Loading
 
 
sandrasmets.nl / installaties / ugo rondinone
Regenboog in 3.500 variaties
(H Art, 3 maart 2016)

DMusea vinden het vaak knap lastig om een link te leggen met de wereld buiten de witte museummuren. Maar Museum Boijmans Van Beuningen slaagt daar momenteel met vlag en wimpel in. Eerder deze maand opende er een solotentoonstelling van de Zwitserse, in New York woonachtige kunstenaar Ugo Rondinone (1964). En behalve een paar installaties binnen, plaatste hij een werk op het dak van het museum. Het is een eye-catcher: een 's avonds verlichte regenboog waar de woorden 'breathe walk die' in te lezen zijn. Het is een klein gedicht en dat, in regenboogvorm en -kleuren op een dak, is een klein feestje.

Rotterdam heeft iets met daken. Vorig jaar lanceerde het een dakenfestival, het heet een architectuurstad te zijn en is beroemd om zijn skyline maar die is slechts vanaf een paar punten in de stad – vanaf de snelweg of vanaf de rivieroever – werkelijk goed te zien. Rondinone's regenboog versterkt het stadslandschap op een andere manier. Zijn regenboog kun je vanaf de grond zien, maar schittert vooral wanneer bezien vanuit de kantoren en flats in het centrum. Ineens hebben die een zo ander uitzicht, waarin Rondinone's regenboog wordt ingekapseld door grijze hoogbouw en lijkt te zweven. Pas dan zie je dat zijn kleurige toevoeging prachtig contrasteert met de omgeving.

Zo past de regenboog er op verschillende manieren: het versterkt het architectonische stadsbeeld, het past bij poëziestad Rotterdam die veel dichtregels in de buitenruimte toont, het sluit aan op een lange en rijke traditie van kleurige kunst in de openbare ruimte waar Rotterdam goed in is. Zo is Rondinone's werk een feestelijke toevoeging aan verschillende tradities.

Maar dat is een beetje toeval. Want Rondinone maakt deze regenboogsculpturen vaker voor steden (overigens stond er in Rotterdam eerder al een op een dak). Niet heel origineel dus. Maar wel een goed verlengstuk van zijn expositie binnen. Daar kreeg hij enorm veel vierkante meters ter beschikking die hij vulde met, welbeschouwd, twee kunstwerken. Eén is een wand van 3.500 regenboogtekeningen gemaakt door kinderen, alles over elkaar geplakt. Het tweede is een installatie van tientallen levensechte clowns. Ze zitten, hangen, liggen in de twee bovenzalen van het museum. Op twee muren staan regenboogvormen en ook het raam is er bedekt met folie in regenboogtinten, maar die roze bril kan de clowns niet helpen. De een is nog bedroefder dan de ander. Dit zijn de pierrots voor wie het feestje is afgelopen waarna ze zich terugkeren in zichzelf. Tientallen van dit soort figuren zijn het, levensgroot, wat het publiek uitnodigt om hun houdingen te kopiëren – en zo die arme narren nog een beetje na te apen.

Het is een aansprekende installatie. De duizenden kinderen op de speciale kinderopening, met limonades in regenboogkleuren, hadden geen enkele moeite om deze kunst te waarderen. Dat is winst, en is net als de buitensculptuur een mooie brug naar de wereld buiten het museum.

De volwassenen zullen er een zwaardere dobber aan hebben. Clowns? Regenbogen? Is dat alles? Vier zalen vullen met een contrast tussen blij en droef, dat is wel erg eenduidig. Het is een beetje de makke die je ook voelt bij de knuffelbeestententoonstelling van Charlemagne Palestine verderop in de straat. Maar, zoals Palestine met knuffels verhaalt over ruimte en geluid vertelt ook Rondinone's tentoonstelling op meer conceptueel niveau (hebben de kinderen geen last van) een verhaal. Dat gaat over kunstenaarschap. Wat is de rol van de kunstenaar, moet deze vooral entertainen, is het museum een veredeld uitje dat concurreert met het circus? Of zijn deze kunstenaarclowns niet zozeer droef als wel in gedachten, teruggeworpen op zichzelf, passend bij het solistische beroep van de kunstenaar? En, als wij volwassenen dan denken 'hmm is dit niet wat gemakkelijk allemaal' en we de kinderen blij zien rondspringen, kunnen we ook nog concluderen dat Rondinone ons bestraft als zijnde cynici die hun kindervreugde verloren hebben.

Conclusie: het is een goed kunstwerk maar gezien de veelzijdigheid van Rondinone hadden meer werken de show meer diepgang kunnen geven. Tot zover de scepsis. Want buiten is zijn zo eenvoudige statement in één woord stralend in zijn grijze omgeving. Met drie woorden is het een gedicht voor de snelle kijker dat tegelijk zomaar even het hele leven vangt alsof het niets is. Ook dat is droevig, al is de grootste tristesse dat dit prachtige werk slechts tijdelijk de stad zal opsieren.

Tentoonstelling: Ugo Rondinone 'Vocabulary of Solitude', tot en met 29 mei in Museum Boijmans Van Beuningen, Museumpark 18-20, Rotterdam (NL). Open di-zo van 11-17 u. www.boijmans.nl. Foto via Museum Boijmans Van Beuningen, door Aad Hoogendoorn

sandrasmets.nl / installaties / ugo rondinone