Loading
 
 
sandrasmets.nl / openbare ruimte / kunst verdwijnt

Kunst verdwijnt van de straat
(NRC Handelsblad, 27 maart 2014)

Het zijn abstracte beelden, op het eerste gezicht dan. De ongenaakbare bouwsels van de Amerikaanse kunstenaar Dan Graham zijn van glas dat deels doorzichtig is. Dat levert een spel op van zien en gezien worden. Dit voorjaar organiseert Museum De Pont in Tilburg een overzicht van zijn beelden. Echt abstract zijn ze niet: het glas verwijst naar de gebouwde omgeving, naar grote steden met spiegelende bankgebouwen. Zijn sculpturen zijn schillen waar je je in kunt begeven, om te voelen hoe architectuur gebruikt wordt. Het gaat om interactie, zonder bezoekers zijn ze zielloos, schreef Hans den Hartog Jager in deze krant over de tentoonstelling.

Vanwege die interactie is het geen wonder dat de museaal gelauwerde Graham ook in de openbare ruimte werkt, want juist daar wordt dit spel werkelijkheid. Eind mei wordt een paviljoen van hem onthuld in de vallei van de rododendrons in Trivero, Italië. Ook in Den Haag staat een echte Graham, ontworpen om zijn abstracte concepten te toetsen aan de prozaïsche buitenwereld. Het is een bewakingshuisje bij een fietsenstalling op de Prinsegracht. Hoge kunst, tussen de tramhaltes en stoplichten.

Het huisje staat er sinds 2008, toen het Haagse kunstcentrum Stroom met Grahams bijdrage het project Fiets&Stal afsloot. Stroom had dat ontwikkeld voor de gemeente Den Haag en Biesieklette, een organisatie die met langdurig werkzoekenden bewaakte fietsenstallingen exploiteert. Tien kunstenaars en vooraanstaande architecten ontwierpen bewakingshuisjes voor die fietsenstallingen. Die staan vanaf het centrum tot in Scheveningen – een fijne fietsroute. „Om een laag van verbeelding toe te voegen aan de stad”, vertellen Vincent de Boer en Arno van Roosmalen van Stroom over het waarom. „En om het werk van de bewakers, toen melkertbanen, aantrekkelijker te maken.” Een Hollandser kunstopdracht bestaat haast niet.

Maar de openbare ruimte is een andere wereld dan de klimaatbeheerste musea. Op straat moet kunst opboksen tegen regels, verkeer, commercie, bestemmingsplannen, publieke opinie, vandalisme. Grahams Haagse huisje verloor die strijd: het werd gesloten. „De stalling bleek niet populair bij fietsers”, zegt Van Roosmalen. „Ook was het huisje moeilijk te gebruiken door die spiegelingen. Het glas maakte het snoeiheet in de zomer en Graham verbood luxaflex: dat ging tegen zijn concept in.” Na de sluiting zette het verval in. De glazen deur is gebarsten, de ruiten zijn behangen met posters voor uitgaansfeesten.

Verval
Grahams werk, eigendom van de gemeente, is geen op zichzelf staand voorbeeld. Veel recente kunst in de openbare ruimte vervalt. Oudere buitenkunst – reliëfs, muurschilderingen, omgevingsontwerpen – heeft zijn lot verbonden aan dat van de gebouwen waar het aan vastzit, bij sloop gaan ze samen ten onder. Maar de kunst van de laatste twintig jaar heeft zich juist losgezongen van dat beton. „Zichtassen, rooilijnen – kunst in de openbare ruimte ging over heel andere dingen dan in musea”, zegt Tom van Gestel, jarenlang artistiek leider van de Stichting Kunst en Openbare Ruimte (SKOR). „SKOR en zijn voorgangers, zoals het Praktijkbureau Beeldende Kunstopdrachten, wilden vanaf de jaren tachtig de ontwikkelingen uit de kunst ook in het publieke domein krijgen, zoals multimedia, performance, installaties.” Grahams sculptuur, geen SKOR-project, is ook een voorbeeld van die ontwikkeling.

