Loading
 
 
sandrasmets.nl / 20e eeuw / nabis
Franse profeten van de vlakke vorm
(NRC Handelsblad, 16 september 2013)

Met open mond moeten zijn vrienden naar het schilderijtje hebben gekeken dat Paul Sérusier in 1888 liet zien. Hij was even gaan uitwaaien in Bretagne, waar Gauguin hem inspireerde tot dit landschapje. Je ziet er bomen op, maar in eerste instantie enkel vlekken. Sérusiers Parijse schildersvrienden, met name Maurice Denis, zagen hierin een doorbraak. Zo konden ze zich bevrijden van het alomheersende Impressionisme: niets geen lichttoetsen, nee, vlakken en stileringen zoals het jóu schikt. De kroegvrienden gaven zich de naam 'Nabis', oftewel profeten, een grapje, met de stiekeme hoop die spotnaam toch waar te maken.

Meteen ging Denis aan de slag: kleurvlakken schilderen die een werkelijkheid vormen, maar bovenal gewoon vlak zijn. Zo schilderde hij in 1892 een huwelijksprocessie met zo veel sierlijke lijnen dat het meer lijkt op art nouveau kandelaars dan op impressionistische kunst. Het werd opgemerkt: de Russische verzamelaars die in Parijs kwamen, vielen voor Denis. En voor de andere Nabis en Parijzenaars. Die Russische collecties, later in de Petersburgse Hermitage ondergebracht, zijn nu te zien in de Hermitage Amsterdam, in de tentoonstelling 'Gauguin Bonnard Denis'.

Dat is een fikse tentoonstelling, twee verdiepingen, met als pièce de resistance de nagebouwde muziekkamer van zakenman Ivan Morozov. Hiervoor liet hij Denis de muren beschilderen met de liefdesgeschiedenis van Amor en Psyche. In elf panelen zie je in volle glorie hoe Denis de les van Sérusier en Gauguin opvatte: ongemengde kleuren die zo onnatuurlijk lijken dat ze bijna licht uitstralen, gestileerde vormen en klassieke silhouetten, in een mystieke schoonheid.

Kortom, een beeldschone verheven muzieksalon voor Morozov om zijn Moskouse huis status te geven – en status was iets waar de opkomende klasse van handelaren en industriëlen vurig naar verlangde. Ze verzamelden kunst en openden ziekenhuizen, deden van alles, om te zorgen dat de oude Russische adel ze niet meer met de nek aan zou kijken. Vergeefs natuurlijk. Morozov zal vermoedelijk met reden hebben gekozen voor de mythe van liefdesgod Amor en het gewone meisje Psyche: zij was ook maar plebs.

De tentoonstelling laat zien dat die Russische nouveaux riches veel en genereus kochten, de verdiepingen zijn goed gevuld. Toch bekruipt je in de kwalitatief wisselvallige tentoonstelling het gevoel dat de collectioneurs het er soms moeilijk mee hadden, het waren natuurlijk buitenstaanders. Niet zelden kozen ze enigszins conservatief, voor bijvoorbeeld de traditioneel uitziende portretten van de Nabi Félix Vallotton, of voor het zo ontzettend mistig geschilderde moeder en kind van Eugène Carrière dat Degas destijds al zei “er heeft iemand in de kinderkamer gerookt”.

Anderzijds is het is flauw om kunst altijd maar op vernieuwing af te rekenen, het gaat om kwaliteit. In zijn Vermeerachtige interieurs slaagde Vallotton weer wel. Daar maakte hij gebloemde spreien en vloerbedekking zo dominant dat ze bijna art nouveau worden, de beweging die kunst en kunstnijverheid wilde versmelten in nieuwerwetse gesamtkunst. Nabi Bonnard schilderde het moderne straatleven, met straatlantaarns, maar dan in impressionistische stijl. Zo hadden de Nabis elk hun manieren om met de nieuwe wereld om te gaan die, in hun ogen, zo dwingend vroeg om nieuwe kunst. De ironie wil dat hun vernieuwing verbleekte bij nota bene de radicale Russen: Malevich schilderde in 1915 zijn zwarte vierkant, drie jaar na Denis' muzieksalon.

Dat gebeurde buiten het blikveld van de Russische mecenassen wiens tijd afliep – na de bloedige oktoberrevolutie in 1917 werd alle kunst genationaliseerd. Toch was het aardig geweest als de expositie die oorspronkelijke verzamelaars wat meer smoel had gegeven. Dat had misschien wat rode draad kunnen opleveren. Want uiteindelijk is samenhang wat je hier het meeste mist, ontstaan doordat bij het moedermuseum in Petersburg de Franse zalen werden gerenoveerd en dus deze werken toch verplaatst konden worden. Daarbij is niet scherp gekozen: sommige werken zijn er te veel, andere te weinig. Zo mis je er genoemde Sérusier. En hem niet alleen. Want al heet de expositie 'Gauguin Bonnard Denis' met de grote inspirator Gauguin op de affiches, voor deze Russische verzamelaars was Gauguin niet zo'n voorbeeld: met slechts drie Gauguins in zo'n grote tentoonstelling is die titel toch wat misleidend.



Tentoonstelling: 'Gauguin, Bonnard, Denis. Een Russische liefde voor Franse kunst', t/m 28 februari 2014 in de Hermitage Amsterdam, Amstel 51, Amsterdam. Dagelijks 10-17u. www.hermitage.nl (foto via Hermitage:Édouard Vuillard, 'Kinderen' 1909, tempera op papier)

sandrasmets.nl / 20e eeuw / nabis