Loading
 
 
sandrasmets.nl / interdisciplinair / bill drummond
Eerst maken, dan pas nadenken
(NRC Next en NRC Handelsblad, 8 september 2011)

Het idee ontstond vorig jaar, toen hij in het vliegtuig zat naar de Chinese miljoenenstad Guangzhou. De 58-jarige Schotse kunstenaar Bill Drummond zou daar optreden in een performancefestival. De vlucht zat tegen, en toen, in de twilight zone van overstaps en tijdzones in onbekende metropolen, moest hij terugdenken aan vroeger. Aan hoe hij als kind altijd al meubelmaker had willen worden. Zelfs de geur van hout herinnerde hij zich. Toen besloot hij het: als performance zou hij een bed timmeren, low profile, zomaar ergens in de stad.

De festivalleiding wilde hem niet willekeurig op een straathoek hebben staan – in China mag niet alles. Maar, mits hij in de buurt van de tentoonstellingsruimte bleef, mocht hij aan de slag. Een assistent hielp Drummond aan hout en voor een matras gingen ze, uiteraard, naar Ikea. Drummond bouwde het bed en was tevreden. Dusdanig zelfs, dat hij bij terugkomst in Schotland besloot dat hij in totaal veertig bedden zou gaan bouwen. Komend weekend bouwt hij tijdens het Rotterdamse festival De Wereld van Witte de With het vijfde van deze veertig bedden. “Ik heb een religieuze achtergrond,” zegt hij hier zelf over. Zijn vader was priester. “Veertig is in de bijbel een manier om te zeggen 'veel'.”

Drummond, in Groot-Brittannië vooral bekend als hitproducer en mediapersoonlijkheid, volgde in de jaren zeventig een traditionele kunstopleiding, maar belandde na zijn afstuderen eerst in de muziekwereld. Als producer van Echo & The Bunnymen stuurde hij de band op een Britse tournee langs afgelegen dorpen. “Niet raar,” verklaarde hij achteraf, “op de kaart heeft de route exact de vorm van twee konijnenoren.” Later richtte hij de populaire band KLF op. Met de winsten daarvan financierde hij in 1993 een prijs voor 'worst artist', die hij uitreikte aan Turner Prizewinnares Rachel Whiteread. Een jaar later had de band een miljoen pond opgebracht, die hij vervolgens verbrandde.

De reeks anekdotes is lang, kleurrijk, surrealistisch. Onder de noemer kunst mag veel, Drummond rekt de grenzen verder op. Het leverde hem een reputatie op die moeilijk slijt. “Mensen bepalen wat ik doe op basis van dat high profile verleden. Daarom doe ik nu veel dingen waar ik mijn naam niet aan verbind.” Zo bakt hij ook taarten. Drummond: “Ja. Ik doe cake circles. Ik neem een kaart van een stad, teken daar een cirkel op, bak een taart en bel dan aan. Dan zeg ik 'Ik heb een taart voor je gebakken'. Sommige mensen accepteren het, anderen denken dat ik een of andere gek ben, een godsdienstfanaat ofzo. Dan probeer ik het bij de buren. Ik hou van het idee dat dan 's avonds de familie thuiskomt en zegt 'Wat? Een taart? Van een vreemde? Hoe zag hij eruit?'.”

Ook de bedden lijken een verlangen om zijn faam te ontvluchten – halfslachtig, hij staat toch dit interview af. Guangzhou deed hem schrikken van zijn beroemdheid. Bij aankomst bleek hij het gezicht van het festival te zijn: de stad hing vol aankondigingsposters met zijn foto erop – mysterieus poserend met een vis in zijn armen, staand in water. Maar over zijn performance als timmerman was hij tevreden. Hij verlootte het gebouwde bed, maakte daarmee een meisje heel blij. Tevreden vloog hij terug naar Schotland waar hij het bericht kreeg dat een kunstinstelling het bed had gekocht. Waarmee zijn actie alsnog het predikaat 'high art' kreeg en vast op internationale exposities als pronkstuk getoond gaat worden.

Is hij daar nog steeds boos over? “Het bed zit in het depot van die galerie, ik kan er niets aan doen. Maar ja, het is maar een bed, ergens in China. Ik hoop dat mijn Rotterdamse bed een beter lot ondergaat.” Drummond heeft een reputatie onverwachte dingen te doen – hij is ooit eens halverwege een tournee vertrokken, en in China kwam het bed als een verrassing. Hoe groot is de kans dat hij in Rotterdam ineens geen bed bouwt maar in water gaat staan met een vis in zijn handen? “Nee! Ik heb het hout al. Ik kom om een bed te maken,” zegt hij bijna plechtig. “Hopelijk ergens op straat zodat passanten denken ‘ik weet niet in wat voor context ik deze man moet plaatsen'. Als mensen vragen wat ik doe, kunnen ze een lot kopen. Zondag verloot ik het bed en rijd ik het naar de winnaar toe. Misschien hebben ze wel helemaal geen bed nodig. Slaan ze het ergens op of gaat het naar de familie. Dat is aan hen.”

Op de vraag waarom hij nou bedden bouwt, lijkt geen antwoord te zijn. Timmeren als kunstperformance riekt naar de belangstelling in culturele kringen voor vakmanschap. Het is ook een manier om het persoonlijke leven tot kunst te verheffen, zoals Emin deed met haar beslapen bed. Maar Drummond is te raadselachtig om te duiden. Dat heeft iets situationistisch: zijn hang naar het onverwachte, het ontheiligen, de anonimiteit. Zelf verwijst hij liever naar zijn jeugd: “Als kind tekende ik al op plattegronden, zonder dat ik van situationistische psychogeografie had gehoord. En mijn moeder bakte niet genoeg taarten.” Hij heeft bedden gebouwd voor zijn kinderen, die hij ook heeft geleerd taarten te bakken. “Ik weet nooit precies waarom ik dingen doe,” zegt hij over zijn bedden, “Misschien achteraf. Als je de reden tevoren al weet, is er minder reden om het te doen.”

De Wereld van Witte de With. 9 t/m 11 sept. op verschillende locaties in Rotterdam. Inl: festivalwww.nl (foto: Tracey Moberly)

sandrasmets.nl / interdisciplinair / bill drummond