Loading
 
 
sandrasmets.nl / interdisciplinair / myvillages.org
Platteland als kennisbron
(KAAT#8, december 2011)

Friese nagelkaas, het klinkt zo onschuldig. Maar Londenaren die een paar jaar geleden Late at Tate bezochten, weten wel beter. Ze kregen stukjes kaas met een verhaal aangeboden. De promotiedame bleek een Friese kunstenaar te zijn, Wapke Feenstra, die haar werk in het teken stelt van het platteland. De kruidnagel van deze kaas was een inzet in de oorlog die Nederlanders en Friezen voerden in Indonesië, wist ze te vertellen. Ook de Friese kruidkoek, een middel om een regionale identiteit te benadrukken, is ooit bewust volgestopt met internationale kruiden, wat je met de blik van nu kunt zien als een getuigenis van ons koloniale verleden.

Ken je agrarische geschiedenis en je kent de wereld waar je in leeft. In 2005 organiseerde Feenstra ten zuiden van Londen de internationale Village Convention samen met kunstenaars Kathrin Böhm en Antje Schiffers, over de relatie tussen kunst en platteland. Twee jaar eerder hadden ze myvillages.org opgericht: een kunstenaarsinitiatief met het platteland en het dorp als kennisbron. Dat leidt tot een rondreizende dorpswinkel met internationale streekproducten, en tot fotoseries en verhalen over het veranderende boerenbedrijf. “Niet uit nostalgie,” zegt Feenstra, “maar om inzicht te geven in een veranderende wereld”. Dat doet ook het boek Images of Farming van myvillages.org. Daarin verhalen Europese en Amerikaanse auteurs over Q-koorts, over de blik van Google Maps op het land, over hoe het Oost-Duitse platteland verandert sinds de opheffing van de communistische collectieve boerderijen. Kunst en platteland gingen al samen voordat Breughel zijn ploegende boer schilderde en Ruysdael het boerenland.

Myvillages.org is actief in een hecht internationaal netwerk van kunstenaars die hun interesse in plattelandscultuur wereldwijd presenteren. “We krijgen uitnodigingen vanuit Thailand, de VS, België,” zegt Feenstra. In Nederland kreeg myvillages.org moeilijker voet aan de grond: “Alles moest urban zijn.” Het tij lijkt te keren en afgelopen oktober werd myvillages.org voor het eerst getoond in een Nederlandse kunstinstelling, TENT in Rotterdam.

De late Nederlandse interesse wijt Feenstra aan het feit dat Nederland een klein land is: “Nederland denkt snel vanuit de verhouding tussen centrum en periferie. Grotere landen onderscheiden vanzelf meer interessante gebieden.” De ironie wil dat de huidige belangstelling voor het platteland en de voedselproductie daarvan ook lijkt te komen door de stad, waar city farming hoog op de agenda staat. Feenstra zet kanttekeningen bij die interesse: “We moeten oppassen dat dit een hype is en mensen het even leuk vinden, een groen stadsimago, waarna het weer weg ebt. City farming is vaak symbolisch. Echte productie ontstaat niet, iedereen doet blij met drie tomaten en als ergens slakken op komen is het niet erg, dan ga je toch naar de groentewinkel. Dat is heel anders dan de plattelandseconomie en de stress van voedsel moeten produceren. Het platteland verdient ook in Nederland een eigen gezicht in de kunst. Ik mis hier de legitieme interesse, die ik in het buitenland wel zie. Uiteindelijk is dit geen participatiekunst want het is niet instrumenteel, het dient geen sociale doelen. Het is conceptuele kunst. Denk aan Vito Acconci, die het had over het aftasten van de ruimte, waardoor de kunstruimte is veranderd.”

De stadse blik op het platteland gaat uit van de 'ander', vervolgt Feenstra: “Dat zag je ook met de interesse in Afrikaanse kunst, dat gaat over wij en zij. Die tweedeling is niet gunstig, het zorgt voor een esthetisering en romantisering van het platteland. Het boerenbedrijf is zo complex, esthetische keuzes hebben geen zin. Je hoort bijvoorbeeld via het ministerie dat het duurzamer is om sla te verbouwen via Hydro-aanbouw dan in aarde, vanwege vervuiling en het wegspoelen van voedingsstoffen. In Wageningen en het Westland ontstaan nieuwe ideeën voor duurzaamheid, die worden geëxporteerd naar China. Nederland is transparant in zijn voedselproductie, wat bij consumenten weerstand oproept over bijvoorbeeld intensieve veehouderij. Antje en ik komen elk van een boerderij, we kennen van dichtbij de noodzaak om te produceren, we begrijpen als iemand daarom zijn aardappels spuit.”

Dus nee, ze denkt niet dat nieuwe ontwikkelingen op het gebied van voedselproductie vanuit de stad zullen komen. Het kan wel: in Berlijn, waar myvillages.org al regelmatig te gast was, heeft een marxistische groep land ter beschikking gesteld. “Dat helpt ideeën over eigendom te veranderen, belangrijk aangezien machtstructuren in landen te herleiden zijn tot eigendom, wat van origine vaak agrarisch eigendom is.” Het was ook in Berlijn dat myvillages.org zelf groente teelde om festivalpubliek te voeden met regionale producten en daarvoor ook een kalfje kocht, Rosie. “Om kaas te maken is melk nodig, en daarvoor moet een koe kalven, waarna de kalveren geslacht worden. Zelfs vegetariërs eten kaas zonder dat te beseffen. Dus hebben wij tijdens de tentoonstelling ‘Haus der Kulturen der Welt’ de boer waar Rosie opgroeide uitgenodigd om haar levensverhaal te vertellen, en haar toen op het menu gezet.”

Het doel van myvillages.org is het ineenschuiven van ervaringswerelden, die van de kunst en van het platteland. Kunst die kritiek op die werelden produceert, vindt Feenstra niet interessant: “Dat is polariseren. Het platteland is voor mij geen inspiratie, het is een kennisbron, dat is een wezenlijk verschil. Zoals met de nagelkaas en kruidkoek, die laten zien hoe je via migratie iets claimt voor je eigen identiteit. Zodra een beeld bevriest, dan moet je de zaak los trekken en in beweging houden, dat geldt voor zowel een kunstruimte als voor het boerenbedrijf. Je moet blijven bewegen, dingen laten ontstaan, en dat geldt zeker niet alleen voor steden.”

sandrasmets.nl / interdisciplinair / myvillages.org