Loading
 
 
sandrasmets.nl / 20e eeuw / nul=0
Een parfum van verse autobanden
(HART #86, oktober 2011)

Even ontstond paniek, toen de Nulkunstenaars in 1965 het kunsttransport uit Japan uitpakten. Ze hadden de Japanse Gutaikunstenaars uitgenodigd mee te doen met hun eerste grote tentoonstelling: Nul was een Nederlandse beweging die brak met de tradities om enkel het echte leven tot kunst te verheffen – lucht, licht en wind materialiseren via hout, staal en watten. Nul moest een nulpunt zijn: alle kunstgeschiedenis verwerpen, en radicaal het gewone leven tot kunst verheffen. Ook de Gutai hadden objecten gemaakt met alledaagse materialen, om leegte en wind te vangen. Maar wat kwam uit de kisten: schilderijen. En dat terwijl Nul de schilderkunst bespuwde als reactionair en passé. De Japanners waren de beroerdsten niet en haastten zich naar de bouwmarkt om met hout en plastic te herscheppen waar de Nulleden voor gevallen waren.

Nu een halve eeuw later zijn Gutai en Nul opnieuw zij aan zij te zien, dit keer in het Stedelijk Museum Schiedam dat veel Nul en Zero in de vaste collectie heeft. Met drie etages kunst is dit de eerste grote Nultentoonstelling sinds die keer in 1965. En net als toen worden de Nulleden omringd door internationale geestverwanten – de Duitse Zero, het Franse Nouveau Réalisme, de Belgen Jef Verheyen en Walter Leblanc, de Italiaan Lucio Fontana en natuurlijk de Japanse Gutai.

De Nulgroep bestond kort, van ongeveer 1960 tot 1965, uit vier ambitieuze, gladgeschoren jongens met hun haar in de scheiding. Strak in het pak leken ze eerder accountants dan kunstenaars. De tijd van schilderachtige types, met hun 'boerenbedrog' van de schilderkunstige illusie, moest voorbij zijn. Armando maakte daarom collages van prikkeldraad en autbanden, Jan Henderikse deed dat met spuitbussen en bierflesjes – bijna Pop Art. Jan Schoonhoven papiermachéde rasters die bijna industrieel leken, als luxaflex waar licht op valt, om zo het persoonlijke handschrift te ontstijgen. Onpersoonlijk oogden ook de geometrische piepschuim installaties van Herman de Vries. Hij was geen echt lid – hij had zelfs heel bourgeois een baard – maar omdat zijn kunst er zo ongelooflijk Nul uitzag, werd dit enigszins gedoogd.

Het meest hardcore Nul was Henk Peeters. Hij bouwde installaties van waterplassen op plastic zeil, van een ijskast waarin het aangroeiende ijs het echte kunstwerk was. Daarmee begint deze tentoonstelling die jaren voorbereidingstijd vergde. Daarbij deden de curatoren leuke vondsten in museumdepots die ze doorgroeven. Stukken staal, waarvan niemand wist wat het was, herkenden ze als zijnde kunstobjecten waar licht doorheen diende te schijnen. Goed verzekerd en wel prijken die in Schiedam op sokkels.

Die verzekeringswaarde is nog een interessant onderwerp. Op zich zijn de kunstwerken materieel gezien waardeloos. De situatie dat depotbeheerders met zweet onder de oksels constateren dat hun naoorlogse schatten vergaan omdat die vroege plastics en het purschuim verpulveren, heb je hier niet. Nul was dusdanig een voorloper van de conceptuele kunst dat de leden instructies maakten hoe het gebouwd moest worden. Net als bij de Gutai-remakes in 1965, kon ook nu de gang naar de Gamma zonder bezwaren gemaakt worden.

Vol staal en plastic, strak en kleurloos, heeft de tentoonstelling het destijds beoogde betagevoel. Maar tegelijk oogt het ook naïef dromerig. Het idee om met wind en licht de wereld te verbeteren, zweeft toch wat richting new age. Want dromers waren deze mannen in pak, niet bestand tegen tegenslagen. Een eerste knak kregen ze met de museumtentoonstelling in 1965. Dat had een triomf moeten zijn, maar het museum voelde kunstmatig voor een kunst die het leven daarbuiten bezong. Snel volgden plannen voor een geschiktere locatie: de zee. Onder de noemer Zero op Zee zouden ze in 1966 een tentoonstelling maken op de pier in Scheveningen. Fantastische plannen stroomden binnen. Hans Haacke wilde de Noordzee laten opschuimen met zeeppoeder. Otto Piene maakte plannen met heliumballonnen en brandende olievaten. Licht, duisternis, vuur en water, de sky leek the limit.

Toen dit plan onhaalbaar bleek, viel de groep uiteen. Teleurgesteld gingen de leden hun eigen weg en Nul verdampte. Dan is deze uitgebreide en zorgvuldig opgebouwde tentoonstelling – al is een museum natuurlijk hopeloos bourgeois – een mooi eerherstel. De ideeënkunst van Nul was een korte maar belangrijke episode in de experimentele jaren zestig toen veel heilige huisjes omver geschopt moesten worden. Met de wijsheid van nu is te stellen dat hun ideeënkunst naïef was, ongeschikt om de wereld te verbeteren. Maar het heeft als voordeel dat het nooit vergeelt: elke reconstructie oogt weer net zo fris als ooit. En dankzij een gereconstrueerde assemblage van Armando hangt in de zalen een geur van verse autobanden, een perfect Nulparfum.



Nul=0, t/m 22 januari 2012 in het Stedelijk Museum Schiedam, Hoogstraat 112-114, Schiedam. Di-zo 10-17u.. www.stedelijkmuseumschiedam.nl (foto: Zero op zee)

sandrasmets.nl / 20e eeuw / nul=0