Loading
 
 
sandrasmets.nl / fotografie / roger ballen
Matrassen met generaties zweet
(NRC Handelsblad, 26 mei 2011)

Fotografie is een gemakkelijke hobby en een moeilijk beroep. Gemakkelijk is dat elke klik een plaatje oplevert, moeilijk is dat slechts weinig plaatjes die veelheid overstijgen. Voor de Amerikaan Roger Ballen (1950) was fotografie naar eigen zeggen een hobby. Zijn moeder had in New York een fotografiegalerie maar zelf ging hij liever psychologie en geologie studeren. Zijn interesse in mijnbouw, en een drang om de wereld te ontdekken, leidde hem naar Zuid-Afrika. Daar zocht hij het liefst geïsoleerde achterlanden op. In 1993 trok hij met zijn fotocamera rond in West-Transvaal, een gebied vol arme afstammelingen van de blanke Boeren. In een van de gehuchten zag Ballen een man met een opmerkelijk hoofd. Zijn nek was breder dan zijn hoofd, zijn flaporen ongekend groot, zijn kapsel leek uit de Muppetsshow te komen.

Ja hoor, Ballen mocht best een foto maken, mocht zijn broer er ook op? Tot Ballens verbijstering stapte een tweelingversie van deze unieke verschijning tevoorschijn. Ballen kiekte de schonkige broers Dresie en Casie Williams met een genadeloze precisie. Alles aan ze is ruw, vies, lelijk. Aan Casie's mond hangt kwijl. Deze mannen lijken personificaties van een leven in de marge van de maatschappij.

De hobbyfoto's van Ballen veroorzaakten een schok in Zuid-Afrika – a bombshell, in zijn woorden. Blanke verschoppelingen als Dresie en Casie waren onzichtbaar gebleven in alle politieke turbulentie van het land. Drie jaar eerder had de regering de Apartheid afgeschaft en leed en onrecht waren nog steeds aan de orde van de dag. Weer een marginale bevolkingsgroep kwam slecht uit. Volgens Ballen waren vooral conservatieve blanken boos: hij sloeg het beeld van de nobele blanke boer aan gruzelementen. Dat deed hem deugd, vertelt hij onbewogen op een film die in het Domein in Sittard draait. Misschien moest hij van fotografie toch maar zijn beroep maken.

Het portret van Dresie en Casie heeft in het Domein een ereplek. Met honderdtwintig foto's en een film geeft het museum een overzicht van Ballens werk vanaf de jaren tachtig. Zijn vroegste serie, ‘Dorps', toont interieurs in gehuchten met Nederlandse namen – Dordrecht, Middleburg. Daar bezocht Ballen gepensioneerden. In hun armoedig gemeubileerde kamers hangen playmates aan de muur en electriciteitsdraden vol leukoplast. Het is tragisch. Alles straalt een verlammende eenzaamheid uit, met of zonder dat gepensioneerden apathisch langs de camera heen staren.

Ballen werd professioneel fotograaf maar echt documentair zou zijn werk nooit worden. Nooit biedt zijn camera een overzicht van de omgeving. Liever zoomt hij in op details. Hij toont versleten koppen, vieze voeten, electriciteitsdraden, matrassen waar generaties zweet in zit. De omringende wereld blijft buiten beeld. Party time is een ironische titel voor drie aftandse mensen op een deken, met een antenne en twee vinyl singles. Op Cat and Mouse ligt een man bijna levenloos op bed televisie te kijken. De kat kijkt mee, de muis is dood.

Allemaal zijn ze net zo vlekkerig als de muren achter hen en lossen ze bijna op in grauwsluiers. Die grijze twilight zone is niet puur een stijlmiddel: het dient om de maatschappelijke marginaliteit van deze mensen aannemelijk te maken.

