Loading
 
 
sandrasmets.nl / 20e eeuw / light and form
Hongaarse architectuur gered door fotografie
(Rotterdams Dagblad, 12 juli 2005)

Veel vrienden had Farkas Molnar niet meer aan het eind van zijn leven. Zijn dochter heeft het er nog zwaar mee, vertelt ze in de film die in het Chabot Museum draait bij de tentoonstelling Hongaarse villa-architectuur. Alle negatieve verhalen die ze postuum over hem moest aanhoren, dat hij een fascist was, een communist, een anti-semiet. Zijn vroegere vrienden vertellen in de film hoe ze hem niet meer wilden kennen nadat hij hun sociaal-geëngageerde architectenverbond eenzijdig ophief.

De verbitterde gesprekken worden afgewisseld met donkere opnames uit een koepelkerk die Molnar eind jaren dertig in Israël bouwde. Het was een van zijn laatste bouwsels, want terug in Hongarije zou hij in 1940 door een kogel getroffen worden, in een van zijn eigen gebouwen, en op slag sterven.

Zo'n eerste indruk is een consequentie van het 'loopen' van een documentaire zoals musea wel vaker doen: je valt ergens in en hebt niet door de film tegen het eind loopt. Waarna de documentaire over Molnar herstart, met vrolijke verhalen over een frisse jonge architect vol idealen. Na een studie bouwkunde aan het fameuze Bauhaus, keerde Molnar vol avantgarde-ideeën terug naar Budapest. Een vooruitstrevende maquette op een expositie leverde hem een celstraf op en uitsluiting van staatsopdrachten, maar op de vrije markt zou zijn ster gaan rijzen.

We schrijven de jaren twintig. Avantgardekunst moest de wereld verbeteren. Molnar had hetzelfde doel met zijn eenvoudige kaarsrechte en revolutionair strakke gebouwen. Ze lijken ietwat op het pand van het Chabot Museum zelf, ook ongeveer uit die tijd (1938), al zou Molnar de ronde uitbouw ervan veel te frivool hebben gevonden.

Waarom Molnar nu uiteindelijk verrechtst of verlinkst is, wordt niet verteld door de tentoonstelling, die behalve uit de video uit twee verdiepingen architectuurfoto's bestaat. De expositie gaat namelijk niet over Molnar, maar over Hongaarse villa-architectuur van 1927 tot 1950, waarvan Molnar slechts één van de bouwers was. De meest talentvolle, dat wel.

Zal het niet zo geweest zijn dat Molnars idealen door de realiteit werden ingehaald? Want wat wil je. Strijden voor vierkante zuilen en platte daken in een land waar drie miljoen bedelaars wonen. Villa's bouwen in een land zonder sociale woningbouw. Molnars idealen van een harmonieuze eerlijke schoonheid kwamen hooguit aan bij een elite die geld verdiende over de ruggen van het volk heen. Intussen staan de villa's van Molnar cum suis er vervallen bij in Hongarije. Belangstelling of geld ontbreken blijkbaar om ze te restaureren.

Maar er is één lichtpuntje: terwijl de moderne architectuur bloeide in Hongarije, deed de fotografie hetzelfde. Met name dankzij Zoltan Seidner, die in die jaren alle moderne gebouwen fotografeerde, kunnen we nog het Hongaarse Moderne Bouwen in al zijn glorie zien. Seidners gevoel voor esthetiek paste precies: de rechte façades laat hij parallel lopen aan de fotoranden. De elegante diepe trappenhuizen veranderde zijn lens in abstracte kunstwerken a la tijdgenoot Moholy-Nagy. Uren kon Seidner wachten tot het licht goed was. Het is mede aan zijn inspanningen te danken dat het zo'n mooie tentoonstelling is geworden in het Chabot Museum.

'Light and Form' t/m 18 september 2005 in het Chabot Museum, Museumpark 11 Rotterdam. www.chabotmuseum.nl

sandrasmets.nl / 20e eeuw / light and form