Loading
 
 
sandrasmets.nl / erfgoed / britannia
De graffitiverf droop op het mozaïek
(NRC Handelsblad, 5 januari 2013)

Voor sommig erfgoed is het moeilijk om veel liefde te voelen. Aan de Vlissingse boulevard, waar de hotels en restaurants de afgelopen weken gloeiden van de lampjes en kerstversiering, staat één pand er kaal en donker bij. Het is het oude Britannia Hotel, dat bij zijn feestelijke opening in 1955 landelijk nieuws was geweest. Toen was het strakke grand hotel een teken geweest van de wederopbouw, het modernisme dat korte metten maakte met het nostalgische pluche van oude grand hotels. Britannia was ontworpen door de betonminnende architect Joost Boks en werd versierd door een spectaculair kunstwerk: een semi-abstract mozaïek van kunstenaar Louis van Roode, dat als fries vanaf de buitengevel doorliep het restaurant in.

Maar in 2013 is het pand half afgebroken – de hoteltoren is gesloopt, het onderliggende restaurantpaviljoen is dichtgetimmerd, afgebladderd en overwoekerd door onkruid. Weinig passanten zullen in deze bouwval een waardevol monument herkennen. Restanten van het ooit zo bejubelde kunstwerk steken bleekjes door beplatingen met graffiti heen. Vorige eeuw was dit mozaïek van honderdtwintig meter de ultieme finishing touch voor Boks' esthetiek van lange verdiepingen met veel glas, de chique glamour van het understatement. Een icoon van de vooruitgang. Maar in de jaren negentig liep de horeca er zo slecht, dat Britannia de deuren sloot. In 2004 gaf de gemeente een sloopvergunning af, met één voorbehoud: het resterende mozaïek moest behouden blijven.

Daar begonnen de problemen, stelt Willem Heijbroek van erfgoedvereniging Heemschut. “Nadat de sloopvergunning was verleend, schakelde Heemschut de Raad voor Cultuur in. Die adviseerde om het geheel als rijksmonument op te nemen – hotel en paviljoen inclusief kunstwerken. Maar de Rijksdienst Cultureel Erfgoed wilde daar niet aan. Wij lobbyden verder en kregen Britannia op de werelderfgoedlijst van Docomomo.” De gemeente zegde restauratie van het paviljoen aan Heemschut toe maar intussen volgde politiek gekissebis en gedoe rond eigendomsrecht. Heijbroek: ,,De sloop van het hotelgedeelte begon onaangekondigd en onvakkundig.”

Dat gebeurde in 2010, waarbij plaatselijke fans zich letterlijk tussen de sloopmachines en het mozaïek plaatsen. Dit menselijke cordon was een initiatief van een lokale vereniging, de Vrienden van het Brit. Media sprongen erop, de politiek legde de sloop stil. De schade werd opgemaakt, het resterende fries in veiligheid gebracht... wat nu?

Heijbroek hoopt op herplaatsing in het paviljoen, zeker nu het mozaïekrestant daar ter plekke gerestaureerd is door een Spaanse mozaïekexpert, die dit volgens hem mooier vond dan werk van Gaudí. Maar herplaatsing is vaak lastig. Heemschut maakt het veel mee. Toen de vereniging zich inzette voor een muurschildering van Peter Alma en glasappliquéramen van Lex Horn, in een school in Sint Maartensdijk, volgde een Kafkaëske reddingsoperatie. De kunst kon pas worden gered toen een gedeputeerde ingreep en landelijke musea waren opgetrommeld brieven te schrijven over het belang ervan. Op een symposium in 2011 typeerde Heemschut gemeentes door het hele land als onbetrouwbare overheden.

Met een terugtredende overheid, die geen opdrachten meer uitschrijft voor kunst in de openbare ruimte, en projectontwikkelaars die niet investeren in oude ornamentiek, kunnen burgerlobbies een beslissende rol spelen voor dit erfgoed. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed werkt aan inventarisatie terwijl de sloop doorgaat. Orgels in kerken hebben bescherming, wandkunst niet. Voor herplaatsingen bestaan geen subsidiepotjes, wel voor nieuwe projecten zoals het graffitiproject op de betimmeringen van het leegstaande Britannia. “Die verf droop op het mozaïek, dat ook te lijden had van brandweeroefeningen in het leegstaande hotel,” zegt Heijbroek.

Dat het mozaïek dit redelijk doorstond, komt vermoedelijk door de ingenieuze fabricage. Toen Van Roode en Boks destijds hun plan rond hadden, ging de kunstenaar vijftien keramiekfabrieken langs – die het allemaal te ingewikkeld en kostbaar noemden. “Dan ga ik het zelf maken,” zei Van Roode die een lange barak inrichtte ('alchemistenhol', volgens de Tijd) met twee keramiekovens. Het plateel moest tegen vorst en zilte zee bestand zijn en dat lukte – TNO testte de duurzaamheid. Bovendien presteerde Van Roode het om zo zestig kleuren te bakken, alles behalve mooi oranje: “Je hebt er uraan-oxyde voor nodig. En dat gebruiken ze tegenwoordig voor atoombommen.”

Zo bakte hij honderdtwintig meter kunst – de wederopbouwkunst was een tijdperk van records. 'De meisjes van Van Roode', het team van jonge vrouwen met wie de kunstenaar ook na werktijd graag tijd doorbracht, verwerkte vijfduizend kilo klei tot een fries van gestileerde zeewezens – decoratief, geschikt voor een badplaats. Maar filosoof Siebe Thissen die onderzoek naar Van Roode heeft gedaan, vermoedt dat er meer achter zit: “Niemand heeft Van Roode ooit begrepen. Nooit is goed onderzoek naar hem gedaan. Toen Van Roode zichzelf van het leven beroofde, zei de kunsthistoricus en tv-presentator Pierre Janssen dat met hem een tijdperk verdween. Welk tijdperk was dat? Ik vermoed dat hij een brug sloeg naar de vooroorlogse zoektocht naar het 'al-ene', een fundamentele waarheid waar de zichtbare werkelijkheid uit voort zou vloeien.”

Filosofen en kunstenaars, ook Mondriaan, zochten naar dit religieus getint socialisme. Thissen vermoedt dat Van Roode die zoektocht voortzette. Misschien ontstond het onbegrip voor Van Roode’s werk wel doordat zijn beeldtaal verward werd met het decoratieve optimisme van de naoorlogse monumentale wandkunst. Gestileerde harmonieën van natuur en cultuur sloten aan bij het politieke optimisme en denkbeelden over gemeenschappelijkheid. Toch is dat iets anders dan mystiek-filosofische zoektochten naar het gedeelde van de mens.

Wie dit nog wil proberen om Van Roode te begrijpen door zijn werk in het echt te zien, moet opschieten. Zijn erfenis slinkt en de toekomst van het Vlissingse fries is onbekend, al heeft Heijbroek goed nieuws voor de liefhebber: Heemschut heeft nog een belangrijk mozaïek staan, gered uit het vroegere FOM (Fundamenteel Onderzoek der Materie) waar Van Roode filosofische verwantschap voelde met de pionierende kernfysica. Wie een kraan heeft, en 12.000 euro voor de restauratie, mag dit sleutelwerk meenemen. Is dat alvast gered.

sandrasmets.nl / erfgoed / britannia