Fotografie is een machtig medium. Kijkers geloven wat ze op foto's zien. Ze geloven dat het de waarheid is – zelfs bij Ballen, die er nooit een geheim van heeft gemaakt dat hij altijd wel wat in scène zet. In Zuid-Afrika lijkt fotografie nog meer een bewijsmiddel te zijn dan elders in de wereld. De befaamde fotograaf David Goldblatt, twintig jaar ouder dan Ballen en net als hij wonend in Johannesburg, zag de Apartheid ontstaan en legde de misstanden vast. Een jaar voor de Apartheid werd afgeschaft, startte Goldblatt een fotografieopleiding, die nog altijd veel politiek betrokken fotografen aflevert. Zwartwitfotografie is in Zuid-Afrika bijna vanzelf politiek. De Apartheidsmetafoor van zwart en wit lijkt het onmogelijk te maken om zwartwitfotografie sjiek en Vogue-achtig te gebruiken zoals in Europa of Amerika.

Maar Ballens werk is niet zwartwit, het is grijs. En ondanks Ballens aanvankelijke hobbyisme is het gestoeld op inmiddels gemusealiseerde archetypen uit zijn vaderland, de VS. Dresie en Casie doen denken aan de Amerikaanse Depressiefotografie uit de jaren dertig en aan de tweelingfoto's van Diane Arbus. Ook is de compositie gelijk aan het beroemde portret dat Grant Wood in 1930 schilderde van een tanig boerenechtpaar. Met zo veel iconische referenties werden Dresie en Casie vanzelf ook iconen. Dat lag natuurlijk niet lekker, zulke randfiguren bijzetten in zo'n kunsthistorisch rijtje.

Terwijl Ballen als waarheidsfotograaf werd gezien, begon hij meer en meer te ensceneren. Hij vond een afgedankt pakhuis vlakbij Johannesburg, waar hij zelf interieurs ging bouwen. Met behulp van een medicijnman gebruikte hij een zwarte spuitbus om de muurvlekken te veranderen in geesten. Met hun harde lijnen lijken deze tekeningen echter dan de 'echte' objecten op de foto's – kastjes, dekens, familiefoto's, ledematen van acteurs die er onbeweeglijk bij liggen. Het is een spookachtig limbo, vol lethargie. Deze artistieke foto's hebben niets documentairs meer. Eerder lijken ze door hun prominente lijntekeningen op schilderijen van Dubuffet of Twombly.

Van hobbyist naar professioneel fotograaf en in Sittard ontpopt Ballen zich zelfs tot installatiekunstenaar. Met afgedankte zooi uit zowel Johannesburg als uit Sittard richtte hij een zaal in als een zwervershol, getiteld Skadukant. Vieze matrassen, doorboorde barbies, verminkte meubels en opnieuw die spookachtige muurtekeningen tonen de schaduwkant van het menselijk bestaan – of van de menselijke geest? Dit is immers puur een kunstenaarsfantasie, ontstaan na decennia leed te hebben aanschouwd.

Zeven jaar geleden maakte Tijs Goldschmidt in Haarlem een tentoonstelling over schaamte, met foto's die je deden wegkijken. Dat doen Ballens foto's ook. Ze dwingen je om je bewust te zijn van je eigen positie. Als ik bij Dresie en Casie moet denken aan inteelt, ben ik dan bevooroordeeld? Als ik zijn closeups van tandenloze gezichten smakeloos vind, ben ik dan snobistisch? Juist dat grijze gebied maakt Ballens werk sterk. Het gaat niet over waarheid maar over de menselijke conditie. Zijn grijsheid is niet stellig maar is allesbehalve vrijblijvend. Dat maakt zijn werk buitengewoon indringend.

Tentoonstelling: Skadukant, t/m 28 augustus 2011 in Museum Het Domein, Kapittelstraat 6, Sittard. Di-zo 11-17u. Inl.: 046 4513460 / www.hetdomein.nl

sandrasmets.nl / fotografie / roger ballen