert, licht doet iets anders: het betovert. En wie wil er nou niet betoverd worden?”

sandrasmets.nl / openbare ruimte / lichtfestivals