Namens het Rijk verzorgde SKOR zo’n duizend kunstprojecten in de (semi-)openbare ruimte, waarvan veel voor zorginstellingen, uit de tijd dat Volksgezondheid en Cultuur onder hetzelfde ministerie van WVC vielen. Wegens bezuinigingen sloot SKOR in januari 2013 haar deuren. De website blijft online en het archief is ondergebracht bij het lectoraat kunst en publieke ruimte van de Rietveld Academie. Tijdens een gesprek in dat archief stellen Van Gestel en Jeroen Boomgaard, lector kunst en publieke ruimte, dat deze openbare kunst vaak afhankelijk is van participatie en daardoor onderhoud behoeft. Dat maakt het kwetsbaar. Door een veranderde omgeving kan het in onbruik raken en resteert een gemankeerd kunstwerk – een fietsenstalling sluit, een film wordt niet meer vertoond, technologische kunst wordt niet meer aangezet.

In zorginstellingen speelt een rol dat functies veranderen, vertelt Van Gestel: „Bejaardentehuizen werden meer en meer psychogeriatrische verpleeghuizen, met andere zorgtaken. Ze hebben meer bewoners met dementie, die schrikken van interactieve kunst die voorheen wel functioneerde.” Ook veranderende techniek kan een rol spelen, zoals bij Waterlanders van Marieke van Diemen, een kunstproject in een ziekenhuis in Purmerend waar bezoekers in een filmhokje videoboodschappen konden opnemen en versturen. „Dat doet iedereen nu met zijn smartphone.”

Ook het destijds gelauwerde postkantoor van Jennifer Tee en Gabriel Lester in zorgcentrum Beatrix te Culemborg, met speciaal briefpapier en tekststempels, raakte in onbruik. „De zorgtaken zijn steeds zwaarder geworden, we hebben nu een grotere buurtfunctie”, zegt manager welzijn Marja Verrips telefonisch. De ruimte die de kunstenaars ontwierpen is nog intact en wordt nu gebruikt voor computercursussen, waar ook buurtbewoners welkom zijn. Ook kaartjes worden nog wel verstuurd, maar het postkantoor is geen vast onderdeel meer van het activiteitenprogramma.

Bij dit soort kunst kun je stellen dat het ter ziele is wanneer het niet meer functioneert. Zoiets is ook het geval bij Grahams bouwsel: buiten gebruik. Maakt dat het een gemankeerd kunstwerk? „Of is het een gemankeerd architectonisch object?”, vraagt Van Roosmalen. „De artistieke integriteit is hier onduidelijk. Het gaat om kijken en bekeken worden. Dat is anders dan in een museum, waar je als bezoeker bewust frictie wilt opzoeken en dan wegloopt. Stroom mag het werk niet aanpassen van Graham, met zonnewering, maar mag het van hem ook niet als autonoom object behandelen. Het mag bijvoorbeeld niet in een museumtuin komen te staan.”

Kunstwerk verdwenen
Met die kwetsbaarheid heeft de interactieve kunst in de openbare ruimte zich in een lastige positie gemanoeuvreerd. Maar dat komt niet alleen door de kunst zelf. De omgeving waar participatieve kunst van afhankelijk van is, verandert snel. Zorginstellingen privatiseren, overheidspanden worden verkocht en kunstinstellingen wegbezuinigd. „SKOR is opgeheven, er is gewoon geen telefoonnummer meer”, zegt Van Gestel.

Zo werd hij benaderd door Simcha Roodenburg, de kunstenaar die in 2001 een gigantische sculptuur had opgeleverd voor de ingang van het Rotterdamse Ikazia Ziekenhuis. „Groot project, onthuld door de burgemeester. Maar toen ging de kunstenaar er met een kunstverzamelaar kijken. Het was weg.” Bij navraag meldt het ziekenhuis dat het werk is vernietigd bij een herinrichting van het plein, nadat het al in slechtere staat had verkeerd door wildplassers en beschadigingen.

Zonder toezicht wordt kunst sneller vernietigd, dat geldt ook voor de architectuurgebonden opdrachten die destijds met publiek geld zijn opgeleverd. Van Gestel noemt de privatisering van de posterijen: „Een kwart eeuw geleden zijn diverse expeditieknooppunten gebouwd, telkens met kloeke kunst. De post is geprivatiseerd, expeditieknooppunten worden gesloopt. Hoeveel kunst daarmee ongezien verdwijnt, ik weet het niet. Natuurlijk hoeft kunst niet voor de eeuwigheid te bestaan. Maar het gaat me om de manier waarop het verdwijnt.”

