Loading
 
 
sandrasmets.nl / groepsshows / de nederlandse identiteit?
Identiteit is hét modewoord in de kunst
(NRC Handelsblad, 7 juni 2010)

Zouden ze het erom doen? Vorige week opende in PVV-hoofdstad Almere de tentoonstelling 'De Nederlandse identiteit?' en het eerste beeld dat je er ziet, toont een stad in Perzië. De tentoonstelling is de aftrap van een reeks presentaties waarmee Museum De Paviljoens onderzoek wil doen naar de Nederlandse identiteit, de discussie die door rechtse partijen in het maatschappelijke debat is ingebracht. Niet alleen politici en journalisten praten erover. In de kunstwereld was het woord identiteit vorig jaar hét grote modewoord. En in 2010 is dat nog verre van over, zo blijkt.

Het Perzische stadsgezicht is een oude boekillustratie van Cornelis de Bruijn (1652-1727), een Haagse schilder die waarschijnlijk nooit naar een Nederlandse identiteit zocht. Hij deed wat kunstenaars het liefst doen: reizen, einders verkennen, andere culturen ontdekken. Jarenlang trok hij door Turkije, Egypte, Palestina, Rusland en ontsnapte in Polen maar net aan plunderende legers van de Grote Noordse Oorlog. Overal tekende hij het landschap en de bevolking, vol aandacht voor kleding, feesten en gebruiken. Zijn reisverhalen illustreerde hij in dikke boeken, waarvan er nu één op de museumbalie in Almere ligt.

Dit boek is er neergelegd door kunstenaar David Jablonowski, één van de drie deelnemers aan deze tentoonstelling. Jablonowski bouwt installaties met wazige foto's van oude manuscripten en prenten. Hij hangt ze achter schermen of projecteert ze op spiegelende wanden. Die versluierde presentaties maken de foto's nog abstracter. Ook exposeert hij een werkelijk non-figuratieve sculptuur, van beschilderd metaal. Deze sluit aan bij een reeks abstracte beelden en schilderijen van Marien Schouten. De derde exposant, Job Koelewijn, bouwde in het museum installaties met gras, babypoeder, gesproken boeken van James Joyce en Malcolm McLaren. En hij exposeert een schema waarop hij per dag turfde welke emoties hij voelde. Seksuele driften en onverschilligheid scoren het hoogst.

Deze kunst behelst allerlei thema's. Maar slechts één kunstwerk lijkt in De Paviljoens aan te haken bij discussies over identiteit en de bijbehorende angstpolitiek rond integratie, onveiligheid, blauw op straat. Het is een installatie van Jonas Dahlberg die bij de wc's van het museum beveiligingscamera's ophing. Ze lijken het wc-interieur te filmen, niet de eerste plek waar je graag gefilmd wordt. Het werk past in een stad die zijn stadscentrum twee jaar geleden volhing met camera's, zonder protest van de bevolking. Alleen hoort Dahlbergs kunstwerk bij de vaste museumcollectie, niet bij de tentoonstelling.

De politiek heeft van identiteit een punt gemaakt, in het kielzog daarvan de kunstwereld ook. Maar je kunt je afvragen of kunstenaars eigenlijk wel iets met het onderwerp hebben. Kunstenaars willen geen gemeenplaatsen afbakenen, ze willen iets nieuws scheppen. In de tentoonstellingstekst verklaart directeur Macha Roesink de expositie dan ook heel anders. Ze gaat telkens drie kunstenaars uitnodigen, die wegens hun bekendheid de Nederlandse kunst vertegenwoordigen, zodoende nationaal erfgoed zijn, en dus behoren tot de Nederlandse identiteit. Want, stelt ze, de zeventiende eeuw kennen we dankzij kunst en ook nu scheppen kunstenaars een beeld van de wereld. Dat is vergezocht. Bovendien is het naïef om te denken dat de mensheid zich in dit mediatijdperk een wereldbeeld vormt door kunst.

Hoogleraar vrouwenstudies Rosa Braidotti noemde het zoeken naar identiteit een achterwaartse beweging langs plaatsen waar we al geweest zijn. Ook andere denkers benadrukken het gevaar van deze zoektocht: het impliceert dat we die identiteit ooit hadden, maar gaandeweg kwijt zijn geraakt. Identiteit is niets anders dan het verlangen om iemand te zijn, zei Jacques Lacan. Het is een rigide en kolonialistisch verlangen, dat afbakent, mensen in hokjes duwt, en ze etiketten opplakt.

Geen wonder dat Nederlandse identiteit? en veel andere tentoonstellingen die volgens de begeleidende PR over identiteit zouden moeten gaan, ongewild het tegenovergestelde laten zien: interesse en ontdekkingslust. Dat is waar kunst over gaat - in de tijd van De Bruijn en nog steeds. Juist de ondefinieerbare en soms onbegrijpelijke werken van Jablonowski, Schouten en Koelewijn laten zich moeilijk in hokjes stoppen. Kunstinstellingen komen graag maatschappelijk geëngageerd over om te voorkomen dat ze als afgesloten, arrogante kunsttempels worden gezien. Maar om dan maar modieus mee te doen met angstpolitiek en schijndiscussies, is een gevaarlijke keuze.

Tentoonstelling: De Nederlandse identiteit? t/m 17 oktober in Museum De Paviljoens, Odeonstraat 3, Almere. Wo-zo 12-17u. Inl.: 036 5450400 / www.depaviljoens.nl. Symposium Visual Culture and National Identity , 10 en 11 juni in het Van Goghmuseum, Amsterdam. www.nationalidentity.nl (foto Museum De Paviljoens: installatie Job Koelewijn)

sandrasmets.nl / groepsshows / de nederlandse identiteit?