Loading
 
 
sandrasmets.nl / erfgoed / schouwplaats

Op drift geraakte beelden terug
(Meent #4, december 2012)

Het was een feestelijk moment, toen in 1954 De Groote Schouwburg opende aan het Zuidplein. Lang hadden de Rotterdammers moeten wachten, nadat het bombardement van 1940 de oude schouwburg in het centrum zo had gehavend dat het werd afgeschreven. Het nieuwe gebouw, ontworpen door Sybold van Ravesteyn, werd opgetrokken uit het oorlogspuin in een hypermoderne stijl die afrekende met het verleden. Deze strakke blokkendoos had niets met het vooroorlogse gevoel van pluche en tierelantijnen. Alhoewel, op één ding na. Op de dakranden stonden zeventien beeldhouwwerken klassiek opgesteld, boven het publiek uittorenend als waren het oudheidkundige wachterfiguren. Ze stelden klassieke griffioenen voor, toneelmaskers, een Orpheus met lier, het instrument waarmee hij zijn goddelijke klaagzang begeleidde toen hij zijn Eurydice verloor aan de onderwereld.

Maar, sinds afgelopen zomer kunnen Rotterdammers deze ornamenten op ooghoogte aanschouwen, in het Zuiderpark. “Eigenlijk waren ze bedoeld om van veraf te bewonderen,” zegt initiatiefnemer en kunstenaar Kamiel Verschuren. “De koppen zijn wat grof en de lichaamsverhoudingen van Orpheus, die nu de oude ingang van het park markeert, kloppen vermoedelijk wel als je hem van onderaf bekijkt.” Toch is dit zicht een stukken betere lotsbestemming dan het donkere voorgeborchte waar de ornamenten de laatste decennia in verkeerden. Nadat de schouwburg in 1978 was verbouwd, waren ze op drift geraakt – van het ene depot naar het andere, weeskinderen die niemand wilde hebben.

Zeven ornamenten zijn nog altijd spoorloos, de andere tien werden vijf jaar geleden ontdekt in een depot buiten Dordrecht, door een deelgemeenteambtenaar uit Charlois. Die nam contact op met Verschuren, die mede op initiatief van het Centrum Beeldende Kunst Rotterdam ging nadenken over een nieuwe bestemming. Ook dat werd een lang traject maar de locatie was al gauw duidelijk: het Zuiderpark dateert ook uit de wederopbouw en is in 2005 grondig heringericht met paden en ruimtes om de maskers terloops in te leggen. “Als incidenten op een pad, als acteurs in een veld,” zegt Verschuren die er een toneelomgeving ontwierp waarbij de hoekjes van een park het voordeel geven dat je overal verrassingen en uitzichten tegenkomt. Op zes locaties in het park schonk hij de beeldhouwwerken nieuw leven. De naam De Schouwplaats verwijst naar de Groote Schouwburg en naar de nieuwe omgeving, waar je kunt zitten om te zien hoe de verbrokkelde toneelrekwisieten herinneren aan hun glorieuze hoogtijdagen op een prestigieuze architectuur.

De meeste wederopbouwkunst treft een slechter lot. Nu veel naoorlogse panden gesloopt worden, verdwijnen ook de bijbehorende mozaïeken, reliëfs en muurschilderingen. Slopen is de gemakkelijkste optie want herplaatsen is duur, ingewikkeld, en in hoeverre overleeft oude decoratieve kunst in een nieuwe omgeving waar het niet voor ontworpen is? Sommige kunstenaars trekken zich dit lot aan. Onder de verouderde snelweg van het Kleinpolderplein richt kunstenaarscollectief het Observatorium een herinneringspark in met sokkels, die langzaam gevuld worden met verweesde beelden. Zo krijgt een afgedankt wederopbouwpronkstuk een nieuwe betekenis en krijgen dakloze beelden een nieuw thuis – ook dankzij het Centrum Beeldende Kunst dat zulke projecten aanjaagt op zoek naar nieuwe oplossingen voor de wederopbouwgeschiedenis.

Kunstenaar Philippe van Wolputte ontfermde zich een paar jaar geleden over de afgedankte 'speculaasjes': de ornamenten die het Centraal Station hadden gesierd (ook van Van Ravesteyn). Hij bouwde er een huisje van, waar daklozen hem dankbaar voor waren, terwijl het nieuwe station werd opgebouwd met een fries waarin de ornamenten van destijds gekopieerd zijn – ook een eerbetoon. In Hoogvliet werd een paar jaar geleden een flat gesloopt waarvan de resterende fundering kleurig werd aangelicht, een moderne ruïne. Elders hebben kunstenaars voorgesteld, en soms uitgevoerd, om oude kunst te vermalen tot wandelpaden, opdat je het verleden ook kunt herinneren zonder het fonkelnieuw op te hoeven poetsen.

Dat laatste vond Verschuren ook belangrijk. Achter Orpheus' rug bevindt zich nu niet de onderwereld maar restanten van een bakstenen muur, uit de maskers kronkelt onkruid in dezelfde vormen als de betonnen wapening die er roestig uitsteekt. Het was niet alleen dat restaureren duur is, legt Verschuren uit. Knap je ze op, dan wis je de geschiedenis uit en kun je je afvragen waarom zo'n verouderde beeldtaal een nieuw park siert. Gecombineerd met de tand des tijds bieden de beelden nu romantiek, zeker in parken waar we sinds de Romantiek graag mijmerend flaneren, toen de wereld zo snel ging veranderen dat mensen het verleden wilden beetpakken. In het veranderende Rotterdam bestaat daarvoor nu deze Schouwplaats. Maar dan wel Rotterdamser dan het Parijse Père Lachaise of Italiaanse Bomarzo, met beton en grove lijnen, uitzicht op hoogbouw, pal naast de bovengrondse metro die altijd langszoeft, snel, zonder te stoppen.



Over De Schouwplaats verschijnt een publicatie. Meer op: www.DeSchouwplaats.wordpress.com (foto via de Schouwplaats / Kamiel Verschuren).

sandrasmets.nl / erfgoed / schouwplaats