Jeroen Boomgaard herkent dat: „Ik weet van een kunstenaar die zijn werk op Marktplaats zag staan. Als er een aanspreekpunt was geweest, iemand die over het werk ging, dan was dat niet gebeurd.”

Door privatisering komt onderhoud van kunst vaak bij bedrijven terecht. „Afspraken over onderhoud verlopen moeizaam, nieuwe eigenaars zien de kunst vaak als een last”, weet Boomgaard. Dat bleek vorige maand nog, toen Leonard van Munster berichtte dat zijn lichtkunstwerk op het voormalige GAK-kantoor in Amsterdam West gesloopt wordt door de nieuwe eigenaar, een vastgoedinvesteerder. Het was in 2012 opgeleverd. Dan krijgt kunst weinig kans om kunstgeschiedenis te worden.

Ook overheden kunnen hun beleid richting de kunst veranderen, bijvoorbeeld door een wisselende politiek. Van Gestel noemt het grote beeldenpark De Verbeelding. „Dat verrees dankzij de Rijksdienst IJsselmeerpolders om het nieuw te bouwen dorp Zeewolde een ziel te geven. Maar de gemeenteraad stelde andere prioriteiten, onderhoud werd wegbezuinigd.” Hij somt de kapotte werken op – herman de vries, Jan van de Pavert, Roman Signer. „Alleen het betonnen werk Sea Level van Richard Serra is niet kapot te krijgen.”

Burgerinitiatieven
Maar is die afkalvende verzorgingsstaat wel zo erg, kan de markt die mecenaatsrol niet overnemen? Veel gemeentes werken op eigen houtje aan kunstprojecten om bijvoorbeeld nieuwbouwwijken te doen onderscheiden op de woonmarkt. Architectenbureaus schakelen kunstenaars in voor concepten, burgerinitiatieven zorgen voor monumenten. Kunst volop, toch? „In de praktijk ontstaat een vacuüm”, zegt Van Gestel. Boomgaard beaamt dat: „De overgang is te groot. De overheid kan zich niet zomaar van alle taken ontdoen door op te roepen tot privémecenaat. Of crowdfunding. Alsof dat lukt. Alles op projecten gooien levert losse flodders op. Dan moet je niet klagen als je straks een maatschappij zonder samenhang en structuur hebt.”

Het lectoraat is intussen bezig een digitale helpdesk op te richten voor kunstopdrachten in de openbare ruimte. Met good practices, theoretische reflectie in een databank met informatie en een podium om ideeën uit te wisselen. Dan hebben gemeentes en andere lokale opdrachtgevers een klankbord.

Ook het Haagse Fiets&Stal is in beweging. Het bewakingshuisje van Frans Halmans werd door de gemeente Den Haag verplaatst richting de Tweede Kamer, waar het op het Buitenhof werd gezet. Het huisje werd van reflectieglas voorzien en de lichtbak op het dak is gesloopt. Dat is in strijd met de auteurswet, maar welke kunstenaar heeft zin in een rechtszaak? Onbruik tornt aan de werken, gebruik ook – zoals bij Graham. „Maar zijn werk nodigt niet uit tot gebruik”, zegt Van Roosmalen. „Dat is heel dubbel. Daarmee schept Graham een patstelling.”

Het maakt de toekomst van Grahams sculptuur onzeker. Binnenkort, vermoedelijk in april, wordt het kunstwerk weggehaald van de Prinsegracht en in een opslag gezet, om in elk geval verdere verloedering te voorkomen. Over herplaatsing is niets bekend. „Als het niet meer functioneert, moet het gewoon ontmanteld worden”, reageert Graham desgevraagd vanuit New York. „Het is geen sculptuur. Het is een paviljoen, en dus tijdelijk. Vergelijk het met een bushalte. Als de bus er niet meer stopt, moet de halte ook weg.”

Meer lezen: de archiefsite van SKOR op classic.skor.nl : de nieuwe helpdesk komt op www.dhaps.org en het lectoraat Kunst en Publieke Ruimte van de Rietveld Academie heeft een eigen website op www.laps-rietveld.nl

sandrasmets.nl / openbare ruimte / kunst verdwijnt