Loading
 
 
sandrasmets.nl / installaties / carel visser

Evenwichtsspelletjes van Carel Visser
(NRC Handelsblad, 5 januari 2009)

Carel Visser is tachtig jaar geworden en is al zestig jaar kunstenaar. Dat is meer dan een tijdperk, dat zijn er wel twee. Zijn tachtigste verjaardag gaat niet ongemerkt voorbij. Galerie Nouvelles Images, Steendrukkerij Amsterdam en het Kröller Müllermuseum laten werk van hem zien en het Rijksmuseum Twenthe organiseerde een groot retrospectief. In dat museum zijn ruim zestig werken te zien, van de ijzeren vogels uit zijn beginjaren, tot zijn abstracte zeefdrukken van de laatste jaren, en van alles ertussenin. Vooral dat laatste is van belang. In de jaren vijftig legde Visser zich toe op geometrische constructies die een breuk vormden met het losse gedoe van Cobra cum suis, en die het aanzicht van de Nederlandse kunst zouden veranderen. Het zou hem een van de belangrijkste na-oorlogse beeldhouwers maken.

Toch is het niet altijd gemakkelijk om van zijn kunst te houden. Het probeert niet te behagen, het is er vanuit een noodzaak die er nu eenmaal is. Strakke, zakelijke ijzerconstructies vullen zaal na zaal. Soms met cilinders, vaak ook alleen maar rechthoeken en kubussen. Visser stapelde ze op elkaar en verbond ze met minimale lasnaden. Zo maakte hij constructies die nooit zouden houden als ze niet van stevig ijzer gemaakt zouden zijn. Die onwaarschijnlijke evenwichtsspelletjes waren het enige luchtige dat Visser zich permitteerde. Een individueel handschrift wilde hij uitbannen, net zoals Schoonhoven en andere tijdgenoten dat deden. Zijn werk is een onderzoek naar massa en ruimte, formeel en wiskundig. Alleen van dichtbij zie je dat al die strakke, zwarte vlakken met ieniemienie potloodstreepjes gevuld zijn, waarop Visser dan toch heel vlijtig heeft zitten tekenen. Het is bijna aandoenlijk minutieus. Al is dat natuurlijk niet de bedoeling. Deze kunst ging om grootse idealen, het overstijgen van het persoonlijke, het vinden van universele schoonheid.

Maar terwijl zijn geometrische kunst uit de jaren vijftig aan een voorbij tijdperk herinneren, ademt zijn werk uit de jaren zestig nog wel een zekere actualiteit. Onder invloed van de arte povera beweging, die bestaande materialen tot kunst verhief, ontwierp Visser een heel ander soort sculpturen. In zijn tentoonstelling liggen twee van deze grote werken: assemblages van olievaten, autoruiten, staalkabels. Ze zijn even stoer als zijn vierkante abstracties maar stukken groter. En ze laten zien dat de jonge generatie streetwise kunstenaars die auto-onderdelen stapelen en bekladden, daar niet de eersten in zijn.

De vleugel die het museum voor Visser heeft ingericht ligt net achter een paar zaaltjes met tijdgenoten zoals Schoonhoven en Baljeu, en oudere kunstenaars zoals Rietveld en Van der Leck. Ze vormen een passend intro voor zijn retrospectief, dat in zijn Hollandse geometrie veel parallellen vertoont. Visser vertegenwoordigt een sobere stoerheid die past in een Hollandse traditie en tegelijk parallellen heeft met de internationale minimalisme. Visser is onze Richard Serra, maar dan niet zo megalomaan, onze Donald Judd, maar dan speelser. En al laat de tentoonstelling zien dat hij ook nog wel eens heeft gemiskleund - zijn stillevens uit de jaren tachtig met pauwenveren en glazen tafeltjes zijn een grote vergissing - ook op hoge leeftijd is hij nog bijzonder werk blijven maken. Zijn Sumoworstelaar uit 2005 is een collage van dik dozenkarton dat twee lichamen vormt die over elkaar heen buitelen. Het lijkt een val uit de hemel, een groots drama maar wel met twintig keurig gearceerde en opgeplakte teentjes en vingertjes. Het is alsof hij na zestig jaar toch maar een relativerende knipoog naar al die zwaarte maakt.

Tentoonstelling: Carel Visser, t/m 8 maart 2009 in het Rijksmuseum Twenthe, Lasondersingel 129, Enschede. Di-zo 11-17u, 25 december en 1 januari gesloten. Inl.: 053 4358675 / www.rijksmuseumtwenthe.nl  

sandrasmets.nl / installaties / carel visser