Loading
 
 
sandrasmets.nl / fotografie / omoide poroporo
Kimono's bij de kerstboom
(Mister Motley #29, september 2011)

Mensen met heimwee doen soms gekke dingen. Dertig jaar geleden emigreerden mijn oom en tante naar Nieuw-Zeeland. Daar waren voor het boerenbedrijf betere mogelijkheden dan hier. Het waren doodgewone mensen maar toen ze na een paar jaar een keer terugkwamen, bleken ze in fanatieke souvenirjagers te veranderen. Ze kochten meer Delfts blauw dan een koffer aan kan en bestelden een molen van zeker een meter hoog, voor in de tuin. Die zou per schip worden vervoerd naar het Zuidereiland, aan de andere kant van de aardbol. Wat ze in feite deden, was met souvenirs een gevoel van thuis scheppen. Voor dat thuisgevoel was wat fantasie nodig. Ze kwamen uit Limburg waar je niet zulke Hollandse molens vindt, en ook geen Delfts blauw. Maar voor een houvast in het leven moet je soms een oogje toeknijpen.

Je thuis voelen in een land valt niet mee als je wortels elders hebt. Kunstenaars hebben het misschien iets gemakkelijker. Die kunnen in foto's of tekeningen gevoelens uitdrukken. Ze kunnen kenbaar maken wat ze missen. Ze kunnen zelfs boeken maken met gekke titels zoals Omoide Poroporo. Dat laatste deed David Favrod. Voluit David Takashi Favrod werd in 1982 geboren in Japan. Zijn moeder is Japans, zijn vader is Zwitsers. Toen David een half jaar oud was, besloten zijn ouders met hem te verhuizen naar Zwitserland. Ze kwamen terecht in een dorpje in Valais, een streek die met zijn Alpendorpjes en Milkaweides zo über-Zwitsers is dat je er de strooikaas bijna kunt ruiken. Uitgerekend in dat gebied besloot Davids moeder – vader was veel van huis weg – David met traditionele Japanse normen en waarden op te voeden.

Zo groeide David op, heel Japans en toch ook heel Zwitsers. Het kan niet anders dan dat hij zich verward voelde in de puberteit. Zodra hij achttien werd, stapte hij naar de Japanse ambassade om een dubbele nationaliteit aan te vragen. De ambassade weigerde: een Japans paspoort geven ze alleen aan Japanse vrouwen die de nationaliteit van hun echtgenoot willen aannemen. Die weigering deed hem veel pijn. Hij was Japanner, voelde zich Japanner, maar het land van zijn moeder – ook zijn moederland – ontkende dat.

Als remedie besloot hij er een kunstproject van te maken: een autobiografisch fotoboek over zijn Japanse en zijn Zwitserse kanten. Een boek dat bewijst dat als je de puzzelstukjes van zijn leven optelt, die beide nationaliteiten daaruit komen. In het Japans bestaat daar een mooie uitdrukking voor: druppel voor druppel je geheugen ontwarren. Dat vertaalt als... inderdaad: Omoide Poroporo.



En zo ziet het boek eruit: alsof de kunstenaar zijn geheugen heeft leeg geschud boven het papier. Daar viel een hele stapel jeugdfoto's uit, die schijnbaar willekeurig op de bladzijden neerdwarrelden. Schijnbaar, want de foto’s zijn doordacht asymmetrisch verspreid over de witte bladzijden, Japanse en Zwitserse beelden afwisselend. Je ziet familieleden in kimono’s, bij de kerstboom, voor Japanse kamerschermen, of etend met stokjes. Sommige beelden zouden in ieder fotoalbum kunnen komen: de poes met een feestsnor op, een meisje dat schalks over haar schouder kijkt. David zelf komt ook in beeld, aan de Zwitserse kaasfondue. Een leuke jongen om te zien, blosjes op de wangen, al kan dat ook komen door de rode wijn die op de goedgevulde tafel staat, omringd wordt door naasten en gezelligheid.

Hoe David dat nu zelf heeft ervaren, opgroeien tussen twee culturen, verklapt hij niet. Hij vertelt zijn leven liever in plaatjes dan in tekst. Alleen achterin het boek staat een kort tekstje:

I usually find it hard to speak about myself. I always stumble in the paradoxes of ‘who am I?’. In terms of factual information, I surely appear to be the most well informed person about my own self. But as soon as I need to communicatie about who I am, I tend to do it through filters, selecting what I want to communicate, and how I wish to do it, in accordance with my interests and sensitivity. So what can be the objective value of the way that I picture my family and my life? How much does it concretely relate to reality or not?

David stelt zich die vragen omdat hij beseft hoe manipulatief fotografie is. Foto's roepen herinneringen op, ze lijken echt. De eerste Kodak had in 1888 als slogan 'U drukt op de knop, wij doen de rest'. Dat impliceert dat het toestel foutloos de werkelijkheid vangt. Maar zo objectief is fotografie niet. Foto's kleuren onze blik: ze roepen een voorbije tijd op, die je altijd nostalgisch maakt. Oude foto's, zelfs van gebeurtenissen waar je niet bij was, vullen je met een heimwee die geen recht doet aan hoe die avond echt was – de kaasfondue was te zout, je had liever televisie willen kijken, je zus had weer ruzie met je vader.

Dat spel met schijnwerkelijkheden past bij zijn thematiek: het zoeken naar een zogenaamd Japans-Zwitserse identiteit. Hij weet dat het bedriegelijk is. Al denken politici er anders over, het zoeken naar identiteit is een heimwee naar een fictieve plek, die nooit bestaan heeft. David begrijpt dat zijn Zwitsers klein-Japan fictie is, net zoals de molen in de tuin van mijn oom en tante maar weinig op Nederland lijkt – clichés zijn maar destillaten van wat ooit bij een andere werkelijkheid hoorde.

Maar David maakt wel duidelijk dat zulke clichés een doel dienen: iets moet wel een sterk beeld zijn, wil het generaties lang op ansichten en koektrommels belanden. Zo’n universele zeggingskracht hebben ook bergen, die niet voor niets voortdurend opduiken in Omoide poroporo. Net zoals ze in de Japanse prentkunst traditioneel verrijzen achter bloesemtakken – die op hun beurt op de cover staan - zijn bergen net zo Zwitsers als dat molens Hollands zijn. David trekt in zijn boek voortdurend de blik van de kijker langs bergen mee, de verte in. Soms hangt mist over de bergen, als in Japanse films. Soms sneeuwt het, als in een Zwitserse vakantiecatalogus. Dan weer gaat de zon er heel Japans onder, of staan er ski’s typisch Zwitsers opgesteld. In alle gevallen is het een landschap waar je blik in kan verzinken, verlangen, wegdromen, mediteren, peinzen over het leven en andere zware kwesties. Zo symboliseert het berglandschap voor hem het fusiondecor van Davids leven.

Mijn oom en tante zijn een keer verhuisd, zonder de molen mee te nemen. Ze hadden de Heer gevonden, ook een houvast. Maar David kan vast zijn boek meenemen in een koffer als hij op reis gaat voor exposities, zodat hij altijd een stukje van thuis bij zich heeft. En zelfs al is dat iets te bloesemtakkerig en iets te kaasfondue om echt te zijn, voor een zo’n mooi houvast wil je graag een oogje toeknijpen.

Meer op: davidfavrod.com en de site van Mister Motley over autobiografie: mistermotley.nl

sandrasmets.nl / fotografie / omoide poroporo