Loading
 
 
sandrasmets.nl / openbare ruimte / hoogbouwstad

Rotterdam mist visie
(NRC Handelsblad, 31 maart 2011)

Flat Valckensteyn wordt gesloopt. Het is een roemloos einde voor een van de vele galerijflats waar Nederland vol mee staat. Valckensteyn staat in Rotterdam Zuid in een hoekje van de wederopbouwwijk Pendrecht, een Vogelaarwijk die er door een grondige renovatie weer uitziet als in de jaren vijftig. Valckensteyn kon niet blijven. De eigenaar, woningbouwcorporatie Woonstad, besloot na een paar pijnlijke legionellaincidenten dat de stekker eruit moest. De flat was op. De laatste bewoners, peuters van het kinderdagverblijf op de begane grond, vertrekken in april. In mei gaat de sloopkogel erin.

In Rotterdam is men niet bang voor sloopkogels of verandering. Het geldt al sinds voor de oorlog als de modernste stad van Nederland, stelt onderzoeker Patricia van Ulzen in haar boek 'Dromen van een Metropool' uit 2007. Toch dankte het dat imago niet aan hoogbouw, eerder aan het swingende culturele leven vol muziek en theaters. Dat culturele leven wordt in deze populistische tijden ook iets waarin Fortuynstad Rotterdam vooroploopt de nek omgedraaid. Maar aan de moderne droom wordt niet getornd.

'Hoor hier bonkt het nieuwe hart van Rotterdam' staat op alle bouwschuttingen in de stad te lezen. Het is een slogan die impliceert dat de stad opnieuw is platgegooid, net als in 1940. In Rotterdam is de term 'hart' onlosmakelijk verbonden met de oorlog; Zadkine's oorlogsmonument zonder hart. Op die metafoor speelt de slogan in, aansluitend op het imago van de snelle stad die nooit af is.

Maar de waarheid is anders. Deze bouwputten zijn geen noodzaak. Er was geen nieuw bombardement. Deze bouwputten worden veroorzaakt doordat grond is verkocht aan projectontwikkelaars. Torens op A-locaties geld leveren nog altijd geld op. Dat het inwonertal van Rotterdam terugloopt en veel torens er over een paar decennia verpauperd en leeg bijstaan, is formeel niet de verantwoordelijkheid van de projectontwikkelaars. Zij kunnen zelfs tegenwerpen dat ze zorgen voor een economische injectie. De gemeente daarentegen zou beter moeten weten, alleen, die heeft weinig meer in te brengen: het heeft de afgelopen jaren de grond verkocht aan marktpartijen. Dat heeft de gemeentekas gespekt, waaruit nu PR-campagnes met wederopbouwslogans worden gefinancierd en plannen voor 'plintvulling': designwinkeltjes op straatniveau moeten de kilheid van de nieuwe hoogbouw wegnemen. Maar hoeveel klandizie is er voor designwinkeltjes en in een stad waar elders straten dichtgetimmerd zijn en kapitaalkrachtigen de wijk nemen naar buitengebieden?

Pendrecht dateert uit andere tijden. Na de oorlog was er écht sprake van wederopbouw, niet van nostalgische wederopbouwslogans die economische motieven moeten maskeren. Tot ver in de jaren zestig was de woningnood schrikbarend. Vooral aan de zuidoever van de Maas verrezen tal van nieuwe woonwijken. De grond was nog eigendom van de gemeente en de stad bepaalde dus zelf wat er werd gebouwd. Ondanks de haast van de woningnood werd gebouwd met een zorgvuldigheid die de stad zich nu niet meer lijkt te kunnen of willen permitteren.

De wijk Pendrecht lag vijf jaar op de tekentafel. Het werd merendeels ontworpen door een Duitse Bauhausarchitect, Lotte Stam-Beese. Afkomstig uit kunstkringen ontwierp ze Pendrecht als een Mondrianesk kunstwerk, waarin groene openbare ruimtes een perfecte balans vormden met midden- en laagbouw. Kunstenaars dachten dat als ze de wereld herontwierpen volgens de avant-gardistische principes van abstracte kunst, deze beter zou worden. Dat is een idee waar veel op af te dingen is héél veel zelfs. Maar het is tenminste een idee. Een visie. Een stad verkopen aan de markt, dat is nauwelijks een visie te noemen.

Hoogbouw was na de oorlog een discussiepunt. De Rotterdamse architecten verenigden zich in Opbouw, een club die gelieerd was aan het internationale architectuurplatform CIAM. Dat had als bekendste lid Le Corbusier, de ontwerper van megalomane hoogbouwwijken. Daardoor denken velen dat al die modernisten pro-hoogbouw waren onterecht. De Rotterdamse architecten stonden huiverig tegenover woonflats. Natuurlijk, het uitzicht is er geweldig maar je wilt burgers toch bij het stadsleven houden, in de wereld, aan de grond dus. Wederopbouwwijken zijn veelal een uitgekiende mix van midden- en laagbouw. Ergens verstoorde het iets latere Valckensteyn die oorspronkelijke mix in Pendrecht en komt de sloop het evenwicht ten goede.

Vanaf de jaren zestig schoot Nederland de lucht in. Tegen de woningnood viel niet meer op te bouwen en in heel Nederland verrezen Bijlmers, zeker toen hoogbouw zo veel goedkoper werd dan laagbouw. Later begon Rotterdam aan een hoogbouwdroom te werken, van het Weena tot de Blaak. Manhattan aan de Maas ook zo'n pakkende slogan. Aan de Blaak verrees onlangs nog Wijnhaeve: het getrapte silhouet is een flauwe kopie van New Yorkse torens zoals de Chrysler Building. Deze grappige cliché's zie je wel meer, een soort Disneyficatie van de hoogbouwdroom. Maar een grapje blijft maar even leuk. De clichématige toren blijft dan nog jaren staan.

New York naspelen past in deze tijden van city branding. Rotterdam verkoopt het imago van een moderne metropool met skyline, ook al is deze skyline maar vanaf een paar punten uit de stad te zien. Imago is belangrijker dan de gebouwde realiteit. Ook verder leunt de stadspromotie zwaar op het vooruitgangsverlangen van de vorige eeuw: Spaansepolder 2015, Nieuw Crooswijk 2018. Bouwvertraging wordt via PR ten gunste gedraaid door het te vermommen als langetermijnvisie.

Tijdens de wederopbouw bestond geen city branding zoals nu, wel een gemeenschappelijk verlangen naar een betere toekomst. De moderne droom was een inspiratie, een motivator. Modern betekende vooruitgang, goed bouwen. Het ging niet om patserigheid. om wie de grootste toren had. Nu verkoopt façadepraat een inhoudsloos überkapitalisme als avant-garde. Hoe leger en killer het wordt in de stad, hoe harder deze PR-machine met zijn holle wederopbouwretoriek zal moeten draaien. Want in een droom is het moeilijk wonen.

(foto: Rotterdam Imagebank, door Max Dereta)

sandrasmets.nl / openbare ruimte / hoogbouwstad